Coltan en kobalt voeden geweld in Oost-Congo

Congo en Rwanda praten met elkaar over oplossingen voor het conflict in Oost-Congo. Alle betrokken partijen negeerden eerdere afspraken.

Terwijl de presidenten van Congo en Rwanda vandaag met elkaar om de tafel gaan in Kenia, woeden tweeduizend kilometer verderop in Oost-Congo nieuwe gevechten. De rebellen van Tutsi-krijgsheer Laurent Nkunda, die vorige week grote delen van de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu veroverden op regeringstroepen, namen gisteren opnieuw dorpen in, dit keer op de Mai Mai-milities die de Congolese regering steunen.

Het is niet moeilijk om een lijstje met prioriteiten op te stellen voor een structurele oplossing voor het slepende conflict in Oost-Congo. Twee vraagstukken staan daarbij centraal: dat van de toegang tot bodemrijkdommen zoals koper, kobalt en coltan – een onmisbaar bestanddeel van mobiele telefoons, en dat van de ontwapening van milities en rebellengroepen.

Congo en buurland Rwanda, dat in ieder geval langs indirecte weg betrokken is bij het conflict in Oost-Congo, hebben over deze onderwerpen eerder al akkoorden gesloten. Na de oorlogen tussen 1996 en 2003 in Congo die ruim vijf miljoen levens kostten. En vorig jaar. Maar nooit werden de afspraken nagekomen, door een mengeling van onwil en onmacht bij alle betrokken partijen, van de regeringen in Congo en Rwanda tot de gewapende milities en de VN-vredesmissie in Oost-Congo.

Vanaf vandaag proberen Congo en Rwanda het opnieuw. Tenminste, ze zeggen dat ze het proberen. De gesprekken in Nairobi werden noodzakelijk door het offensief van Nkunda, met wie Congo weigert rechtstreeks te praten omdat het hem ziet als een oorlogsmisdadiger. Nkunda weet echter dat zijn belangen vertegenwoordigd zullen worden door de door Tutsi’s geleide regering van Rwanda.

Nkunda eist dat het contract dat de Congolese president Joseph Kabila recentelijk sloot met China, van tafel gaat. Volgens die afspraak bouwt China 6.000 kilometer (spoor)wegen en honderden scholen, universiteiten en ziekenhuizen. Kosten: 9 miljard dollar. In ruil daarvoor mag China twintig jaar lang koper, coltan, diamant en andere ertsen winnen in Congo – grondstoffen die ook Nkunda najaagt door mijnen in Oost-Congo te runnen en burgers te belasten voor de handel in bodemschatten.

Voorts wil Nkunda dat Kinshasa werk maakt van de ontwapening van de FDLR, milities van Hutu’s die naar Oost-Congo vluchtten nadat ze hadden meegedaan aan de genocide op Tutsi’s in Rwanda in 1994. Volgens Nkunda bedreigen de FDLR de Tutsi-minderheid van zo’n 20 procent in Oost-Congo.

Kort na de bekendwording van de Chinees-Congolese grondstoffendeal startte Nkunda zijn jongste offensief in Noord-Kivu, waar veel ertsmijnen zijn. De grondstoffen uit Noord-Kivu worden al jaren verder vervoerd via Rwanda. Volgens de VN werden vorige week vanuit Rwanda granaten afgevuurd op Congolese troepen die probeerden de rebellen van Nkunda te stuiten.

Een rechtstreeks verband tussen de ‘Congo-deal’ en het recente geweld staat niet onomstotelijk vast. De deal gaat vooral over delfstoffen in Noord-, West- en Zuid-Congo. Nkunda houdt zich op in Oost-Congo. „Toch is de ‘Congo-deal’ belangrijk voor Nkunda, voor een ander doel misschien, namelijk om zich te profileren als politicus in plaats van krijgsheer, als bevrijder van heel Congo”, zegt Carina Tertsakian van Global Witness, een Britse organisatie die de rol van grondstoffen in gewapende conflicten bestudeert.

Al ruim tien jaar lang is het regime, dat in 1994 in Rwanda de macht greep, actief in Congo. In 1996 stuurde Rwanda de rebellenbeweging aan die Laurent Kabila aan de macht hielp. Twee jaar later wilde de nieuwe Congolese president van zijn voormalige bondgenoten af, wat uitliep op een vijf jaar durende oorlog waarbij diverse buurstaten waren betrokken. De nieuwe president van Congo, Joseph Kabila, tekende in 2002 een vrede waarmee Rwanda pas akkoord ging nadat het zich verzekerd wist van politieke, militaire en economische zeggenschap in Oost-Congo.

Die invloed dreigde verloren te gaan na de democratische verkiezingen in 2006 in Congo. De sterk aan Rwanda gelieerde, tot dan toe in Noord-Kivu invloedrijke Rassemblée Democratique du Congo (RDC) verloor namelijk. Nkunda, die in 2004 had gebroken met het Congolese leger, concentreerde zijn militaire activiteiten daarna op Goma en omstreken. Hij exploiteert er de grondstoffen terwijl hij zich opwerpt als beschermheer van Tutsi’s.

Kabila heeft vorig jaar beloofd dat hij de Rwandese Hutu-milities in Oost-Congo zal ontwapenen en uitleveren aan Rwanda. In plaats daarvan werkt hij met sommige milities samen. Weer andere milities opereren buiten het gezag van Kabila om en plunderen mijnen. Dat doen ze samen met regeringssoldaten, die niets verwachten van hun uiterst zwakke president en vooral aan zichzelf denken, zoals de afgelopen weken bleek toen ze Goma plunderden. Zolang Congo de Hutu-militanten niet aanpakt, biedt het Nkunda alle ruimte om de beschermheer te blijven spelen, en Oost-Congo te ontwrichten.