De tranen van Colin Powell

Zelfs Colin Powell had gehuild toen hij dinsdag besefte dat Amerika een zwarte president had gekozen. „Iedereen huilde”, vertelde hij de volgende ochtend in een mooi gesprek op CNN. En terwijl hij dat probeerde uit te leggen, werden zijn ogen opnieuw waterig en moest hij de emotie wegslikken. Met hese stem vervolgde de staatsman en generaal dapper: „Ik schaam me er niet voor. Mijn gezin, mijn vrouw, mijn kinderen – iedereen…” – wie zelf nog droge ogen had kon de zin wel afmaken – … was in tranen.

Amerika huilde dinsdag om zichzelf – van blijdschap, trots en opluchting, maar ook door herinneringen aan verdriet, bitterheid en strijd die werden losgemaakt door de zege van Obama. Het was een collectieve ontlading van een spanning die veel Amerikanen al hun leven lang meedragen.

Een zwarte columnist van The Washington Post, Eugene Robinson, beschreef hoe hij het op de verkiezingsavond keer op keer te kwaad kreeg. Eerst toen hij op tv zag hoe Jesse Jackson zijn tranen de vrije loop liet: hij herinnerde zich hoe de jonge Jackson veertig jaar geleden op de overloop van het Lorraine Motel in Memphis had gestaan, toen Martin Luther King daar werd doodgeschoten. Tranen kwamen er weer toen Robinson zijn ouders belde, die vanwege hun huidskleur zoveel hadden moeten doorstaan. En nog eens toen hij Obama met zijn gezin op het podium in Chicago zag – wat een contrast met de vele gebroken gezinnen van zwarte Amerikanen. Dit stralende Afro-Amerikaanse viertal zou straks ‘the nations First Family’ zijn! Zo kan het ook!

Maar niet alleen zwarte Amerikanen waren diep geroerd, ook blanken en zelfs Republikeinen die op McCain hadden gestemd. Een conservatieve collega van Robinson schreef dat ze haar kinderen woensdagochtend ‘God Bless America’ zingend had gewekt.

De burgerrechtenbeweging streed volgens Martin Luther King niet alleen voor de bevrijding van zwarte Amerikanen, maar voor „de bevrijding van de Amerikaanse ziel”. Die Amerikaanse ziel was altijd gevangen geweest in de tegenspraak tussen het ideaal van ‘all men are created equal’ (uit de eerste zin van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776) en de praktijk van slavernij, discriminatie en maatschappelijke achterstelling.

Niemand denkt dat deze schrijnende wond in het Amerikaanse leven nu voor altijd geheeld is. Maar het proces van genezing blijkt een stuk verder gevorderd dan de meeste mensen hadden gedacht. De Amerikaanse kiezers hebben afgerekend met het fatalisme over de verhouding tussen de rassen, dat bij veel blanken en zwarten wortel had geschoten.

Een zwarte president – hoe onvoorstelbaar dat nog maar kort geleden was, werd woensdag weerspiegeld in Amerikaanse krantenkoppen. Believe it, stond in grote letters voorop een krant uit Iowa, de grotendeels blanke staat waar Obama een klein jaar geleden in de voorrondes zijn opmars begon. En een krant uit het zuidelijke Alabama, met zijn geschiedenis van discriminatie en racistisch geweld, kopte: In Our Lifetime. Ofwel: wie had gedacht dat wij dít nog zouden meemaken?

Een president is in Amerika veel meer dan een politieke leider. Hij is, als staatshoofd, ook een symbool en heeft een bijna koninklijke status. Hij is een politicus die wordt geacht ook de waardigheid van het ambt en de idealen van de staat te belichamen. En zo is ook het Witte Huis meer dan een ambtswoning: het geniet als The People’s House een enorme status in het nationale gevoel.

En nu hebben de kiezers een zwarte man aangewezen om land en regering te leiden, en ook het ideële kapitaal van het land te vertegenwoordigen. Ze hebben hun hoop in hem geïnvesteerd, de sleutel van het Witte Huis aan hem toevertrouwd.

Ik kan er niets aan doen, schreef Robinson in zijn column, maar ik ervaar de overwinning van Obama als een gebaar van erkenning en acceptatie – hoe absurd dat ook is, alsof zwarte Amerikanen niet allang verantwoordelijk zijn voor een groot deel van het succes van Amerika, in oorlog en vrede.

De emoties van dinsdagnacht kwamen niet alleen voort uit wat Obama als zwarte man heeft bereikt. Het ging ook om wat Amerika heeft bereikt. In het jaar waarin Obama werd geboren, streden zwarte activisten nog een harde strijd om gelijke rechten in bussen, cafetaria’s en bioscopen. Straks speelt de presidentiële blaaskapel het Hail to the Chief voor een zwarte man als hij het bordes betreedt, met zijn blanke ministers op gepaste afstand. En de Amerikanen zullen naar hem opkijken, zoals ze tot op zekere hoogte altijd naar hun president opkijken, wat ze ook vinden van zijn politieke kleur of prestaties.

Sentimenteel worden over politici is altijd link. Maar dinsdag was er geen houden aan. Er zal vast een kater komen, maar deze overwinning van Amerika op zichzelf neemt niemand het land meer af.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Interview Powell en reageren op: nrc.nl/eijsvoogel