Ik ben veel meer dan gehandicapt

Yvette den Brok heeft een man, twee kinderen en werk. Maar ze is ook gehandicapt.

Haar leven is een lange strijd tegen discriminatie. Al droomt ze soms ook weg.

Ik ben getrouwd, moeder van twee volwassen kinderen en sinds een jaar of tien heb ik een eigen tekst- en adviesbedrijf. Zo zou Yvette den Brok (48) zichzelf het liefst aan je voorstellen. Maar er is meer: „En daarbij heb ik vanaf mijn geboorte een zware lichamelijke handicap waardoor ik niet kan lopen, mijn handen niet kan gebruiken en een spraakhandicap heb.” Die handicap, benadrukt ze, is maar een héél klein deel van Yvette den Brok.

Een paar dagen voor ons gesprek krijg ik nog een e-mail: „Ik spreek langzaam en ik ben niet altijd goed verstaanbaar. Hou je daar rekening mee?” We ontmoeten elkaar in haar kantoor. Een opgeruimde kamer, een uitpuilende boekenkast en hier en daar een vilten heks. Kort nadat Yvette den Brok en haar man kinderen hadden gekregen, zijn ze verhuisd naar een fokusproject. Dat houdt in dat er verspreid over de wijk rolstoeltoegankelijke woningen staan. Die woningen zijn met een intercomsysteem verbonden met een unit waar vierentwintig uur per dag mensen zijn die kunnen komen helpen met aankleden, wassen, naar de wc gaan. Praktische zaken, waardoor Yvette den Brok in staat wordt gesteld een gewoon leven te leiden. Ze spreekt langzaam, weegt haar woorden en weet precies wat ze wil zeggen. Een paar keer – in het vuur van haar betoog – kan ik haar niet verstaan. Maar dan herhaalt ze het, zo vaak als nodig is.

Aanstaande maandag verschijnt haar boek De wereld is ook van mensen met een handicap!. Het zijn columns en opiniestukken waarvan een deel eerder verscheen in nrc.next, het Eindhovens Dagblad en Trouw. Het eerste exemplaar overhandigt ze in Nieuwspoort in Den Haag aan SP-fractieleider Agnes Kant. De stukken schreef ze op haar computer, waarop ze met een hoofdspriet de toetsen aanslaat. Er komt vooral boosheid in naar voren. Boosheid over de discriminatie van mensen met handicaps, waar de meeste mensen hun schouders voor op lijken te halen. En boosheid over het gemak waarmee selectieve abortus en zelfs euthanasie op baby’s met een handicap, bijna moeiteloos worden geaccepteerd. Dan schrijft ze bijvoorbeeld:

Natuurlijk gun je je eigen kind geen handicap met alle beperkingen die daarvan het gevolg zijn. Maar dat kan niet betekenen dat je je kind daarom maar helemaal niet wilt. (...) Als je een kind vasthoudt, heb je geen handicap of ziekte in je handen maar een compleet mens, die ongetwijfeld veel te bieden zou hebben gehad.

Toen Yvette den Brok als klein meisje zag hoe de samenleving met handicaps omgaat, kwam ze in opstand. „Ik was een jaar of zes en een vreselijke giechelkont. Mensen noemden mij ongelukkig. Ik dacht: Hallo, kíjk naar mij. Ik lach. Ben ik dan ongelukkig?” Later kreeg ze er lol in het op te nemen voor mensen met een handicap. Actiegroepen oprichten, boze brieven schrijven en altijd op de barricade. Deze week nog schreef Yvette den Brok een ingezonden brief op de opiniepagina van deze krant: ‘Pak baby Hendrikus niet zomaar af.’

U staat op scherp?

„Ja, maar de lol is er al lang af. Ik zou veel liever gewoon mijn leven willen leiden, net als een ander. Ik zou willen dat we in een samenleving leefden waar handicaps gewoon werden geaccepteerd. En dat is niet zo. Ik word dagelijks met discriminatie geconfronteerd. En daarom sta ik heel mijn leven al op scherp. Als ik bijvoorbeeld op de radio hoor dat een presentator zo ongeveer van zijn stoel valt, omdat er op een middelbare school een blinde lerares Grieks en Latijn is aangenomen, dan denk ik: hoe is het toch mógelijk dat zo’n journalist zo over een gehandicapte lerares praat. Daar moet ik dan op reageren. Het raakt mij persoonlijk. Mag je dan niet werken als je een handicap hebt? Is de wereld alleen bestemd voor mensen zonder handicap?”

