Onder de douche met wie je wil

De serie Het ideale energiegewicht geeft tips en trucs om energie te besparen.

Vandaag: afvallen met warm water of koud water?

Op 3 september dit jaar presenteerde de commissie Veerman de maatregelen die Nederland moet nemen om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Deze Deltacommissie kwam met een indrukwekkende lijst van te verhogen dijken, zandsuppleties en grotere zoetwaterreservoirs. De boodschap is duidelijk: ons platte landje wordt vanaf zee bedreigd door een aanzwellende hoeveelheid stijgend water en tegelijkertijd in de rug aangevallen door toenemende piekafvoeren van Rijn en Maas. Het wordt hoog tijd om onze waterbouwkwaliteiten af te stoffen en onze vingers gereed te houden om in doorgebroken dijken te steken.

De Nederlandse identiteit is historisch gevormd door de strijd tegen het water. Historici stellen dat deze strijd ons sterk onderling afhankelijk heeft gemaakt en dat het poldermodel daar een directe afgeleide van is. In ieder geval hebben we aan onze unieke relatie met water één van Nederlands oudste politieke instituties over gehouden: het waterschap. En niet te vergeten onze nationale held Jantje Brinkers.

Voor de meeste andere landen in de wereld is het probleem overigens niet een overschot aan water maar juist een tekort. De Nijl is als een kransslagader voor de aangrenzende landen en de verdeling van haar water is een permanente bron van conflict. In China wordt een 307 kilometer lang kanaal aangelegd om water van de Yangtze af te buigen naar het droge noorden. Maar ook in de Verenigde Staten rapporteert ‘Department of Agriculture’ dat het waterniveau van de gigantische Ogallala-aquifer sinds 1980 met 30 tot 40 meter gezakt is. Men denkt dat deze waterhoudende grondlaag de uitputting nabij is, waardoor de graanboeren van Noord-Texas op zoek moeten gaan naar een nieuwe waterbron.

Deze gevallen zijn slechts voorbeelden uit een veel langere lijst, waarop ook het verziltende Aral meer en de opdrogende Niger en Rio Grande staan. De World Water Council, waarbinnen onze kroonprins zeer actief is, spreekt van een op handen zijnde wereldwijde watercrisis. Tot dusverre is er voor dit mondiale probleem een stuk minder aandacht dan voor al die andere crises waar we vandaag de dag mee geconfronteerd worden: die van de energie, het klimaat en de kredietcrisis.

In Nederland is dit gebrek aan aandacht begrijpelijk. Ieder jaar valt er 26 miljard m3 water aan neerslag in ons land en voeren de Rijn, Maas, Schelde en Eems nog eens 85 miljard m3 het land binnen. De landbouw heeft maar zeer beperkt irrigatiewater nodig doordat het zo veel regent. En voor ons drinkwater gebruiken we maar één procent van de beschikbare hoeveelheid zoet water, ondanks het feit dat we ook onze wc’s ermee doortrekken.

Goed nieuws dus. Vanaf nu kan de kraan vol open tijdens het tanden poetsen, trek je bij elke plas nog eens lekker stevig door en trakteer je jezelf op een muzikale toegift onder de douche, want er is gemiddeld genomen toch water genoeg. Waarom staat dit artikel dan in de krant en wat heeft het eigenlijk met Het Ideale Energiegewicht te maken?

Op de meeste kranen zitten twee knoppen: één voor koud en één voor warm. En die tweede knop is de reden dat overmatig watergebruik niet goed is voor je energiegewicht. Want het opwarmen van water vraagt om flink wat gas of elektriciteit. De eenheid kilocalorie is zelfs gedefinieerd als de hoeveelheid energie die nodig is om één liter water één graad warmer te maken.

Laten we op basis daarvan eens kijken hoe lang je kunt douchen als je zelf de energie zou leveren uit je dagelijkse voedingsbehoefte van 2.000 kilocalorieën (kcal). Douchewater moet verwarmd worden van ongeveer 14 graden in het leidingnet tot 38 graden, of wat lager op een brakke zondagochtend. Dus voor elke liter is ongeveer 24 kcal energie nodig. Zelfs met een omzettingsefficiëntie van 100 procent zouden we met het eigen lichaam nauwelijks meer dan tachtig liter warm water per dag kunnen maken, krap genoeg voor acht minuten doucheplezier.

