In de greep van de buurvrouw

Daan Remmerts de Vries: Bernie King en de magische cirkels. Querido, 197 blz. €14,95

Als kinderen spelen dat je drie wensen mag doen, vinden ze het heel flauw als iemand zegt: ik wens dat ik alles mag wensen. Want ook in een fantasiespel gelden regels, al zijn die ongeschreven en niet altijd makkelijk te verwoorden. Precies zo gelden er regels voor fantasy-literatuur, de verzamelnaam voor allerlei soorten boeken waarin dingen voorkomen die niet echt kunnen.

Daan Remmerts de Vries heeft zijn sporen verdiend met realistische kinderboeken als Godje (2002) en De noordenwindheks (2004), die zeer terecht zijn bekroond. Met Bernie King en de magische cirkels waagt Remmerts de Vries zich aan het fantasy-genre. Zo verbreedt en verdiept hij zijn toch al veelzijdige oeuvre, maar hij springt daarbij helaas achteloos om met de ongeschreven regels van het genre.

Het boek draait om de jonge Bernie King, die met wat leeftijdsgenoten in de greep raakt van zijn doodenge buurvrouw. Deze heks heeft het gemunt op kinderen – meer moet hier niet worden onthuld over het onmiskenbaar spannende verhaal. Behalve met haar worstelt Bernie met zijn asociale familieleden en zijn geborneerde dorpsgenoten.

De charme van Bernie King en de magische cirkels zit hem in de uitvergroting van de bekende thema’s en personages van Remmerts de Vries. Zo is Bernie net als de hoofdpersoon uit Godje een rebel, die met kwajongensstreken de burgerij provoceert. Het aardige van Bernie King is dat woedende kwalificaties van de rebel als ‘kleine aap’ en ‘apenstreken’ op een verrassende manier werkelijkheid worden. En dat de eeuwige bekrompenheid van de dorpsgenoten daarbij een sleutelrol speelt.

De zwakte van het boek zit hem in het feit dat de schrijver weinig aandacht heeft besteed aan het ‘opschorten van het ongeloof’ zoals dat heet. Om onmogelijke dingen overtuigend te laten plaatshebben, moet een schrijver een precies raamwerk bouwen met regels van wat wel en niet kan. Een veelgebruikte truc is om de hoofdpersoon eerst ook sceptisch te laten zijn en hem dan – met de lezer – te overtuigen.

Maar als Bernie op de eerste pagina een slak met handjes vindt, is hij wel even verbaasd, maar stopt hem vervolgens zonder al te veel commentaar in zijn herbarium. Vanaf dat moment is hij al een gelovige die alleen zijn vriendin en klasgenoten moet overtuigen dat er iets bovennatuurlijks speelt. En natuurlijk de lezer, die pas op een derde van het boek in het verhaal wordt getrokken met een hilarische beschrijving van een mediacircus.

Dan komt de roman ook op stoom, met de ontplooiing van verrukkelijke personages als de zus van Bernie, met knappe vondsten rond de verdwijning en verschijning van de heks en met een bloedstollende ontknoping. Dan blijkt Bernie King niet zozeer spannend, als wel heerlijk burlesk.