Sparen op IJsland

Welk belang is algemener? Dat van de 120.000 individuele Nederlanders die een spaarrekening bij een IJslandse bank hadden lopen of dat van bijvoorbeeld de provincie Noord-Holland en haar inwoners die, omdat de bank niet meer over dit spaargeld beschikt en het dus ook niet meer van de rekening is te halen, voor 78 miljoen euro het schip in dreigt te gaan? Lastige vraag, die tot verschillende antwoorden en tot een fiks en eigenlijk onverkwikkelijk conflict heeft geleid tussen de rijksoverheid en een aantal decentrale overheden: provincies, gemeenten, een waterschap.

Om bij het voorbeeld van Noord-Holland te blijven: die provincie heeft in diverse landen beslag laten leggen op bezittingen van de bank in kwestie, Landsbanki. Om deze conservatoire maatregelen te effectueren is een procedure nodig, die echter wordt verhinderd door de centrale overheid. Het kabinet vindt dat de getroffen overheden geen eenzijdige stappen mogen nemen, omdat daarmee mogelijk een regeling voor alle Nederlandse crediteuren wordt doorkruist. Dat zou in strijd zijn met het algemeen belang, meent het kabinet, en het zal daarom gebruikmaken van zijn bevoegdheid om dergelijke besluiten van lagere overheden te vernietigen. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland vinden dat het kabinet met het belemmeren van verhaalsacties de normale rechtsgang frustreert en dat dit niet kan worden verdedigd met een beroep op het algemeen belang.

Een paar feiten. Het kabinet zit vast aan zijn belofte aan de individuele spaarders, die in totaal voor 1,6 miljard hadden uitstaan, dat zij per persoon maximaal 100.000 euro van hun tegoed terugkrijgen. IJsland neemt daarbij weliswaar de eerste 20.887 euro voor zijn rekening, maar dat gebeurt dankzij een lening van de Nederlandse overheid die veiligheidshalve bij De Nederlandsche Bank (DNB) staat geparkeerd. Daarmee was het kabinet zeer coulant voor deze spaarders die, toen ze hun rekening openden, wisten of konden weten dat de kredietgarantie ten hoogste 38.000 euro bedroeg. Een ander feit is dat, volgens een inventarisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken, de 23 overheden die geld bij de IJslandse bank hadden uitstaan (in totaal 400 miljoen euro) niet in acute financiële problemen komen als zij naast dit bedrag grijpen.

Gegeven deze omstandigheden is het gewenst dat bij acties richting IJsland de centrale regie in handen blijft van minister Bos (Financiën, PvdA) en dat lagere overheden daar niet doorheen marcheren. Voorzover zij zich niet schuldig hebben gemaakt aan speculatieve bancaire activiteiten, wat in strijd met de wet zou zijn, valt het provincies en gemeenten echter niet kwalijk te nemen dat zij voor hun eigen belang c.q. dat van hun inwoners opkomen. Ook al omdat de IJslandse bank een stempel van goedkeuring van DNB had gekregen. Gegeven de wens tot centraal gecoördineerde actie ligt het dan voor de hand dat de rijksoverheid niet alleen individuele spaarders van royale garanties voorziet, maar zich ook bekommert om de positie van de decentrale overheden.