Competitie brengt nog geen kwaliteit, ziet CDA

De Kamer besprak gisteren de begroting van Volksgezondheid. Volgens het CDA zijn marktprikkels onmisbaar om solidariteit tussen zieke en gezonde mensen te houden.

Voor steeds meer zorgaanbieders is marktwerking een doel op zichzelf. Zij zijn uit op het maximaliseren van hun omzet. Ze hebben een eenzijdige economische oriëntatie. Dat is ook te zien aan de ongebreidelde fusiedrang in de zorg; grootheidswaanzin. Schaalvergroting leidt ook tot stijgende topinkomens. De menselijke maat en de keuzevrijheid staan onder druk.

Deze beschouwing zou zo van de SP kunnen komen, verklaard tegenstander van de marktwerking. Maar nee, het zijn de woorden van het CDA. Kamerlid De Vries (CDA) greep gisteren het debat over de begroting van Volksgezondheid tussen de Kamer en de verantwoordelijke bewindslieden Klink (CDA) en Bussemaker (PvdA) aan om zijn teleurstelling te uiten over de brancheorganisaties, bestuurders, toezichthouders en specialisten in de zorg. „De zorgsector heeft niets van de maatschappelijke onrust geleerd. Het ontbreekt de sector blijkbaar aan moed en visie om zelf het heft in handen te nemen, zelf grenzen te stellen en zelf corrigerend op te treden.” Te hoge topinkomens. Een grote groei van zorg-bv’s. Fusies tussen zorginstellingen met woningcorporaties of zelfs zorgverzekeraars. Private investeerders die noodlijdende ziekenhuizen over willen nemen. Een verstikkende bureaucratie. Het baart de christen-democratische regeringsfractie zorgen.

Oppositiepartij SP kon inkoppen: het CDA stimuleert de marktwerking, maar als spelers zich als marktpartijen gaan gedragen, mag dat niet meer. De problemen die de CDA-fractie signaleert zijn het gevolg van de „vermarkting van de zorg”, zei Kamerlid Leijten. Daar moet de politiek een eind aan maken. Zou de PvdA-fractie dat niet ook moeten vinden, vroeg Kamerlid Van Gerven (SP). „Het stoppen van de marktwerking was toch de verkiezingsbelofte van de Pvda?”

PvdA’er Van der Veen kon niet enthousiast in de tegenaanval gaan. „In tegenstelling tot de goede bedoelingen van de minister”, antwoordde hij, „lijkt het erop dat de competitie tot op heden niet leidt tot aantoonbare kwaliteitsverbetering.” De PvdA-fractie sloot zich aan bij de SP met een vurig pleidooi tegen private financiering van zorginstellingen. Voor die optie staan de noodlijdende IJsselmeerziekenhuizen momenteel. In de zorg werken met een winstoogmerk mag niet van de PvdA. Ook de CDA-fractie vindt dat onwenselijk. „Het is niet zeker of het publieke belang daarbij voldoende geborgd kan worden.”

Duidelijk is dat de CDA-fractie minder enthousiast spreekt over de marktwerking in de zorg dan in de afgelopen kabinetsperiode. Maar de partij is er ook niet tégen. Doelmatigheid is broodnodig om de stijgende kosten in de hand te houden, meent het CDA. Anders kan de solidariteit tussen gezonde en zieke mensen niet nog generaties stand houden. „Marktprikkels zijn daarvoor onmisbaar”, vindt Kamerlid De Vries (CDA). De SP loopt volgens hem weg voor de betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg op lange termijn.

De Socialistische Partij wenst een krachtig optreden van de overheid, daar waar het CDA gelooft „dat zorgaanbieders mans genoeg zijn om zichzelf te corrigeren”. Ook al wil dat volgens De Vries nog niet zo vlotten.

Ook minister Klink verwacht meer van de mensen en organisaties in de gezondheidszorg dan van de staat. Gisteren antwoordde hij de Kamer dat ondernemerschap, innovaties en creativiteit van zorgverleners nodig zijn om de kosten in toom te houden.

Competitie is volgens Klink een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot meer kwaliteit van zorg. „Gereguleerde marktwerking moet uiteindelijk een sociaal doel dienen, dat van betaalbare en kwalitatief hoogwaardige zorg. Dat staat niet gelijk met het streven naar de laagste prijs.” Marktwerking moet zorgondernemers prikkelen om zich te onderscheiden. Zij worden gedwongen om hun prestaties transparant te maken. Klink: „Dat dient naar mijn stellige overtuiging de kwaliteit van de zorg.”

De problemen bij de IJsselmeerziekenhuizen zijn volgens hem niet typerend voor de ziekenhuissector. Toch wil de minister vastleggen dat in het ziekenhuisbestuur één persoon verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de zorg en één voor de financiën. De schaalvergroting in de zorg, zo bendrukte hij een paar keer, is bovendien niet het gevolg van de marktwerking maar dateert volgens hem al uit de jaren tachtig.

Van staatssecretaris Bussemaker kreeg de CDA-fractie meer bijval. „Ik vind óók dat sommige bestuurders te veel in economische termen denken en omzetmaximalisatie en winstuitkeringen willen realiseren”, zei zij.

Zij is geschrokken van de hoge salarissen van bestuurders in verpleeg- en verzorgingshuizen. Ze heeft de managers er op aan aangesproken. „Daar overschrijdt men de eigen normen met maar liefst 40 procent.” Dat is des te pijnlijker omdat Bussemaker van de twee bewindslieden het meest moet beknibbelen op de zorguitgaven. De Kamer staat inmiddels achter haar ingreep in de volksverzekering AWBZ. Maar haar plan om een vermogenstoets in te voeren voor de AWBZ-zorg stuit nog altijd op hevig verzet. Die strijd vecht de Kamer binnenkort met haar uit.