Nationaliteit minder belangrijk bij Shell

Shell werd vroeger omschreven als een binationaal bedrijf waar de balans tussen de Britse en Nederlandse tak zorgvuldig bewaakt werd. Maar toen de oliemaatschappij in 2004 in een schandaal verwikkeld raakte rond zijn olie- en gasreserves, begon het concern meer te lijken op een tweekoppig monster. Vier jaar na de samenvoeging van de twee zelfstandige, nationale onderdelen is de onderneming niet heel erg Nederlands meer, maar ook niet Brits. Deze verandering is welkom.

Ten tijde van de fusie bestond in Nederland de angst dat de macht naar Londen, aan de overzijde van de Noordzee, zou verschuiven. De uiteindelijke structuur kende een aantal voorzorgsmaatregelen om deze angst te bezweren. Niet alleen bevond het hoofdkwartier zich in Den Haag, ook de president-commissaris en de bestuursvoorzitter waren Nederlanders.

Dat laatste is niet langer het geval. Een Zwitser, Peter Voser, staat op het punt om de Nederlandse topman Jeroen van der Veer op te volgen. De president-commissaris, Jorma Ollila, is Fins. Net als het eveneens Brits-Nederlandse Unilever – met een Zweedse president-commissaris en een Franse uitvoerend directeur – is de top van Shell werkelijk mondiaal geworden. Zelfs de raad van commissarissen ziet er internationaler uit. Hij mag dan nog steeds een gelijk aantal Britse en Nederlandse commissarissen tellen, gezamenlijk hebben zij tegenwoordig nog maar nét de meerderheid.

In één opzicht is Shell Britser geworden. De Engelsen bezitten vandaag de dag een groter deel van het bedrijf dan vier jaar geleden. In 2004 was ongeveer 10 procent van alle aandeelhouders Nederlands, terwijl ongeveer een derde uit Britten bestond. Nu vertegenwoordigen de Nederlanders krap 2 procent, terwijl de Engelsen volgens schattingen van Thomson Banker ongeveer 45 procent van het concern in handen hebben.

Eén reden voor de stijging van het aantal Britse aandeelhouders is dat Shell door de eenwording van de twee zelfstandige bedrijven een van de grootste ondernemingen van de Britse beursindex FTSE100 is geworden, wat tot extra vraag naar Shell-aandelen heeft geleid van fondsen die de index volgen.

Méér Engelse aandeelhouders is geen slechte zaak. Zij maken zich over het algemeen sterk voor een goed ondernemingsbestuur en zijn internationaal georiënteerd. Dat heeft veel weg van het nieuwe Shell.

Fiona Maharg-Bravo

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com