Sfeer van saamhorigheid bij expressieve Van Dongen

Cabaret Nikè, door Lenette van Dongen. Gezien: 1 nov Oude Luxor, Rotterdam. Tournee t/m 6 juni. Inl: www.harrykies.nl

De zolder opruimen is een uiterst bruikbaar thema voor een cabaretprogramma. De cabaretier kan het weggooien van oude spullen letterlijk nemen en er grappen en verhalen aan ophangen. Maar het thema leent zich tevens heel goed om er een symbolische betekenis aan te geven. Ook de bovenkamer is immers af en toe hoognodig aan uitmesten toe.

Lenette van Dongen grijpt in haar nieuwe voorstelling Nikè beide mogelijkheden gretig aan. Haar optreden is een aanhoudende stroom van grappige verhalen waarin tegelijkertijd op vrolijke toon allerlei emotionele ballast overboord gaat. Wie, zoals zij, „bijna vijftig, dank u wel” is, mag wel eens wat weggooien.

Na een liedjesprogramma en een rol in de musical Doe Maar is Lenette van Dongen teruggekeerd naar haar comedy-stiel. Nikè bevat nog maar één liedje, door haarzelf begeleid op een speeldoosje. Bovenal legt ze in dit programma een meesterproef af in het maken van contact met de zaal. Vanaf het allereerste moment heeft ze haar publiek in de hand en dat houdt ze anderhalf uur lang vol, met groot overwicht en bewonderenswaardige souplesse. Als ze vraagt of er mensen zijn die op zolder nog spullen hebben staan die ze nooit meer gebruiken en toch niet weggooien – van schriftelijke taalcursussen tot en met cassettebandjes of schildersbenodigdheden – is ieder voorbeeld raak. En op elk antwoord uit de zaal heeft ze een alerte reactie paraat.

Zo schept de cabaretière een sfeer van saamhorigheid, een samenzwering van gelijkgestemden, die tot aan haar allerlaatste woorden glorieus intact blijft. Met herkenning als belangrijkste wapen – ook als het gaat over het fysieke verval dat met de jaren komt. Hoe moet men op zekere leeftijd in vredesnaam flatteus in een bubbelbad stappen? Ze doet dat met hoogstkomisch gevolg voor.

Eens te meer demonstreert Lenette van Dongen in Nikè weer hoe expressief ze is in stem, lijf en leden, hoe theatraal ze kan zijn en hoe haar taal het summum is van beeldende kracht.

„Ik heb een hele goeie bui”, zegt ze als de voorstelling begint, „en die ga ik lekker zelf opmaken.”