In paniek? Dan is er het kredietcrisisspreekuur

De woningmarkt stagneert.

Projectontwikkelaars, banken en belangenclubs maken zich zorgen. Ze willen hulp van de overheid.

„Het beleggingsdeel van mijn hypotheek is verdampt”, zegt Wilfred Campagne, accountant bij de gemeente Rotterdam. „Ik lig er niet wakker van, maar ik wil wel weten wat ik het beste kan doen.”

Campagne is afgekomen op het kredietcrisisspreekuur van De Hypotheker in Dordrecht. Niet dat hij bang is dat de financiële sector of de woningmarkt ineenzijgt. „Over twee jaar loopt mijn rentevaste periode af en ik denk na of ik binnenkort met pensioen wil”, zegt hij. „Het leek mij verstandig om nu even de opties te bespreken.”

Van een crisissfeer is bij de hypotheekbemiddelaar in Dordrecht weinig te merken. De leestafel ligt bezaaid met glanzende woonbladen vol droomhuizen en prachtinterieurs. Op de achtergrond speelt een promovideo met vrolijke mensen die bier drinken op een Dordts pleintje met middeleeuwse koopmanshuizen op de achtergrond.

Pieter-Jan Dekker, regiodirecteur bij De Hypotheker, beantwoordt in Dordrecht vragen over de effecten van de kredietcrisis. „Mensen zitten met vragen over hoe de financiële crisis hun leven raakt.” Bijvoorbeeld: Als mijn bank omvalt, verdwijnt mijn hypotheekschuld dan? Dekker: „Helaas, de schuld blijft en de curator zal de hypotheek bij een andere bank onderbrengen.” Toch zijn mensen niet angstig, zegt Dekker. „Ze vrezen geen ineenstorting van de huizenmarkt of financiële wereld.”

Maar banken, bouwers en belangenclubs van huiseigenaren maken zich wel zorgen over de weerslag van de crisis op de woningmarkt. Voor het eerst sinds 1991 is de gemiddelde huizenprijs in Nederland gedaald, en het aantal transacties keldert. Vorig kwartaal werden er 13 procent minder huizen verkocht dan in het tweede kwartaal van dit jaar.

De overheid moet ingrijpen. Dat is de boodschap die betrokken partijen en masse verkondigen.

Zo wil Bert Heemskerk, bestuursvoorzitter van Rabobank, de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) zo oprekken dat iedereen verplicht is een verzekering voor daling van de huizenprijzen af te sluiten. Momenteel hebben huiseigenaren met een hypotheek van maximaal 265.000 euro de mogelijkheid zich in te dekken. Ze betalen 0,45 procent van het hypotheekbedrag en in ruil daarvoor wordt hun restschuld gedekt als het huis gedwongen met verlies wordt verkocht.

De Vereniging Eigen Huis (VEH) wil ook dat de NHG wordt opgeschroefd. De bovengrens moet worden opgetrokken van 265.000 euro naar 350.000, stelt de VEH. 80 procent van de huizen op de markt zou dan gedekt worden. De VEH vindt ook dat de overdrachtsbelasting tijdelijk omlaag moet – van 6 naar 3 procent – om de verkoop van woningen te stimuleren.

Het is maar de vraag of de overheid moet ingrijpen, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Volkshuisvesting aan de TU Delft. De daling van de gemiddelde huizenprijs vorig kwartaal was minimaal: 0,3 procent. Bovendien kwam de terugval na 18 jaar van prijsstijging.

De voorstellen om overdrachtsbelasting te verlagen en de NHG uit te breiden, noemt Boelhouwer aardig om het consumentenvertrouwen op te schroeven. „De NHG uitbreiden geeft toekomstige huiseigenaren meer zekerheid”, zegt de hoogleraar. „Ze zullen dan sneller geneigd zijn zich op de markt te begeven.”

Zekerheid creëren is volgens Boelhouwer een goed idee. De teruglopende huizenmarkt is volgens de hoogleraar te wijten aan een gebrek aan vertrouwen. „Consumenten weten niet wat er gaat gebeuren”, zegt hij. „Daardoor zijn ze voorzichtig.”

Boelhouwer schat dat de huizenprijs op jaarbasis wel met 2 of 3 procent kan dalen. Anders dan de periode 1978-1982, toen de huizenmarkt inklapte en prijzen met 30 procent kelderden, zijn de onderliggende economische factoren nu goed. „De werkloosheid is nog laag, de rente is stabiel en de schaarste op de huizenmarkt blijft”, zegt Boelhouwer. „Als deze factoren in stand blijven, kan de prijsdaling beperkt blijven.”

Maar de neergang kan ook tot 10 procent oplopen als de financiële crisis verder om zich heen slaat, denkt Boelhouwer „Droogt de kredietverstrekking bij banken op, dan gaan de prijzen zwaar onderuit. Dat gebeurt nog niet en het is niet waarschijnlijk dat het gebeurt”, zegt Boelhouwer. „Maar de ellende is dat we het niet zeker kunnen weten.”

Niet alleen kopers, eigenaren en banken willen door de staat geholpen worden. Neprom, de belangenvereniging voor projectontwikkelaars, wil dat de staat garant gaat staan voor leningen aan projectontwikkelaars. „Banken durven minder risico’s te nemen met leningen aan projectontwikkelaars”, zegt Jan Fokkema, directeur van Neprom. „De realisatie van maatschappelijk relevante woningbouwprojecten komt dan in gevaar. Gezien de schaarste op de markt mag dat niet gebeuren.”

Hoogleraar Boelhouwer vindt het een zwaktebod dat projectontwikkelaars onmiddellijk om steun vragen. „Tijdens de goede jaren hebben ze fors verdiend”, zegt hij. „En nu vragen ze erg snel om extra middelen.” Ook met gemeenten die pleiten voor steun aan projectontwikkelaars heeft hij moeite. „Grondverkoop was een belangrijke inkomstenbron”, zegt hij. „Dat geld werd gebruikt om leuke dingen als schouwburgen te financieren. Ze hadden het ook kunnen oppotten voor projectontwikkeling in moeilijke tijden als nu.”

Terug bij De Hypotheker in Dordrecht durft Wilfred Campagne niet te klagen over de economische malaise en zijn beleggingshypotheek. „Toen de beurs steeg profiteerde ik. Nu heb ik niets. Dat is het risico dat je neemt.”

Wat deden de huizenprijzen in jouw stad of dorp tien jaar geleden? Bekijk het op www.nrcnext.nl/links