Lotje is verdrietig omdat haar vis dood is ? Goed!

Tussen het derde en twaalfde levensjaar leren kinderen zich inleven in anderen. Rond hun zesde kent dat leerproces een dipje, ontdekte Els Blijd-Hoogewys.

Lotje loopt naar de viskom. Haar visje is dood. Kijkt Lotje bang, boos, verbaasd, verdrietig of gewoon? Kinderen die het goede antwoord geven (verdrietig) en daarbij het goede plaatje weten aan te wijzen (gezicht met traantjes) en hun keuze kunnen motiveren (Lotje is verdrietig omdat haar vis dood is), behalen de hoogste score in de test die Els Blijd-Hoogewys (1973) ontwikkelde om de Theory of Mind, of ‘sociaal snapvermogen’, van kinderen tussen drie en twaalf jaar oud te meten. Vandaag promoveert de Vlaamse ontwikkelingspsychologe aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar onderzoek naar het vermogen van kinderen om zich in te leven in de gedachten en gevoelens van anderen.

Tien jaar onderzoek leverde opmerkelijke resultaten op. Kinderen vertonen in de eerste helft van hun zesde levensjaar een „aanzienlijke terugval” in de ontwikkeling van hun sociaal cognitief vermogen. Blijd-Hoogewys: „Dat is een belangrijke ontdekking. Het kan voorkomen dat psychologen meteen aan autisme denken, wanneer kinderen even in een dipje zitten.” Een verklaring voor de terugval heeft ze niet, wel een hypothese: „Ik denk dat kinderen eerst intuïtief hun sociaal snapvermogen ontwikkelen en vanaf hun zesde bewust. Mogelijk gaan ze dan andere hersengebieden aanspreken. Als je van strategie verandert, wankel je even. Dat heeft niets met leeftijd te maken; zo ontwikkelen mensen zich.”

Kan de terugval niet worden veroorzaakt doordat kinderen op die leeftijd leren lezen en schrijven ?

„Het is eerder andersom. Niet voor niets leren wij kinderen op die leeftijd lezen en schrijven. De dip is een teken dat het brein klaar is om aangeleerde vaardigheden vast te leggen.”

Waarom is die terugval rond het zesde levensjaar nu pas ontdekt?

„In de psychologie gaat men er meestal van uit dat de ontwikkeling lineair is, of in golven gaat, niet dat er terugval kan optreden. Ik heb statistieken gebruikt die dat wél laten zien. Bovendien wordt het meeste onderzoek naar sociaal cognitieve vaardigheden gedaan bij kinderen tot vijf jaar, want die hebben het grootste deel van hun ontwikkeling gehad.”

Rond het vierde levensjaar ontwikkelt het sociaal cognitief vermogen zich het snelst. Blijd-Hoogewys: „Dan leren kinderen meegaan met de verkeerde gedachte van een ander, terwijl ze zelf de waarheid kennen.” Een kind van drie denkt bijvoorbeeld dat Lotjes opa zijn sigaren zal zoeken in de kist waar Lotje ze heeft verstopt, een kind van vier begrijpt dat opa de sigaren zal zoeken in het kastje waar Lotjes opa ze eerder zelf heeft opgeborgen.

Waarom heeft u kinderen tot twaalf jaar onderzocht?

„Ik wilde kijken of kinderen met PDD-NOS [een lichte variant van autisme, red.] een vertraagde ontwikkeling vertoonden of een afwijkende, zoals dat bij kinderen met een autistische stoornis wel wordt verondersteld. Uit mijn onderzoek blijkt dat het sociale snapvermogen van kinderen met PDD-NOS zich niet anders ontwikkelt, maar zij lopen wel ongeveer een jaar achter. Tenminste, hun dip zit in het zevende levensjaar.”

Omdat er wel veel onderzoek is gedaan naar het sociaal cognitief vermogen van autistische kinderen maar nauwelijks naar dat van kinderen met PDD-NOS kon Blijd-Hoogewys niet terugvallen op bestaande testmethodes. „Er zijn naar schatting drie tot vier keer zoveel kinderen met PDD-NOS, maar omdat het een ongedefinieerde restcategorie is, vindt men onderzoek naar deze groep lastig.” De testmethode is al vertaald in het Italiaans, Frans, Fins en Chinees (daar heet Lotje ‘klein wolkje’). Blijd-Hoogewys tekende samen met haar promotor Paul van Geert de stripfiguurtjes.

Speelt omgeving mee bij de ontwikkeling van sociaal snapvermogen?

„Ouders kunnen hun kinderen hierbij helpen, door boekjes met hen te lezen en uit te leggen waarom andere kinderen doen wat ze doen. Dat versnelt de ontwikkeling een paar maanden, maar uiteindelijk komen die kinderen niet op een hoger ontwikkelingsniveau. Kinderen uit een laag sociaal milieu, of dove of Chinese kinderen ontwikkelen zich doorgaans later, maar niet anders. Het is een vrij robuuste ontwikkeling, die je niet kunt tegenhouden.”

Chinezen...?

„De Chinese opvoeding is autoritairder dan de onze. In die cultuur gaat het minder over gevoelens waardoor die kinderen vertraging kunnen oplopen.

„Een vertraging van enkele maanden is niet schadelijk, maar ik pleit er wel voor om kinderen met PDD-NOS te helpen hun sociaal snapvermogen te stimuleren. Ik denk dat je sommige dingen op een bepaalde leeftijd moet leren. Na het zevende, achtste jaar is het moment waarschijnlijk voorbij. ”

Hoe train je sociaal snapvermogen?

“Door over gevoelens en gedachten van anderen te praten, bijvoorbeeld aan de hand van mijn takenboekjes. Ik heb achteraf niet de juiste antwoorden gegeven, maar ik zag bij normale kinderen dat ze toch van de test hadden geleerd als ze twee weken later een andere variant deden. Kinderen met PDD-NOS vertoonden na twee weken geen vooruitgang, zij gingen pas vooruit na het afnemen van zes testen over twintig maanden. Testen en behandelen heeft wel degelijk zin voor deze groep.”