Zegetocht voor de Franse film

Een prima jaar voor de Franse cinema. Entre les Murs won in Cannes, andere films trokken drommen mensen naar het filmhuis. Ze komen voor sterren én voor echte mensen.

De Franse cinema heeft een goed jaar achter de rug, ook in Nederland. Na het winnen van de speciale juryprijs op het filmfestival van Venetië, vorig jaar, begon Abdel Kechiches La graine et le mulet aan een zegetocht langs diverse festivals.

Even dreigde de film aan Nederland voorbij te gaan. Gelukkig stak de nieuwe distributeur Cinéart daar een stokje voor. Meer dan 40.000 mensen zagen de film, en volgens Wallie Pollé van Cinéart mag een Franse film die meer dan 25.000 bezoekers trekt een succes heten.

Maar dé Franse film die drommen mensen naar het filmhuis trok en nog steeds trekt is Il y a longtemps que je t’aime, het regiedebuut van de Franse schrijver Philippe Claudel, wiens boeken, waaronder Grijze zielen, ook al zo geliefd zijn. Al meer dan 100.000 mensen zagen de film waarin Kristin Scott Thomas uit de gevangenis ontslagen wordt en langzaam haar leven weer moet opbouwen.

Deze, en andere recente Franse films rekenen af met een wijdverbreid vooroordeel over de Franse cinema: dat deze alleen bestaat uit (in eigen land zeer populaire) slappe komedies en praatgrage films vol geneuzel over de liefde. Maar La graine et le mulet is een genuanceerde reflectie over de positie van allochtonen in de hedendaagse samenleving en Claudel laat zien dat de kracht van de Franse (en Europese) film zit in het neerzetten van complexe personages, die niet per se veel praten of alleen met zichzelf en de liefde bezig zijn.

De Franse film zegevierde niet alleen op het filmfestival van Venetië. Dit jaar ontving Laurent Cantet de Gouden Palm voor Entre les murs. De Fransen waren opgetogen, ze hadden in Cannes geen prijs meer gewonnen sinds 1987, toen Maurice Pialat de Gouden Palm kreeg voor Sous le soleil de Satan.

Entre les murs, die in Nederland vanaf 27 november in de bioscoop te zien is, is niet alleen een artistiek succes. De film staat momenteel op de achtste plaats in de Franse filmtoptien, met een opbrengst die nauwelijks onderdoet voor een grote commerciële film als de ABBA-musical Mamma Mia! Een andere film die zowel artistiek als commercieel succesvol is, werd gemaakt door Arnaud Desplechin, een van Frankrijks nieuwe ‘auteurs’ – een filmmaker met herkenbaar eigen signatuur. Zijn Un conte de Noël (Nederlandse release: 11 december) haalde ruim 500.000 bezoekers, niet slecht voor een artistieke film die ruim tweeënhalf uur duurt.

Een deel van de verklaring voor het succes van de Franse cinema ligt in het sterrensysteem dat niet anders werkt dan in Hollywood. Omdat Catherine Deneuve meespeelt in Un conte de Noël trekt de film meer bezoekers dan gemiddeld. Frankrijk heeft z’n eigen sterren, die ook in het buitenland vaak bekend zijn: Gérard Depardieu, Daniel Auteuil, maar ook nieuwere zoals Mathieu Amalric, die het schopte tot schurk in de nieuwe Bondfilm Quantum of Solace.

Maar zo’n sterrensysteem verklaart natuurlijk niet alles. Waarom de films nu ook (weer) in Nederland aanspreken, komt mede doordat in de Franse cinema échte mensen centraal staan. Mensen van vlees en bloed. Hun zwakheden worden niet verdoezeld, hun kracht niet opgehemeld. We kunnen ons aan hen spiegelen. En daar gaat het in film om.