Buitenkantje

Op een windstille zondagmiddag in november streden Nederland en België om een toegangskaart voor het WK van 1974. Tegen het einde van een harde en nerveuze wedstrijd in het Olympisch Stadion van Amsterdam gebeurde iets ongelooflijks. Namens België mocht Paul van Himst een vrije trap nemen aan de linkerkant van het veld, een meter of twintig meter over de middenlijn. Even later draaide de bal over de hoofden van de Nederlandse verdediging naar de verste paal, waar Jan Verheyen de bal simpel binnen schoot.

Het is een veel gememoreerd voorval. De goal werd ten onrechte afgekeurd voor buitenspel, zodat Oranje – onverdiend kun je zeggen – wel en België niet naar het WK in West-Duitsland ging. Wat een blunder van de scheids- en grensrechter! Wat een gevolgen! Maar wie nu nog eens terugkijkt naar de 35 jaar oude beelden wordt vooral getroffen door de wijze waarop de vrije trap was genomen. Met de buitenkant. De technisch vaardige Van Himst had geen enkele moeite de bal over een afstand van pak ’m beet veertig meter te trappen met de buitenkant van zijn rechtervoet en hem precies te laten neerkomen waar hij wilde.

De bal van ‘Polleke Gazon’ baarde geen opzien – de commentator zei er niets over. Nu zou hij woorden te kort komen als een dergelijke bal met de buitenkant werd getrapt. In de jaren zeventig was schieten en passen met de buitenkant nogal hip. Je onderstreepte er je klasse mee. Sterren als Franz Beckenbauer, Willem van Hanegem, Johan Cruijff en Günter Netzer, maar ook voetballers van minder aanzien schiepen er genoegen in de riskante buitenkant te verkiezen boven de veiligheid van de binnenkant. Brutaal en kunstzinnig lieten de meesters van de buitenkant hun balletjes tollen door het luchtruim. Hooghartig showden zij hun verfijnde ‘buitenkantjes’ als vertrekpunten van het onverwachte.

Afgelopen woensdag telde ik in het Champions League-duel tussen de Europese topclubs Real Madrid en Juventus niet meer dan drie buitenkantjes. En alle keren leek de buitenkant eerder uit noodzaak te zijn benut dan uit liefde. Zie hoe de rechtsbenige Ryan Babel zijn verdediger passeert aan de linkerkant en dan niet weet wat hij moet doen. Net als vele andere aanvallers ‘legt’ hij de bal dan vaak ‘terug’ voor zijn goede voet om hem alsnog met de binnenkant voor te zetten. Omdat hij niet kan voorzetten met links, roepen zijn critici. Omdat hij niet durft te trappen met zijn buitenkant, vermoed ik. Je zou het een verschraling van het voetbal kunnen noemen. Nog even en het pronkjuweel van de traptech'niek is uitgestorven.