Gelukkig gebruiken de meeste Nederlandse huishoudens aardgas uit eigen bodem voor dit klusje. Het maken van warm water is goed voor gemiddeld twintig procent van de gasrekening en daarmee ongeveer 170 euro jaarlijkse kosten. De simpelste besparingsmogelijkheid is een minuutje korter douchen dan je normaal zou doen. Doet iedereen in Nederland dat, dan zouden we 130 miljoen m3 minder aardgas nodig hebben en de uitstoot van 250 miljoen kilo CO2 vermijden.

Als douchen je dagelijkse rustmoment is en je dat liever niet wilt inkorten, dan kan je energiegewicht misschien worden verlaagd door de aanschaf van een waterbesparende douchekop. Deze zijn al verkrijgbaar vanaf 10 euro en hebben een water doorstroom van 5 tot 7 liter per minuut, tegen 10 liter voor een normale kop. Door een verfijnde verdeling heb je desondanks niet het gevoel dat je onder een druppelstraal staat. Je kunt het waterverbruik per persoon ook halveren door je douche te delen met een persoon naar keuze.

De fans van Eigen Huis & Tuin nemen misschien liever een maatregel waarbij de gereedschapskist weer eens uit de schuur gehaald kan worden. Voor hen is een warmteterugwin (wtw)-installatie interessant. Dit systeem laat het afvoerwater door een warmtewisselaar stromen, waarin de restwarmte wordt overgedragen aan de aanvoerleiding die naar de koudwateraansluiting van de mengkraan loopt. Hierdoor hoeft er minder water uit de warmwaterleiding te komen en kan de ketel, geiser of boiler een tandje lager. Een wtw-installatie is verkrijgbaar vanaf 500 euro. Deze investering verdient een gemiddeld huishouden binnen tien jaar terug. De website van Milieu Centraal (www.milieucentraal.nl) biedt meer informatie over deze installaties.

Hoewel het besparen van energie in Nederland urgenter is dan het besparen van water, heeft ook ongebreideld gebruik van koud water een aantal nadelen. Op de eerste plaats is er energie nodig voor de winning en zuivering van drinkwater en het rondpompen in het leidingnet, maar dat is relatief weinig. Op de tweede plaats valt er weliswaar gemiddeld voldoende neerslag in Nederland, maar zijn er wel degelijk droge zomers waarin watertekorten optreden. Verder wordt ongeveer 60 procent van het Nederlandse drinkwater onttrokken aan diepe grondlagen, die uiterst traag ververst worden. Een te snelle winning kan de verversingscapaciteit gemakkelijk te boven gaan. Om deze redenen zijn een regenton in de tuin, beperkt sproeien en autowassen met een emmer nog steeds nuttig.

Water leidt niet alleen tot energiegebruik, het is tegelijkertijd een bron van duurzame energie. Al bijna een eeuw lang wordt er elektriciteit opgewekt uit het verval van rivieren. In Noorwegen zorgen stuwdammen voor meer dan 95 procent van de totale elektriciteitsproductie. Helaas is het verval van de Rijn in Nederland tussen Lobith en de zee slechts 16 meter. Ook zou er bovenstrooms nogal wat protest ontstaan als we bij Tiel een stuwmeer in de Waal zouden gaan aanleggen.

Veelbelovende nieuwe technologie wordt ontwikkeld op het gebied van golfenergie, getijdenenergie en zoet-zoutmenging. Vorig jaar is er een testinstallatie voor de kust van Portugal geïnstalleerd die nog het meest weg heeft van een gigantische rode zeeslang, maar ondertussen wel 2.2 megawatt elektrisch vermogen aan de golfslag onttrekt. In Nederland wordt met name hard gewerkt aan een proefinstallatie op de afsluitdijk die met membraantechnologie elektriciteit opwekt uit de energie die vrijkomt bij het mengen van zoet en zout water.

Ook dichter bij huis kan duurzame energietechnologie op watergebied ingezet worden; denk bijvoorbeeld aan een zonneboiler. Deze komt volgende week aan bod als we alle mogelijkheden bespreken waarop je zelf duurzame energie kunt opwekken.

Voor het verifiëren van cijfers en feiten in deze serie is dank verschuldigd aan Milieu Centraal, www.milieucentraal.nl