Concurrent JSF wil opheldering Defensie

Uitspraken in de Kamer van staatssecretaris Jack de Vries (CDA) over de Saab Gripen zijn slecht gevallen bij de Zweedse vleigtuigbouwer. „De staatssecretaris verdraait de feiten.”

Toen staatssecretaris van Defensie Jack de Vries van het CDA vorige week tijdens een debat over de JSF onder vuur kwam te liggen van kritische Kamerleden, deed hij een paar uitspraken die moeilijk waren te rijmen met de feiten.

De discussie ging over de F-35 Joint Strike Fighter (JSF). De JSF, zo blijkt uit recente rapportages van de Amerikaanse luchtmacht, produceert véél meer lawaai dan andere straaljagers. Maar van de vele honderden vragen die het ministerie van Defensie eerder dit jaar stelde aan de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin en de Zweedse firma Saab, ging er niet één over geluidsoverlast.

Vreemd, vond de Kamer. „Wij willen toch het vliegtuig dat het minste geluid maakt”, zei D66-fractieleider Alexander Pechtold.

Staatssecretaris De Vries verdedigde zich door een aantal stellingen te poneren. „Voor mij is niet alleen de herrie bepalend”, zei de staatssecretaris. En: „Bij de aanschaf van een nieuw wapensysteem in Nederland [...] is in geen van de besluitvormingsmomenten [...] de uitstoot van geluid een criterium.”

Die uitspraak van De Vries was moeilijk te volgen, want de geluidshinder is in Nederland namelijk altijd een criterium bij de selectie van een nieuw wapensysteem.

In 1999, toen Defensie voor het eerst informatie opvroeg bij de verschillende kandidaten om de F-16 op te volgen, werd dan ook zeer nadrukkelijk naar de geluidsbelasting gevraagd. „In een dichtbevolkt land als Nederland”, schreef het departement toen aan de diverse vliegtuigfabrikanten, is vliegtuiglawaai een voortdurend probleem.”

Tijdens het debat in de Tweede Kamer, kon staatssecretaris De Vries het moeilijk ontkennen: de JSF maakt veel lawaai. Maar, zo zei de staatssecretaris daarna, dat wil niet zeggen dat de enig overgebleven concurrent van de JSF, de Zweedse Saab Gripen Next Generation (‘NG’), niet óók veel herrie maakt. Volgens De Vries was het nog onduidelijk welke motor de Zweden zouden toepassen voor de ‘NG’, de nieuwste versie van de Gripen, die vanaf 2010 leverbaar moet zijn. „Ook nu [...] is er ten aanzien van de Saab nog discussie over welke precieze motor er in de NG moet zitten”, zei De Vries tegen de fractievoorzitter van GroenLinks, Femke Halsema. Daarna zei hij tegen Pechtold: „De geachte afgevaardigde wil nu dat men bij Saab besluit welke motor zij zullen gebruiken voor de NG, zodat zij ons kunnen zeggen hoeveel decibel die veroorzaakt.”

Maar ook die uitspraak van De Vries was niet correct. In augustus verstrekten de Zweden gedetailleerde informatie over welke motor die voor de Next Generation zal gaan beschikken. De F414G, die wordt gebouwd door Volvo, is een aanpassing van de F414-GE-400-motor van de nieuwste versie van het gevechtsvliegtuig van de Amerikaane marine: de F-18A/E Super Hornet.

Saab zegt woedend te zijn over de „pertinent onjuiste” uitspraken van De Vries. De Zweden zullen volgende week in een brief vragen om opheldering, zo zegt commercieel directeur Bob Kemp: „De staatssecretaris verdraait de feiten.” En volgens Saab geldt dat ook voor een ándere uitspraak van de staatssecretaris in het Kamerdebat van 30 oktober.

Al voor de zomervakantie hadden de Zweden de Koninklijke Luchtmacht uitgenodigd om naar Stockholm te komen voor een demonstratie op vliegsimulators van de Zweedse luchtmacht. Diverse Kamerleden, waaronder woordvoerders van de coalitiepartijen Eijsink (PvdA) en Voordwind (ChristenUnie), wilden weten waarom Defensie die uitnodiging had afgeslagen.

De Vries kwam opnieuw met een verrassend antwoord. Door de simulator te betrekken in de productvergelijking zou hij de Zweden hebben benádeeld, zei hij. Volgens De Vries is de Next Generation „nog volstrekt in ontwikkeling”. „Er is dus nog geen simulator van de Next Generation”, zei de staatssecretaris.

Onzin, zegt Saab. Volgens de Zweden kunnen „de meest relevante” capaciteiten van de NG, zoals „vliegprestaties, bereik en wapenlast” nu al in de simulator worden gedemonstreerd. De Vries, zo zegt Kemp, is bezig de Kamer op het verkeerde been te zetten. „Óf hij is verkeerd gebrieft door zijn ambtenaren, óf hij verstrekt willens en wetens verkeerde informatie aan het parlement.”

Pas in 2010 neemt het kabinet een definitief besluit over de opvolging van de F-16. Maar al in februari van het volgend jaar wil De Vries zijn handtekening zetten onder het koopcontract voor de eerste JSF. Volgens de staatssecretaris is er haast. Als Nederland niet snel bestelt, dan kan de luchtmacht niet meedoen aan de testfase van het JSF-programma.

Maar wanneer begint deze zogeheten Initiële Operationale Test en Evaluatiefase (IOT&E) eigenlijk?

In 2011, meldde De Vries tot nu toe aan de Kamer. In 2013, zo meldde Lockheed Martin op 23 oktober in een persbericht. En toen de Kamerleden vorige week donderdag om opheldering vroegen, meldde de staatssecretaris dat „de aanvang van de testfase is verschoven van november 2012 naar februari 2013.”

Maar klopt dat wel? NRC Handelsblad stelde schriftelijke vragen aan Lockheed Martin. De Texaanse vliegtuigbouwer meldde dat de testfase in verschillende ‘blokken’ was opgeknipt. Het testen van de ‘block 3’ (de versie van de JSF die relevant is voor Nederland) „zal plaatsvinden van augustus 2013 tot april 2014”, zo meldde het bedrijf. Volgens Lockheed zijn de verschillende data voor de tesfase „in maart 2008 herzien door de Amerikaanse regering”. Maar pas vorige week maakte De Vries in de Kamer echter voor het eerste melding van uitstel.

Volgens een woordvoerder van Defensie is dat conform de feiten. Om mee te kunnen doen met de testfase moeten Nederlandse piloten vanaf 2011 worden opgeleid voor het vliegen van de JSF. Nederland moet zich daarvoor ‘inkopen’ met een eerste JSF-toestel: „Alleen dan heeft Nederland recht op een aantal vlieguren uit de pool van de testtoestellen.”

Een meerderheid in de Kamer wil nu enkele maanden uitstel om een betere vergelijking van de Saab Gripen en de JSF mogelijk te maken. Maar volgens Saab-directeur Kemp overwegen de Zweden de handdoek in de ring te werpen. „Als dit geen transparant proces is, moeten we onze deelname opnieuw evalueren”. Al eerder dit jaar lieten twee andere concurrenten van de JSF, Eurofighter en Rafale, weten niet meer mee te willen doen. „Misschien hadden ze gelijk”, zegt Kemp.

Lees de antwoorden van Saab via nrc.nl/jsf