En wat is dit in het Perzisch?

Spreekwoorden lijken vooral eigendom van oude mensen.

Dat stelde Hugo Brandt Corstius bij de presentatie van het idioomwoordenboek Nederlands-Perzisch.

Amok maken, hoe vertaal je dat in het Perzisch? Of iemand met argusogen bekijken, dweilen met de kraan open, of Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd.

Daarvoor is het Nederlands-Perzisch Idioomwoordenboek, geschreven. Door Afshin Afkari, een Iraniër die al dertig jaar in Nederland woont. Hij heeft zevenduizend Nederlandse uitdrukkingen in het Perzisch vertaald, bedoeld voor Iraniërs en Afghanen in Nederland – samen zo’n 80.000 – die Perzisch als eerste of tweede taal spreken.

Bij de presentatie van het boek, vorige week in Amsterdam, vervulde schrijver, columnist en wetenschapper Hugo Brandt Corstius de rol van kritische horzel. Brandt Corstius is (onder het pseudoniem Battus) schrijver van onder meer Opperlans woordenboek, dat alle bijzondere Nederlandse taalverschijnselen betreft.

„Een woordenboek is toch vooral voor lezen en schrijven”, begint Brandt Corstius zijn kritiek. „Veel van de uitdrukkingen in dit boek komen uit het mondeling taalgebruik. Flikker op, sodemieter op; dat zoek je niet op in een woordenboek. Bovendien, mondeling taalgebruik heeft altijd iets ongemakkelijks – al is het maar omdat veel mondelinge uitdrukkingen nu al weer verouderd zijn.”

Afshin: „Ik ben zoveel mogelijk uitgegaan van courante uitdrukkingen, die wij als buitenlander veel tegenkomen in het dagelijks leven.” Hij vertelt dat hij is begonnen met 15.000 uitdrukkingen, maar dat om praktische redenen moest uitdunnen tot de helft. Uiteindelijk hield hij ongeveer het Nederlands over dat hij in de krant las of op straat hoorde.

„U heeft al die woorden echt gehoord?”, vraagt Brandt Corstius verbaasd. „Er staan er bij die ik nooit hoor. Of die mensen niet tegen mij durven zeggen, dat zou ook kunnen.” Afshin antwoordt desgevraagd: „De meeste vrienden van mij zijn oudere mensen. En inderdaad, veel van hen zijn taalkundige – een speciaal slag mensen.”

Brandt Corstius: „Als iemand zegt ‘Ik ben zo in mijn knollentuin met mijn nieuwe iPhone’, dan weet ik: die is boven de 70.” Om er vervolgens mild aan toe te voegen: „Woordenboeken bevatten altijd duizenden woorden die niemand kent. Maar dat is juist ook het aardige van woordenboeken.” Hij vertelt dat hij voor Het Parool soms spreekwoordraadsels bedenkt, waarin alleen de eerste letter van ieder woord wordt gegeven. De ingezonden oplossingen komen altijd van oudere mensen. „Spreekwoorden lijken wel het eigendom van oude mensen.” En met een krant in zijn hand laat zien hoe in bijna iedere zin wel een of andere idiomatische uitdrukking zit: „Als je erop gaat letten, blijkt er zoveel idioom in het Nederlands te zijn, dat je zou uitkomen op een woordenboek dat minstens tien keer zo dik is.”

Het probleem is ook, vindt Brandt Corstius, dat we eigenlijk maar heel weinig begrijpen van hoe idioom in elkaar zit. „Bijvoorbeeld idioom als: Flikker op! Sodemieter op! Geef op! Hou op! Zet ’m op! Vlieg op! Emmer op! Dat ‘op’ heeft niks met de oorspronkelijke betekenis te maken. Juist door dat ‘op’ wordt het idioom. Ik zou graag in een woordenboek willen lezen hoe dat kan.”

Soms kon Afshin het Nederlands letterlijk vertalen, soms moest hij zijn toevlucht nemen tot een Perzische uitdrukking of zegswijze. Wie voor een dubbeltje geboren wordt wordt nooit een kwartje, werd in het Perzisch: een kind van een bedelaar wordt nooit een koning.

Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten, werd: Wie een suikermeloen eet, moet ook de rillingen voor lief nemen. Suikermeloenen zijn mierzoet, legt Afshin uit, zo zoet dat dat je ervan gaat rillen. Brandt Corstius: „Billen of suikermeloenen – dat maakt nog wel wat uit volgens mij. Het wordt anders gezegd, en ís dus ook wat anders.”

De schoen zetten, heeft Afshin vertaald als: de schoen zetten. „Je kunt niet die die hele achtergrond van Sinterklaas erbij geven. Dan zou het een heel ander boek worden.”

Afshin Afkari: ‘Nederlands-Perzisch Idioomwoordenboek’, Amsterdam University Press, 520 pag. 29,50 euro.