Gek, dat we Gdansk niet kennen

Elke maand een reisverhaal. Vandaag: de Poolse havenstad Gdansk.

Het is alles behalve een grauwe Oostblokstad. Maar zo buiten het seizoen is het wel erg rustig in Gdansk.

Hoor ik het goed? „Gdansk, we make things happen.” De voice-over van het promotiefilmpje op de website van de Noord-Poolse stad zegt het echt. Het klinkt als de slogan van een hip reclamebureau of als snelle managerstaal. Het werkt op de lachspieren, maar erg nieuwsgierig naar de stad maakt het niet.

Eigenlijk kun je genoeg redenen opnoemen om niet naar Gdansk te gaan. Het kan de zoveelste grauwe Oostblokstad zijn. De naam van de stad klinkt enigszins obscuur. Gdansk. Dat is toch anders dan Salamanca, Bologna, Praag of Parijs. Zelfs een Poolse man vroeg ons tijdens een ontmoeting onderweg verbaasd: „Is Polen wel de goede plek voor een vakantie?”

Hoe raak je er dan toch verzeild? Misschien omdat deze opmerking wel meer zegt over het beeld van de Poolse man dan over de stad zelf. Want Gdansk, een stad met zo’n 450.000 inwoners, is veel interessanter dan een oppervlakkige kennismaking doet vermoeden. De stad heette tot het einde van de Tweede Wereldoorlog Danzig, is een Hanzestad en behoorde ooit tot Duitsland. Van 1807 tot 1814 en van 1918 tot 1939 was het een vrije stad. De gratis reisgids In Your Pocket zag genoeg redenen om Gdansk in zijn assortiment op te nemen, mijn vriendengroep en ik zagen voldoende reden er naartoe te gaan.

Een eerste aanblik van de stad vanuit de nachttrein uit Poznan laat grijze buitenwijken zien. Net als bij zoveel andere steden zijn dit niet de fraaiste delen van de stad. Maar na het verlaten van het station betreed je een andere wereld.

Ons hostel ligt vlakbij de Lange Straat (Ulica Dluga), de hoofdstraat van het oude centrum. Je komt de straat in door onder de zogenoemde Gouden Poort door te lopen. De huizen zijn rijk versierd en hebben verschillende kleuren. Ze lijken sterk op grachtenpanden, alleen al vanwege de trapgevels. Op de Lange Markt (Dlugi Targ) die in het verlengde ligt, staat de Neptunusfontein, op en aan de gevels van enkele gebouwen zijn kleine beeldjes aangebracht. Het ziet er sprookjesachtig uit.

En misschien is het ook wel een beetje een sprookje. De stad werd grotendeels verwoest in de Tweede Wereldoorlog waarna begonnen is met de herbouw. Erg oud zijn de huizen dus niet. Soms heb je het idee in een decor te lopen. Decor of niet, mooi is het wel.

En die gelijkenis met de grachtenpanden is niet toevallig, want Nederlanders hebben een grote invloed op de stad gehad. In de zestiende en zeventiende eeuw was Danzig een belangrijke havenstad en handelscentrum en vestigden hier zich naar schatting duizenden welgestelde Nederlandse kooplieden, zo bleek in 1995 uit onderzoek van historicus Milja van Tielhof. Nederlandse architecten en ingenieurs waren verantwoordelijk voor het verrijzen van vele bouwwerken in de stad, waar ook vaak Nederlands gesproken werd. Dit maakt dat het oude centrum eruit ziet als Amsterdam, maar dan zonder grachten en een stuk kleiner.

Dus grauwe Oostblokstad, nou nee. Al speelde de stad juist in het communistische tijdperk wel een belangrijke rol.

Lech Walesa bracht met de vakbond ‘Solidariteit’ het communistische regime in Polen een gevoelige slag toe tijdens de havenstakingen in de Lenin-werf in Gdansk in augustus 1980. De massale acties van de havenarbeiders resulteerden uiteindelijk in het ondertekenen van een akkoord dat veel vrijheden voor de Polen met zich meebracht. Het Solidariteitsmuseum laat zien hoe het communistische Polen was en geeft op een zeer compacte manier uitleg van de gebeurtenissen.

De Lenin-werf ligt vlakbij het museum. Er net buiten is het terrein waar de stakingen plaatsvonden. Een monument, gedenkplaten, vlaggen en bloemstukken bij de poort zijn een herinnering aan de gebeurtenissen. Solidariteit is nog steeds belangrijk. Het geldt als een vrijheidssymbool voor de Polen, vertelt Izabella Narkiewicz, werkzaam bij de toeristeninformatie. In een souvenirwinkel hangen T-shirts met het logo van vakbond Solidariteit naast shirts met de tekst I love Gdansk.

Er is nog een belangrijke historische gebeurtenis waarin de stad centraal stond. Hiervoor maken we een tochtje met de boot naar het schiereiland Westerplatte. Enkele bunkers, gedenkplaten, een heel klein museum en ruïnes herinneren aan de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog, die hier gevuurd werden door het Duitse oorlogsschip Schleiswig-Holstein. Het is er heel stil, slechts een paar toeristen schuifelen tussen de resten van wat eens een slagveld was. Op de kop van het eiland staat een hoog granieten monument ter nagedachtenis van de verdedigers van de Poolse linie. Met zijn lompe vormen en grauwe kleur is het eigenlijk alles wat Gdansk niet is. Indrukwekkend is het wel.

’s Avonds is het helaas wat rustig in Gdansk, uitgaan blijkt lastig in oktober. De gezellige lunchrooms en cafés zijn dan gesloten, het toeristische seizoen is voorbij. Ook het aan de stad vastgegroeide Sopot, normaal gesproken de plaats waar je moet zijn voor een goede stapavond, is het rustig. Maar de grote aanwezigheid van clubs en kroegen laat zien dat er tijdens het hoogseizoen en in de weekeinden genoeg te kiezen is.

Het grote voordeel hiervan is wel dat je op tijd naar bed gaat en je dus de volgende dag weer fris opstaat. In hostel Dom Harcerza begint de dag met de keuze uit ontbijt één, twee, drie of vier, wat neerkomt op roer-bakei met of zonder spek of worst, geserveerd door een allerminst vrolijke Poolse vrouw. Of dit ontbijt ook de reden is van de oude frituurlucht die permanent in het trappenhuis hangt, is niet duidelijk. Dat dit toch ook echt Polen is, is wel helder.

Na nog een mooie dag in Gdansk, met bezoeken aan musea en de enorme Mariakerk, eindigen we in een bowlingcentrum. En nee, het is niet de eerste keer dezer dagen.

Kortom, het is tijd om verder te gaan. Want na vier dagen heb je de stad wel gezien.

In de slogan van de website kan ik me nog steeds niet vinden. Maar spreek je Gdansk op z’n Pools uit, dan klinkt het eigenlijk best wel lekker. Gedaainsk.