Het zachte staaldraad

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, deze week de historie van het Auping-bed

Het omslag van het boek is van een bijzonder materiaal. Het is zacht, afwasbaar en het voelt een beetje sponzig aan. Het lijkt wel skai, met vulling. Je zou er je hoofd op kunnen leggen en dan in slaap vallen. Dat moet een mooi gezicht zijn: slapen op een boek over bedden. Maar van binnen is het niet zo zacht. Dit boek over de eerste 120 jaar van de firma Auping staat van begin tot eind in het teken van staal. Om precies te zijn: de stalen matras. Nog preciezer: de stalen ondermatras. Helemaal precies: de stalen spiraal.

Ik sliep als kind zelf op zo’n ding en mijn twee broers ook. Ik wist niet beter dan dat alle bedden vanaf het paradijs tot heden zo’n spiraal van onderen hadden. Maar nu ik het dikke boek uit heb, weet ik wel beter: de stalen spiraal is geen natuurverschijnsel en ook geen vanzelf in de loop der eeuwen ontstaan gebruiksvoorwerp, zoals de hooiberg en de strozak. Het is een uitvinding van Johannes Albertus Auping (1836-1907), van beroep kachelsmid, te Deventer. Hij kwam op het dichterlijke idee om met staaldraad te gaan weven. Zo ontstond een stalen web, een netwerk, een vlechtspiraal – sterk en verend tegelijk, en ventilerend bovendien.

De uitvinding stond aan het begin van zijn bedrijf en is er nog steeds de bestaansreden van. Er kwam sinds 1888 (‘Eerste Nederlandsche Fabriek van Stalen Gezondheidsmatrassen’) van alles bij. Complete bedden, slaapkamermeubels, bedtextiel, scheepsbedden, ziekenhuisbedden, operatietafels, rolstoelen, parapluhouders, snijbonenmolens, strakke buismeubelen. Het bedrijf werd groter en groter, maar de problemen ook. Behalve veel groei komt er in deze bedrijfsgeschiedenis ook veel ellende voorbij: de crisis, de oorlog, de ontslagen, de stakingen, en: de concurrentie. De geschiedenis wordt ongemeen spannend als in de jaren zestig vanuit Duitsland een heel leger van lattenbodems de markt dreigt te gaan bezetten. Auping bezwijkt bijna, maar ook dan weet het weer de rug te rechten – door zich te concentreren op het enige waarmee het zich van de rest kan onderscheiden: de spiraal van staal.

Bordewijk had een mooie, strakke novelle kunnen schrijven over dit weerbarstige bedrijf. De Cleopatra, De Komfortabel, de Auronde (1 miljoen exemplaren), De Royal – ze verschijnen hier als de stalen tanks waarmee Auping steeds weer de concurrentie de baas blijft. In tijden van nood is staal steeds het geloofsartikel waarop de Aupinganen terug kunnen vallen, geheel in de geest van hun grote leermeester. Waartoe zijn wij op aarde? Wij zijn op aarde om ‘voortdurend en absoluut te ontkennen dat staal hard en ongemakkelijk, koud en ongenaakbaar is, maar daarentegen juist beschikt over een gezond slapende, comfortabele zachtheid.’

Maar wat zien onze verslaggevers in het slothoofdstuk, bij de nieuwste spiralen? Daar dient zich ‘een proces van feminisering’ van de ondermatras aan! Het materiaal ziet eruit als rubber en de spiraal heeft zacht afgeronde hoeken! Ketterij aan de Laan van Borgele? Bij nader onderzoek blijkt ook dit gefeminiseerde spul toch gewoon weer van staal. De geest van de grondlegger waakt nog steeds over zijn schepping.

Sam de Visser en René Berends: Auping. Het Bed van de Toekomst is nooit af. Plus DVD. Stichting Industrieel Erfgoed Deventer, 192 blz. € 21,–