Is Obama een nieuwe Kennedy?

De naam van John F. Kennedy viel de afgelopen dagen in de pers minder vaak dan ik had verwacht. Toch moest ik steeds aan hem denken toen ik de extatische reacties op de overwinning van Obama zag.

Ik was pas veertien toen Kennedy in 1960 Richard Nixon versloeg, maar ik kan me nog goed herinneren dat ook hij euforische gevoelens bij het publiek opriep. Ja, ook in Nederland, waar deze spannende verkiezingsstrijd toen al op de voet gevolgd werd. (Ik was, om een duistere reden die ik verdrongen heb, voor Nixon.)

Kennedy was, evenals Obama, als presidentskandidaat betrekkelijk jong (43), aantrekkelijk, een charismatisch spreker en de uitdager van een ervaren politieke rot. En ook Kennedy riep voortdurend dat er ‘change’ moest komen: „The world is changing. The old ways will not do (…) It’s time for a new generation of leadership.”

Kennedy leek net als Obama een aangeboren ‘handicap’ te hebben: niet zijn ras, maar zijn katholieke geloof. Kon een katholiek wel president worden in een overwegend protestantse natie? Men betwijfelde het ernstig.

Toen het Kennedy tóch lukte, overigens met een minimale voorsprong van 100.000 stemmen in de ‘popular vote’, werd zijn zege beschouwd als een grote sprong voorwaarts op het gebied van de religieuze tolerantie. Dat schrijft de biograaf Robert Dallek in zijn biografie John F. Kennedy – An Unfinished Life. Die sprong lijkt in de verte vergelijkbaar met de raciale tolerantie die de blanke kiezers van Obama demonstreerden.

Er zijn ook grote verschillen tussen Kennedy en Obama aan te wijzen. Kennedy kwam, in tegenstelling tot Obama, uit een rijk, machtig milieu, als gevolg waarvan hij al op jonge leeftijd grote buitenlandse reizen maakte en van een indrukwekkend netwerk gebruik kon maken. Zijn vader was Amerikaans ambassadeur in Londen.

Voorzichtig zou ik er nog een ander verschil aan willen toevoegen. Kennedy nam het met de huwelijksmoraal niet bepaald nauw, hij was een uitgesproken rokkenjager die er niet voor terugdeinsde zijn vriendinnen op het Witte Huis te ontvangen. Hij rekende erop dat niemand over zijn escapades zou ‘lekken’.

Over Obama weten we op dit gebied weinig, maar hij lijkt vooralsnog meer een brave family man. Doet dit terzake? Jazeker. Het heeft Clinton als president bijna de kop gekost.

Ook Kennedy zou zich, volgens zijn biografen, met zijn gedrag problemen op de hals hebben gehaald. Tot verbazing van zijn vrienden handhaafde hij de leiders van de CIA en de FBI, respectievelijk Allen Dulles en de beruchte J. Edgar Hoover.

Het verhaal gaat dat Kennedy bezorgd was dat Hoover vernietigende berichten over zijn privéleven zou verspreiden als hij hem uit de dienst ontsloeg. Of, zoals de latere president Lyndon Johnson het op zijn onnavolgbaar grove wijze uitdrukte: het was beter om Hoover in de tent te houden terwijl hij naar buiten piste dan buiten de tent terwijl hij naar binnen piste.

Met zulke besognes zit Obama vermoedelijk niet, maar misschien ervaart hij het als een probleem dat hij, nog meer dan Kennedy destijds, als een soort messias wordt gezien die het heil op aarde zal brengen.