Bedgeschiedenissen

Tracy Emin: My bed TO GO WITH AFP STORY BY LUCIE GODEAU-BRITAIN-ENT-ART-EXHIBITION (FILES) A file picture taken on August 18, 2008 in Edinburgh shows a work of art by artist Tracy Emin entitled 'My Bed' at the Scottish National Gallery of Modern Art. The first retrospective of work by Tracey Emin, the enfant terrible British artist who has made a career out of intimate personal details including her own unmade bed, opened in Edinburgh this month. As well as "My Bed", a mess of vodka bottles, cigarette butts and dirty underwear, "Tracey Emin: 20 Years" also features "Conversations With My Mum", a video of her talking to her mother, and "It's Not The Way I Want To Die", a model of the rollercoaster in her home town of Margate, southern England. AFP Photo/Ed Jones/FILES AFP

Ik hoef geen kunst te verzamelen of te sparen voor een kunstwerkje, ik leef er al tussen. Ik hoef niet eens een bus haarlak op een gestroopt karkas te spuiten om het te laten stollen in de tijd, of een bos tulpen na te bootsen in plastic of hars, ik kan naar mijn echte tulpjes en biefstuk kijken en genieten. En me verzamelaar voelen. Aan kunstbeleving doen. De kunst zelve ervaren.

Het wonderlijke van het onopgemaakte en door rotzooi omringde bed van Tracy Emin is dat Tracy Emin het onopgemaakte en door rotzooi omringde bed naar het museum heeft getransporteerd. Dat had werkelijk niet gehoeven. Want als Tracy daarmee wilde aantonen dat we de kunst ‘gewoon thuis om ons heen hebben’, dan had Tracy met die stelling kunnen volstaan.

Als een artiest in staat is het traject tussen atelier en museum af te leggen, dan zijn wij dat in ons hoofd ook. De verandering van locatie is niet het moeilijkste onderdeel van dit kunstwonder.

Bel uw verhuizer.

Een ding kan zich overal loszingen van andere dingen. Iedereen kent het spelletje: hoe bekijk ik een voorwerp of een tableau geïsoleerd? Tenminste, ik ken het. Dat het eenvoudigste ding glans en magie verwerft door het uit zijn omgeving te tillen is een oeroude wijsheid.

Zet een schijnwerper op een hutkoffer en wat je ziet is niet een hutkoffer maar DE hutkoffer. Als je maar lang genoeg blijft kijken verdwijnt zelfs de hutkoffer en zie je alleen maar vergankelijkheid. Een sukkel is vertrokken en men weet niet waarheen. Een stakker is gekomen, en het was te vroeg of te laat. Hoe wanhopig is de mens, als je het goed bekijkt.

Kreten van verrukking stegen op toen dit bed, rotzooi incluis, in een heuse museumzaal werd tentoongesteld. Men vond het briljant. Men vond het schokkend. Men vond het een doorbraak.

Wat was er in dit bed niet voorgevallen? De verhalen verdikten zich. De gruwelen loerden om de hoek.

Kortom, literatuur moest dit kunstwerk redden.

’t Blijft een ontstellend flauwe truc. Uit angst voor niet intelligent genoeg te worden versleten vonden ze dit bed dan maar briljant. ’t Is niet alleen kinderachtig, ’t is kinderachtig in het kwadraat.

Het museum als kleuterschool.

Maar op dat moment had Tracy Emin er nog niet bij verteld dat zich onder het laken een Griekse amfora verschool, met in die amfora een filmrolletje en met op dat filmrolletje een documentaire over Vermeer.