Kan een land failliet gaan?

De kredietcrisis heeft er flink ingehakt. Hoe zit dat met die oplopende overheidsschulden, vraagt Hennie Sluimer uit Dordrecht. Kunnen landen ook failliet gaan?

Het antwoord is misschien wat onbevredigend: ja én nee. Personen of bedrijven zijn failliet als ze niet in staat zijn hun schulden te betalen. Of simpel gesteld: wanneer de optelsom van hun bezittingen niet reikt tot de optelsom van alle schulden.

Een dreigend faillissement neemt bij landen de vorm aan van een crisis in de betalingsbalans, de optelsom van betalingen van het buitenland en betalingen aan het buitenland. Dat was begin deze eeuw bijvoorbeeld het geval in Argentinië.

IJsland staat nu op het punt failliet te gaan, en er zijn meer kandidaten. Oekraïne bijvoorbeeld, Hongarije of Pakistan. Tijdens de Azië-crisis van 1997 en 1998 waren veel Aziatische landen in soortgelijke problemen, en wankelde ook Rusland.

Het verschil met een faillissement van een persoon of bedrijf is dat er voor een land geen curator is, die de failliete boedel kan verkopen om de schulden af te betalen. De nationale soevereiniteit staat dat in de weg, en je kunt moeilijk de deurwaarder naar IJsland sturen. Er is wel een alternatief. Als de buitenlandse schulden niet meer betaald kunnen worden, kan het Internationale Monetaire Fonds met een overbruggingskrediet inspringen. En dat gebeurt nu ook.

Het IMF stelt wel voorwaarden voor het op orde brengen van de financiële huishouding. Wat als een land daar niet op in wil gaan? Dan verliest het zijn buitenlandse financiering, en wordt het bijvoorbeeld moeilijk essentiële goederen te importeren. Argentinië liet het er daadwerkelijk op aankomen, en maakte korte tijd een periode van totale ontreddering door, waarbij ruilhandel het geldverkeer verdrong. Het land onderhandelde daarna zelf met zijn buitenlandse schuldeisers, die slechts een fractie van hun uitstaande schulden kregen terugbetaald.

Maakt een faillissement een land tot een paria in het de internationale financiële wereld? Dat valt wel mee. Maleisië kapte tijdens de Aziëcrisis gewoon alle financiële banden met het buitenland. Voorspeld werd dat dit affront het land tot in lengte van tijden zijn reputatie als betrouwbare investeringsplek zou kosten. Maar toen de kapitaalmarkt daarna weer voor buitenlanders openging, vielen die over elkaar heen om er weer in te mogen. Zaken zijn tenslotte zaken.

Maarten Schinkel