Verwacht niet te veel van Barack Obama

Enorm enthousiasme in Europa over Obama. Maar buitenlanddeskundigen temperen de verwachtingen. ‘Hij blijft wel een Amerikaan.’

Vrijwel alle landen in Europa hebben Barack Obama een open doekje gegeven. Eindelijk. Bush weg, in het Witte Huis komt weer iemand met je redelijk kunt praten. Het woord ‘trans-Atlantisch’ is weer cool, want wie wil er niet samenwerken met iemand die geschiedenis aan het schrijven is. Maar in de overwinning van Obama schuilt voor Europa ook een gevaar: te groot optimisme.

Het is de basso continuo in gesprekken met vier mensen die in hun werk veel te maken hebben met de relaties tussen de VS en de Europese landen. Pas op: de wereld is snel aan het veranderen. Obama zal niet zomaar de draad oppakken waar Clinton acht jaar geleden is gestopt. Europa moet zelf zijn problemen oplossen en niet vol verwachting naar Obama kijken. En bovendien: ook onder Clinton was duidelijk dat Amerikanen wezenlijk anders omgaan met militaire macht en internationale organisaties.

„In Duitsland waarschuw ik mensen dat ze niet zulke hoge verwachtingen moeten hebben. Dat kan alleen maar leiden tot frustraties,’’ zegt Karsten Voigt, namens Buitenlandse Zaken in Berlijn belast met de Duits-Amerikaanse betrekkingen. Milieuproblemen? „Het bewustzijn daarvan staat in de VS niet op dezelfde hoogte als in Europa.” Meer samenwerking met internationale organisaties, erkenning van de rechtsmacht van het International Strafhof? De Europese landen zijn min of meer genoodzaakt daarvoor te kiezen als ze iets willen in de internationale politiek, maar „voor Amerikanen is dat maar één van de opties’’.

Desondanks gelooft Voigt, een sociaal-democraat, dat er veel kansen en mogelijkheden zijn om de trans-Atlantische betrekkingen te laten opbloeien. Want uiteindelijk zijn er veel gedeelde waarden: het geloof in een pluralistische democratie, bijvoorbeeld, het belang van een rechtsstaat, en, nog steeds, het geloof in een markteconomie.

Hubert Védrine, een Franse oud-minister van Buitenlandse Zaken, socialist, noemt dezelfde voorbeelden van gedeelde waarden. Maar in zijn ogen zijn er zulke grote verschillen in de uitwerking ervan, dat het niet zo vruchtbaar is om bomen op te zetten over de trans-Atlantische relatie. „Om te beginnen zijn de Europeanen het onderling al niet eens over de details van deze principes. Onder Bush viel dat misschien wat minder op, omdat niemand het eens was met wat Bush in de wereld deed. Eerst moet Europa maar eens proberen een coherent standpunt te vinden over het beleid ten aanzien van Rusland, van China. Dan pas kunnen we gaan praten over een relatie met de VS. Laat niemand denken dat Obama een ‘Europese’ president wordt.’’

Mark Leonard gaat daarin nog een stap verder. Hij leidt in Londen de European Council on Foreign Relations, een Europese denktank. Een paar jaar terug schreef hij een boek waarin hij voorspelde dat dit de Europese eeuw zou worden. Nu is hij daar minder stellig over, maar hij vindt nog steeds dat Europa zelfstandiger moet worden en niet meteen moet focussen op relaties met wie dan ook.

„Bij dat praten over die trans-Atlantische relatie ging het vooral om het zoeken van een oplossing voor problemen van Europa, in de tijd van de Koude Oorlog. Nu moet Europa leren zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen. De afgelopen acht jaar waren we geobsedeerd door de Verenigde Staten. In plaats van dat we een eigen buitenlands beleid ontwikkelden, hebben de Europeanen in wezen weinig anders gedaan dan voortdurend commentaar leveren op wat de VS deed. Europa moet leren zijn eigen bronnen van macht en invloed in te zetten, zelf oplossingen te bedenken voor mondiale problemen. Of het nu genocide in Darfur is of de vogelgriep. Als we een probleem zien, moet onze eerste vraag zijn: wat kunnen we daaraan doen? En niet: hoe kunnen we het Amerikaanse beleid veranderen? En juist omdat het mondiale problemen zijn, moet je ook de andere grootmachten erbij betrekken. In een multipolaire wereld is het niet langer zo dat als de Europese Unie en de VS het ergens over eens worden, dat het probleem dan is opgelost.’’

Iemand als Timothy Garton Ash, de Britse historicus, pleit voor het zo snel en nauw mogelijk aanhalen van de banden tussen Europa en de VS. De ‘Westerse waarden’ die ook Védrine en Voigt noemden, dreigen in het gedrang te komen en moeten verdedigd worden tegen het radicaal andere wereldbeeld van landen als China en Rusland. In de omhelzing met de VS moet Europa zijn identiteit vinden. In de woorden van Voigt: Europa als „gewicht, niet als contragewicht”.

Maar Védrine en Leonard zien liever wat meer Europees zelfbewustzijn, een onderscheidener identiteit. En voor Lucio Caracciolo, hoofdredacteur van Limes, een Italiaans tijdschrift over internationale politiek, is heel deze discussie ingehaald door de feiten. „Er zijn heel wat zaken belangrijker dan de relatie tussen Europa en de Verenigde Staten. Amerika is nog steeds een leidende macht. Maar voor Washington is de relatie met China veel en veel belangrijker. En niet alleen als opkomende wereldmacht, maar ook als een land dat een groot deel van de Amerikaanse schuld bezit. Het percentage schatkistpapier in handen van een land is een goede indicatie van hoe belangrijk dat land voor Amerika is. In dat opzicht telt Europa weinig mee. Ik geloof dat het percentage alles bij elkaar niet meer is dan tien procent.’’

Drie van de vier gesprekspartners verwachten dat Afghanistan hét probleem wordt. De posities zijn duidelijk. Obama heeft gezegd dat hij extra troepen daarnaartoe wil sturen en zal in Europa gaan collecteren. Maar geen enkel Europees land voelt ervoor om mee te doen. Voigt verwacht als enige dat het zo’n vaart niet zal lopen, in ieder geval niet in Duitsland. „Iedereen in Washington weet dat daar bij ons in het parlement geen meerderheid voor is, dus ons zal niets gevraagd worden, zeker niet in een verkiezingsjaar.’’ Volgend najaar zijn in Duitsland parlementsverkiezingen.

Maar voor Leonard wordt dit „een felle botsing die je van verre aan kunt zien komen.’’ Hij ziet Afghanistan als een soort lakmoesproef voor de relatie tussen de VS en de Europese landen onder Obama. Stijl is daarbij erg belangrijk. Voigt: „Deze mix van Martin Luther King en J F Kennedy valt bijzonder goed in Europa.’’ Védrine: „Het wordt allemaal een stuk makkelijker, en een stuk prettiger, nu aan het hoofd van zo’n hypermacht een intelligent en praktisch man staat als Obama.” En Leonard: „Als Obama erin slaagt een aantal van de zondes van de mondiale oorlog tegen de terreur ongedaan te maken, de oprichting van nieuwe internationale organisaties voor klimaatbeheer te steunen, en een ander standpunt in te nemen over het Internationale Strafhof, zou dat een enorm symbolisch effect hebben op de Europese Unie. Zonder te vergeten dat het aan Europa is om ons hard te maken voor ónze manier om dingen te doen.’’