Bittergarnituur

De familie rust met het hoofd tegen de muur. Maarten Doorman en Fredie Beckmans bezoeken graven van filosofen.

Röcken is niet groter dan een doormidden gescheurde postzegel. De stilte van Nietzsches graf hangt overal, al koert er een duif en keft ver weg een hond door roestig gekakel achter een heg.

In drie graven rust de familie Nietzsche met het hoofd tegen de muur van het negenhonderd jaar oude kerkje. Rechts de zo vroeg gestorven vader, die er dominee was. In hetzelfde graf het nog geen half jaar later gestorven broertje van de toen vijfjarige Fritz, en bovenop de moeder, die pas stierf toen hij een beroemd filosoof was, en reeds geruime tijd krankzinnig.

Links ligt hij zelf, half onder een taxus, als garnituur naast zijn centraal gelegen zuster Elisabeth. Zij zorgde voor Friedrich toen hij raar werd en ze ontfermde zich bovendien over zijn intellectuele nalatenschap. Door haar toedoen werd hij de filosoof van de Wil tot Macht, van een denken dat zo prachtig bij de nieuwe tijd van de nazi’s leek aan te sluiten. Berucht is de foto waarop ze als een stramme oude vrouw Adolf Hitler in het Nietzsche-archief van Weimar verwelkomt.

Om de hoek van de straat hangt een spandoek dat filosofisch protesteert ‘tegen de verdrijving en ontworteling van de mens in de 21ste eeuw’. Het richt zich tegen de voorgenomen grootschalige winning van bruinkool in het gebied, die dorpen als Röcken van de kaart dreigt te vegen, met kerk, begraafplaats en al. Nietzsche bespotte de Duitse grondigheid met een vooruitziende blik.

Zoals hij zich met al zijn filosofisch vernuft tegen de ideale wereld van Plato keerde, tegen de levensverzaking van Schopenhauer, tegen de neerbuigende leer van de naastenliefde en tegen de bigotte wereld van het christendom waarin hij ooit als kind zo gelukkig was geweest, hier, bij dit stille kerkje. Daarna kon hij alleen nog lachen op papier.

Ter hoogte van zijn graf heeft de muur een andere kleur, net als aan de noordzijde. Ooit had het kerkje zijbeuken, lijkt het, en dan ligt uitgerekend Nietzsches hoofd binnen de oorspronkelijke muren. Hij dacht het christendom te hebben afgeschaft, maar wie het laatst lacht, lacht het best. Als niet de bruinkool alles wegvaagt.