In waterpolostad Gouda is alles weer bij het oude

In de waterpolowereld is er weinig meer te merken van de olympische titel die de vrouwen behaalden. Maar Daniëlle de Bruijn en haar teamgenoten hebben wel voor nieuwe leden gezorgd.

De posters met ‘Gouddaantje’ zijn verdwenen, er staan geen televisiecamera’s meer in het zwembad opgesteld en op zaterdagavond zitten slechts enkele tientallen supporters op de tribune van het zwembad in Gouda.

Vergeleken met het spektakel in Peking is het een sombere bedoening in het Goudse bad. GZC Donk, de ploeg van Daniëlle de Bruijn, topscorer van het olympisch toernooi in Peking waar ze goud won met de Nederlandse ploeg, speelt tegen Polar Bears. De Bruijn doet zelf nog niet mee. In Peking speelde ze nog met een gescheurde kruisband, maar zes weken geleden is ze geopereerd aan haar knie. Waarschijnlijk kan ze in februari pas weer beginnen.

Over twee weken gaat De Bruijn wel als assistent van Arjan Vos, de coach van Donk, aan de slag. „Ik ben net terug van vakantie en heb nog geen training gezien. Het zou een beetje raar zijn als ik nu al op de bank zou zitten.”

De speelster, die dit jaar tot waterpoloster van het jaar werd verkozen, ziet vanaf de tribune hoe haar teamgenoten het moeilijk hebben tegen de ploeg uit Ede. Ze moedigt haar team uit volle borst aan en is verontwaardigd over het mindere optreden van de scheidrechters. Donk verliest het duel met 12-6. De Bruijn heeft er moeite mee om haar team zo te zien worstelen. „Het is een jonge ploeg en daardoor zijn ze eigenlijk nog wat te licht. Zelf heb ik echt nog geen zin om te spelen, ik heb wel even genoeg gehad. Maar ik wil ze zo graag steunen.”

Zoals in het zwembad weinig meer te merken is van de behaalde olympische titel, merkt De Bruijn daar ook niet veel meer van. „Dat zwakt in de loop van de tijd af en iedereen gaat weer over tot de orde van de dag.” Maar de oud-international geeft wel nog presentaties aan bedrijven. „Soms doe ik dat in mijn eentje, maar af en toe worden Robin (van Galen, oud-bondscoach, red.) en ik samen gevraagd. We geven deze week bijvoorbeeld een presentatie bij Microsoft. Bedrijven zijn benieuwd hoe wij zo goed hebben kunnen presteren in Peking.”

De Bruijn en haar teamgenoten hebben er met de olympische gouden medaille wel voor gezorgd dat er meer jonge waterpoloërs zijn bij gekomen. „Hier bij Donk merken we dat wel een beetje, maar vooral bij mijn oude vereniging Vlaardingen zijn er meer jeugdleden na de Spelen. En het leuke is dat vooral veel meiden zich hebben aangemeld.” Ook bij andere verenigingen zijn er meer inschrijvingen. Bij PSV ligt het aantal aanmeldingen hoger dan andere seizoenen en ook bij OZ&PC Oldenzaal is er meer interesse in waterpolo. Veel kinderen die bij de vereniging al op zwemles zaten, zijn doorgestroomd naar het waterpolo.

Na een rustperiode na de Spelen heeft het gewone leven voor De Bruijn deze week zijn gang genomen. „Ik ga proberen te zwemmen, in het begin zal dat niet langer dan tien minuutjes zijn”, zegt ze lachend. „Maar de rest van de training help ik Arjan.” Ook is ze maandag weer aan het werk gegaan. De Bruijn is niet in een zwart gat gevallen nu ze gestopt is als international. „Nee dat gat heb ik al een keer gehad.”

Na het WK van 2003 stopte ze ook, maar in 2005 keerde ze op verzoek van Van Galen terug bij de selectie. „Maar op een gegeven moment had ik werk en een nieuw huis en toen ben ik er snel weer bovenop gekomen.” Deze keer is ze er niet bang voor. „Door mijn revalidatie heb ik een doel. En ik heb gelukkig veel vrienden en familie om me heen. Daarbij hoop ik over een paar maanden gewoon weer te kunnen poloën.”