'Zelfs je dromen kun je met animatie echt maken'

Het Holland Animation Film Festival biedt vijf dagen lang een podium voor de beste Nederlands animatie. Films-over-films en het Droste-effect blijken zeer in trek.

„Er zijn mensen”, zegt de Amsterdamse animatiefilmer Rosto A.D. aan de telefoon in zijn atelier, „die de animatiefilm het ultieme genre vinden. Je kunt er alles in doen. Animatie betekent letterlijk het tot leven brengen van dode dingen. Als je het kan dromen, kun je het maken.” Zijn nieuwste film Thee Wreckers: No Place Like Home beleefde gisteren zijn wereldpremière op het twaalfde Holland Animation Film Festival in Utrecht, dat een podium biedt voor het beste van Nederland op animatiegebied.

No Place Like Home is een puzzelstukje uit Rosto’s alomvattende multimediaproject Mind My Gap, dat inmiddels een site, films en een graphic novel omvat. Hoofdpersonen Buddybob en Diddybob kennen we bijvoorbeeld al uit Jona/Tomberry van drie jaar geleden. Maar nu zijn ze dood, of bijna dood, en of ze tot leven komen in de hotelkamer waar ze naar herhalingen van hun leven op tv kijken, is maar helemaal de vraag.

Rosto is dol op verhaalwerkelijkheden die als spiegelsplinters uiteen spatten of zich als bloemblaadjes over elkaar heen vouwen. Films over films, films met een Droste-effect worden tegenwoordig meer dan ooit tevoren gemaakt. Filmmakers reflecteren zo op onze werkelijkheid die als steeds fragmentarischer wordt beleefd. „De vraag wat realiteit is, is een oer-thema van de cinema. Wat mijzelf betreft: ik tap uit het expressionisme, wil dingen naar buiten brengen die diep zitten en de collectieve, geaccepteerde werkelijkheid ter discussie stellen.”

Erik van Schaaik maakte met The Phantom of the Cinema ook een filmpje over het leven achter de filmwerkelijkheid. Waar Rosto aan drie dimensies nog niet genoeg heeft, hield hij het simpel. Bedrieglijk, zo blijkt. Van Schaaik: „Het is allemaal digitaal, tekeningen gebruik ik alleen nog in de schetsfase. Maar ik ben niet zo’n fan van reclameglossy. Dus ik maak het weer een beetje vies, alsof het met de hand getekend is.”

Van Schaaik greep terug op de eerste vorm van film: het schimmenspel. Hij neemt de toeschouwer mee in de wereld achter het filmdoek, waar een operateur, een dame van de retirade en een bioscoopbaas proberen de uit de spoel gelopen film van The Phantom of the Cinema weer in het gareel te krijgen. Wat is nu de film? De film op het doek, of de film achter het doek? Van Schaaik: „Ik kon dus geen gebruik maken van gezichtsuitdrukkingen of kleur, had alleen de beschikking over lichaamstaal. Mijn poppetjes moesten enorm goed kunnen acteren. Daar was de software erg handig voor. Op de ouderwetse manier had dat er misschien wel beter uitgezien, maar veel langer geduurd. Maar ik heb meer ideeën dan tijd.”