Zesentwintig dode honden in een zee van vergetelheid

Waltz with Bashir. Regie Ari Folman. In 8 bioscopen. *****

Zesentwintig honden. Hijgend, met dode ogen, baant deze roedel zich gewelddadig een weg door Tel Aviv. Ze stoppen als altijd bij dat ene gebouw om te grommen naar een man die van achter zijn raam doodsbang op ze neerkijkt.

Met dit krachtige beeld begint de ‘geanimeerde documentaire’ Waltz with Bashir. Het is één van die films waarvan je verbaasd en opgewonden de bioscoop verlaat: documentairemaker Ari Folman toont oorlogswaanzin op een heel andere manier dan je gewend bent.

Waltz with Bashir behandelt de Israëlische invasie in Libanon van 1982, een militair succes dat uitliep op een moreel fiasco. Israël wilde de charismatische Bashir Gemayel, leider van de christelijke falangisten, als president van een bufferstaat installeren. Nadat hij was opgeblazen, namen de woedende falangisten, Israëls danspartners in Libanon, wraak op de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Drie dagen lang lag het getto van Warschau in West-Beiroet, terwijl het Israëlische leger wegkeek. De toen twintigjarige infanterist Folman was zijdelings betrokken bij de slachting, die drieduizend levens eiste.

Waltz with Bashir is gemaakt volgens een procedé dat verwant lijkt aan rotoscope. Daarbij worden videobeelden frame voor frame overgetrokken en ingekleurd. De fluïde beelden gaven Waking Life en A Scanner Darkly van Richard Linklater zijn dromerige, surrealistische toon. Die past ook bij Waltz with Bashir, die verdrongen herinneringen aan 1982 boven water haalt. Letterlijk, want de zee is een terugkerende metafoor voor geborgenheid en vergetelheid.

Animatie is in Waltz with Bashir meer dan een stijlmiddel. Het stileert de realiteit, zoals het geheugen dat met onze herinneringen doet. Het absurde geweld, het bloed, de tragedies: ze worden dragelijker als ze stripfiguren overkomen. Maar als de realiteit van de massamoord doordringt, haalt Folman dat filter abrupt weg.

De zesentwintig hellehonden van Waltz with Bashir staan voor de verdrongen herinneringen van 1982: wat je wegdrukt, duikt op in nachtmerries. Hier in de dromen van een scherpschutter die ’s nachts bij Libanese dorpen honden doodschoot zodat zij het verrassingseffect van een zoekactie niet met hun geblaf verpestten. Hij telde zijn slachtoffers. Als hij zijn vriend Folman in een bar over zijn dromen vertelt, beseft die dat Libanon ook voor hem een zwart gat is. Zijn geheugen biedt slechts een visioen van een vredige zwempartij bij zonsopgang in de zee bij Beiroet, waaruit hij wordt opgeschrikt door onheilspellend geratel van machinegeweren in de verte. De verleiding is groot om in het lauwe water te blijven dobberen.

Folman interviewt oude legerkameraden om zijn eigen geheugen op te frissen. Hun herinneringen blijken ingedikt tot surrealistische videoclips. Een nachtelijke rit met een pantserwagen door Zuid-Libanon om lijken naar het vliegveld te brengen, waarbij soldaten in blinde paniek met machinegeweren op de duisternis schieten. Een jongetje met granaatwerper dat in een boomgaard, onder strijkmuziek, een aanslag pleegt en wordt doodgeschoten.

Folman zegt dat het maken van Waltz with Bashir therapie was. Hij begon gedeprimeerd, maar dat veranderde in euforie terwijl hij zijn herinneringen boetseerde tot deze verbluffende getuigenis van een vergeten massamoord. Dat doet denken aan de dichter Jean Pierre Rawie, die ooit vertelde hoe hij zijn gedicht Sterfbed schreef, over de dood van zijn vader. Terwijl Rawie zijn verdriet methodisch in rijm en metrum omzette, voelde hij zich gelukkig. Dat gaf nadien schuldgevoel: misbruikte hij zijn herinneringen voor effectbejag? Maar Rawie heeft met zijn gedicht vele nabestaanden getroost. Zo verlost Folman zichzelf en zijn medeveteranen in Waltz with Bashir met kunst en profiteren wij daarvan mee.