Uitbreiding is geen probleem, maar een oplossing

De korte oorlog tussen Georgië en Rusland onderstreept het belang van de Europese Unie bij goede betrekkingen met Turkije, aldus de Europese Commissie.

Voor wie nog twijfelt aan de uitbreiding van de Europese Unie, had Olli Rehn gisteren enkele nieuwe argumenten. De Fin Rehn, Europees Commissaris voor Uitbreiding, presenteerde zijn jaarrapporten over kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaatlidstaten.

Rehn begon met de financiële crisis. Landen in Zuidoost-Europa die bij de EU willen komen, beginnen daarvan ook de gevolgen te voelen, zei hij. De EU moet hen daarom helpen. „Uitbreiding is geen probleem, maar een deel van de oplossing om er voor te zorgen dat dit gedeelte van Europa weer opleeft.”

Rehn had goed nieuws voor kandidaat-lid Kroatië. Onderhandelingen over toetreding met dat land kunnen worden afgerond in 2009. En Turkije, eveneens kandidaat-lid, waar hij net als vorig jaar wel kritiek op uitte, heeft er een nieuwe reden bij gekregen om te mogen rekenen op belangstelling van de EU.

„Recente gebeurtenissen hebben de belangrijke rol van Turkije onderstreept”, zei Rehn. Hij bedoelde: door de oorlog tussen Rusland en Georgië is nog eens duidelijk geworden dat Europa meer aanvoerlijnen nodig heeft voor gas. Een belangrijke nieuwe aanvoerpijplijn – de Nabucco – loopt door Turkije.

Turkije wordt wel aangemoedigd de vrijheid van meningsuiting te verbeteren en de rechten van minderheden. „Maar dat zei Rehn vorig jaar ook al”, zegt Joost Lagendijk, Europarlementariër voor GroenLinks en Turkije-specialist. „Ik ben een beetje bang dat men in Turkije zal denken: we zijn zo belangrijk voor de EU, wie maakt ons nog wat?”

Rehn wees er op dat Turkije artikel 301 van het wetboek van strafrecht onder druk van de EU heeft aangepast. Dat artikel verbiedt het beledigen van de Turkse nationaliteit en staat. „Dat artikel is nu zo aangepast, dat de minister van Justitie het goed moet keuren als iemand op basis daarvan wordt vervolgd”, zegt Lagendijk. „Ik heb dat verdedigd als een verbetering, omdat ik dacht dat er in de praktijk dus geen gebruik meer van zou worden gemaakt. Maar het afgelopen jaar heeft de minster 37 aanklachten goedgekeurd.”

Ook voor Servië had Rehn goed nieuws. Dat land, zei hij, kan in 2009 mogelijk kandidaat-lid worden. Servië is onderwerp van hevige discussie in de EU. De meeste lidstaten vinden dat het land handelsvoordelen moet krijgen, als beloning voor het uitleveren van Radovan Karadzic. Nederland en België houden dat tegen.

Behalve Turkije en Kroatië is ook Macedonië kandidaat-lid. De onderhandelingen daarmee zijn nog niet begonnen en Rehn wilde ook nog niet zeggen wanneer die zouden kunnen beginnen.

Landen die niet officieel kandidaat-lid zijn maar wel bij de EU willen (Montenegro, Albanië, Bosnië en Kosovo) hebben alle wel ergens vooruitgang geboekt, zei Rehn. Zorgen zijn er vooral over de corruptie in die landen.

Maar kán de Europese Unie wel verder uitbreiden? Nogal wat EU-leiders hebben in het verleden gezegd dat het nieuwe verdrag – het Verdrag van Lissabon – dan eerst in werking moet treden. Met name Frankrijk en Duitsland stellen zich op dat standpunt.

Rehn zei zich daarover niet veel zorgen te maken „omdat het snelste tijdschema voor Kroatië langzamer is dan het langzaamste tijdschema voor het verdrag”. Met andere woorden: zodra Kroatië daadwerkelijk lid kan worden zullen de Ieren, die het nieuwe verdrag hebben afgewezen, wel een tweede referendum hebben gehouden. Dat is opmerkelijk, omdat de Ierse regering zich daar tot nu toe niet op heeft willen laten vastleggen.