Hier regelen alle eurocraten hun deals

Een rommelig plein is de centrale ontmoetingsplek van Europese parlementariërs.

Socialisten en liberalen hebben er ieder hun eigen kroeg om zaken te bespreken.

In de schaduw van de kolossale, glazen gebouwen van het Europees Parlement is het Brusselse Place Luxembourg maar een bescheiden plein. Op deze herfstige ochtend lijkt het niet meer dan een doorgangsroute richting parlement. Af en aan rijdende bussen en taxi’s. Rolkoffers en kantoorkleding bepalen de sfeer. Toch komt veel van wat er binnen het parlement gebeurt tot stand door de informele contacten die op ‘Place Lux’ zijn gelegd.

Henk Prummel kan het weten. Hij werkt al sinds 1979 in het Europees Parlement. Destijds als assistent van de PvdA-Europarlementariër Ien van den Heuvel, tegenwoordig als beleidsmedewerker bij de groene fractie. Onder het genot van een shagje en een kop koffie, twee telkens rinkelende telefoons onder handbereik, vertelt hij in café Le London over de begindagen van het parlement. „‘Mevrouw Van den Heuvel, uw moeder op lijn twee’, klonk het dan tijdens de vergadering aan de Boulevard de l’ Empereur. Alle sociale contacten speelden zich binnen af, vooral in de bar”, aldus Prummel.

Met de nieuwbouw aan de Wiertzstraat meegerekend, herbergt het Europees Parlement tegenwoordig tijdens plenaire sessies bijna 10.000 mensen. Het is een wereld op zich met een stomerij, een kapper, een supermarkt, een medische dienst, banken, diverse winkels en vier bars.

Maar een centrale ontmoetingsplek ontbrak. Dat is het Luxemburgplein geworden. Een typisch Belgisch, rommelig plein met veel verkeer, een parkje in het midden, een gebouw in de steigers en allemaal verschillend gekleurde daken aan de zijde van de Engelse pub Fat Boy. Aan de overzijde, waar de meeste eurocratenkroegen zich bevinden, zijn de gevels gelijkvormig wit en worden enkele terrassen opgefleurd met veelkleurige parasollen. Prummel: „Place Lux heeft de rol van de bar in het oude parlement overgenomen als dé plek om te wheelen en dealen.”

Hoe gaat dat dan in zijn werk, dat wheelen en dealen? Geen beter persoon om dat aan te vragen dan Toine Manders, de flamboyante VVD-Europarlementariër die veelvuldig op Place Lux is te vinden.

Met zijn assistent Pieter van Aartsen doet hij een drankje bij Le Pullman, inderdaad in de hoek van het plein waar volgens Prummel vooral de liberalen zich ophouden. Manders: „Iedereen die wat met Europa te maken heeft, komt hier naar toe: vertegenwoordigers van de lidstaten, mensen van de Europese Commissie, lobbyisten, journalisten, iedereen. Je praat hier niet over specifieke onderwerpen, maar als je iemand hier hebt leren kennen, is het later in het parlement gemakkelijker zaken doen.”

Hij geeft het voorbeeld van een Poolse medewerker van de socialistische fractie. „Wij hadden hem hier ontmoet en een leuk gesprek gehad. Toen we hem later nodig hadden om de socialistische fractie achter ons voorstel voor de bescherming van consumenten te krijgen was het zo geregeld”, aldus Manders. „Meerderheden in het Europees Parlement krijgen is niet zo moeilijk als je de sleutelfiguren binnen de fracties kent”, vult Van Aartsen aan.

Volgens Prummel is Place Lux eenvoudig op te delen in fracties en nationaliteiten. Brits Labour gaat naar de Fat Boy, waar op grote televisieschermen steevast voetbal is te zien. Achter café The Grapevine begint volgens hem de liberale hoek, met Le Pullman en Ralph’s Bar. De rest zit in de kroegen vooraan in de rij, zoals Le Coco en Le London. Waarbij „de nieuwe lidstaten” volgens Prummel nog vooral met elkaar optrekken.

Volgens Manders is de verdeling niet zo scherp als Prummel schetst, maar klopt het wel dat in Le Pullman en Ralph’s Bar vooral liberalen en ook christen-democraten komen. „Maar dat wil niet zeggen dat niet af en toe een socialist binnenwandelt”, zegt hij. Volgens Manders is The Grapevine overigens absoluut een kroeg voor Scandinaviërs, die ook vooral alleen met elkaar om zouden gaan.

Manders is misschien een vaak geziene gast op Place Lux, vooral ’s avonds valt hij in één opzicht uit de toon. „Er is eigenlijk maar één voorwaarde op Place Lux”, zegt een jonge Franse ambtenaar bij het Europees Parlement, die vanwege zijn functie niet met zijn naam in de krant wil: „Je moet jong zijn.” Want vooral op donderdag- en vrijdagavond is Place Lux voor de jonge eurocraten niet alleen de plek om zakelijke contacten op te doen, maar ook een interessante datingmarkt. „Er gaan ook wel Belgische dames heen om te zien of ze er niet een rijke eurocraat kunnen ontmoeten”, zegt Daniël Denruyter, medewerker bij het informatiecentrum van het parlement aan het Luxemburgplein. „Er hangt ’s avonds vaak een broeierige sfeer”, zegt Prummel grijnzend, „schrijf dat maar op”.

Een vleesmarkt willen ze het zeker niet noemen, maar dat Place Lux dé ontmoetingsplek voor jong, eurocratisch Brussel is, bevestigen de CDA-assistenten ’s avonds in Le Pullman graag. „Je zit toch allemaal in hetzelfde schuitje”, zegt de 26-jarige Myriam Jans, medewerker van een CDAEuroparlementariër. „Je begint als groentje in een stad waar je niemand kent. Dan is het wel fijn als er een plek is waar allemaal mensen zoals jij komen.” Ondertussen tikken ze in hoog tempo een paar biertjes weg.

„Op donderdag- en vrijdagavond staat het vol tot op de straat. Als het hier dicht gaat, gaan we soms naar een van de feesten die speciaal voor jonge Europeanen worden georganiseerd”, zegt Luc Groot, medewerker van weer een andere CDA’er in Brussel. Hij laat een flyer zien van Havana Club, waar vrijdagavond een financial crisis party wordt gegeven voor ‘new and ex-stagiairs’. Thema: Let’s get down with the stocks!

Dat jonge eurocraten, zoals Prummel beweert, vroeger nog Europese idealen koesterden, maar zich tegenwoordig vooral om zichzelf en hun eigen carrière bekommeren, ontkennen de CDA’ers. „Het is misschien heus wat minder idealistisch geworden, maar als je niets met Europa hebt, houd je het in deze omgeving nooit lang vol”, zegt Myriam Jans.