Aanvallen en verdedigen?

„Dat komt doordat ik elke keer weer aanloop tegen de dingen waar ik als kind ook al tegenaan liep. Ik ben gewoon hetzelfde als anderen, ze moeten alleen rekening houden met mijn handicap. En dat lijken veel mensen maar niet te snappen. Tegelijk ben ik trots op wat ik zakelijk en privé heb bereikt. Dat ik een goedlopend eigen bedrijf heb en dat we onze kinderen een warm nest hebben kunnen geven, waar ze nog vaak en graag komen.”

Zonder uw man zou het moeilijker zijn.

„Maar geldt dat niet voor iedereen?”

Voor u in het bijzonder.

„Misschien. Gediscrimineerd worden en voelen dat je bestaansrecht steeds weer in twijfel wordt getrokken, is erg zwaar. Het is dan extra belangrijk om een levenspartner te hebben die je steunt en met wie je lief en leed kunt delen. Ik heb ook altijd veel levensmoed uit mijn omgang met onze kinderen gehaald. Nu ze volwassen zijn, maar ook toen ze nog samen met hun vriendjes en vriendinnetjes op mijn elektrische rolstoel klauterden om naar de speeltuin of naar de stad te gaan. Iets van die tijd komt vast weer terug als er straks kleinkinderen komen.”

Dat houdt u op de been.

„Het mooiste dat ik van mijn kinderen en van mijn man heb geleerd, geeft me nu nog kracht. Namelijk dat bijna alles lukt, als je het maar doet. Dat lukt mij aardig en daar ben ik trots op. Vervelend zijn alleen de discriminatie en de achterstelling waar ik steeds weer mee te maken heb en waar ik nooit vakantie van kan nemen.”

Vakantie?

„Ook als ik met vakantie ben loop ik op tegen ontoegankelijkheid, betutteling, uitsluiting. Dat doet meer pijn dan mensen zich kunnen voorstellen.”

Maar u kunt toch niet altijd boos zijn?

„Boos is niet het goede woord. Ik heb het over pijn die voortkomt uit discriminatie en die je hele zijn aantast. Maar gelukkig is dat er niet altijd en overal. Ik kan ook heel intens genieten hoor.”

Vertel.

„Vakanties vind ik heerlijk. We hebben met de kinderen heel wat afgereisd en op leuke campings gestaan. Ik vind het fijn om buiten te zijn, te genieten van het lekkere weer, van de natuur en van de mensen om me heen. En om eerlijk te zijn zou ik dan ook wel lekker willen zwemmen. Maar met mijn spastische en vergroeide lichaam gaat dat niet. Ik kan me natuurlijk in het water laten sjouwen en een beetje spartelen, maar dat haalt het niet bij wat ik echt wil. Het liefst zou ik met grote, vrije slagen de wijde zee in zwemmen. Na lang proberen heb ik een manier gevonden om dat gevoel op te roepen en ervan te genieten. Ik concentreer me dan op iemand die ik de zee in zie zwemmen en ik beeld me in dat ik in dat lichaam zit. In gedachten maak ik de bewegingen mee en voel mezelf door het zeewater glijden.”

U droomt weg.

„Ik kan veel door te visualiseren. Ik doe mijn ogen dicht en beeld me in dat ik op blote voeten op het strand loop. Of dat ik prachtig dans. Ik ben daar zo in geoefend dat ik dan echt het zand tussen mijn tenen voel. Op die manier kan ik meer dan ik eigenlijk kan.”

Heeft u die gedachten vaak?

(Lacht) „Dat valt wel mee. Ik voel me ook aangetrokken tot heksen. Die zijn voor mij het symbool van vrouwenkracht. Dus daar omring ik mij mee. Toen de kinderen klein waren, vertelde ik dat ik weliswaar niet kon lopen maar dat ik wel kon vliegen – alleen als zij sliepen. Dat vertelde ik ook aan al hun vriendjes en vriendinnetjes die hier langs kwamen. Sommige kinderen keken me dan met grote ogen aan. Als ze vervolgens dreigden wakker te blijven om het mee te maken, moest ik ze teleurstellen. Ik vlieg alleen als jullie slapen.”

De wereld is ook van mensen met een handicap! ISBN 9789079529025 (12,50 euro)