Libië verbouwt graan in Oekraïne

Ruilhandel rukt op. Een voorbeeld daarvan is het akkoord dat Libië heeft gesloten om zijn graan te laten verbouwen door Oekraïne in ruil voor olie.

Libië gaat een groot deel van zijn graan in Oekraïne verbouwen. Het sloot dit jaar met die gewezen Sovjet-republiek een akkoord en gaat daar nu boeren op 150.000 hectare landbouwgrond. In ruil daarvoor krijgt Kiev concessies in de Libische oliesector. Het is een voorbeeld van de sterk toenemende ruilhandel in de wereld. Het graanproject stond vandaag ook op het programma van de besprekingen die de Libische leider Gaddafi vandaag tijdens zijn bezoek aan Kiev voert.

In het ministerie van Planning in Tripoli legt onderminister Mohammed al-Ghuel uit dat de nationale voedselveiligheidsstrategie uit drie pijlers bestaat: een maximale lokale voedselproductie, meer akkoorden met waterrijke, graanproducerende landen en „we gaan ook investeren in futures, onder meer op de beurs in Chicago. Graan kopen dus, om op te slaan als reserve of om er winst mee te maken, door dat op het goede moment weer te verkopen.”

De lokale voedselproductie heeft vooral in het noorden, langs de kust, plaats, maar ook diep in het zuiden, midden in de woestijn. Graan – hét basisvoedsel voor de Libiërs – wordt daar geproduceerd rond een aantal oases op een aantal kunstmatige ogende locaties. De tientallen door de staat opgezette landbouwprojecten floreren alleen dankzij peperdure irrigatieprogramma’s en enorme infrastructuurwerken zoals het Grote Kunstmatige Rivier-project, waar al in 1984 mee begonnen werd.

Ali al-Rahuma, hoogleraar landbouweconomie aan de Al-Fatah universiteit, werkt aan een plan om de lokale productie op te drijven tot in eerste instantie meer dan 100.000 hectare. Maar de landbouwsector gebruikt nu al 80 procent van al het beschikbare water, en een substantiële uitbreiding van de landbouw betekent nog meer vraag naar irrigatie. „We willen uiteindelijk 450.000 hectare gaan bewerken. Dat kan alleen maar dankzij het water van de Grote Kunstmatige Rivier.” Libië hoopt zo op termijn in eigen land tot 600.000 ton graan te produceren, tegen nu 125.000 ton.

Maar ook voor Rahuma betekenen toch vooral de bilaterale akkoorden, zoals nu met Oekraïne, de oplossing voor het snel groeiende voedseltekort. „We investeerden eerder al in Mali en Oeganda, landen met een overschot aan water. En onze investeringen komen die landen ook ten goede.”

„We hebben een investeringsagentschap opgericht, de African Investment Company, dat als opdracht heeft te zoeken naar de beste kansen voor nieuwe investeringen in de voedselproductie en de landbouwsector. In ruil daarvoor krijgen arme landen zoals Mali nu een deel van onze grondstoffen.” Volgens de vice-minister voor Planning in Tripoli voert Libië ook gesprekken met Argentinië, Brazilië en Australië. „We beginnen de komende maanden met de uitwerking van een aantal nieuwe akkoorden.”

Door de voedselcrisis en de malaise op de energie- en grondstoffenmarkten, doen zich de laatste maanden ingrijpende veranderingen voor in de internationale handel. Wie over natuurlijke rijkdommen beschikt en daarnaast met ernstige tekorten kampt wat betreft de strategische bevoorrading, van energie of voedsel bijvoorbeeld, zet zich schrap. En dat leidt tot een sterk toenemende ruilhandel.

Libië kan aan de sterk stijgende vraag naar voedsel zelfs niet voor de helft voldoen met lokale voedselproductie. Het land voert zo’n 75 procent van alle voedsel in. Voor graan komt dat neer op 1,5 miljoen ton per jaar. Tot nog toe vormde dat niet echt een probleem. Maar dezer dagen zien de Libische leiders niet mis te verstane onheilstekens en ze vrezen dat er zeven magere jaren aanbreken.

De internationale voedselcrisis is diepgeworteld. Ook al zijn de prijzen van sommige levensmiddelen de laatste paar maanden weer wat gezakt, de verwachtingen voor de komende jaren zijn allerminst hoopgevend. De stijgende voedselprijzen hebben namelijk niet alleen te maken met conjuncturele schommelingen, ze zijn ten minste evenzeer het resultaat van klimaatverandering, waterschaarste en de hoge energieprijzen.

Begrijpelijk dus dat het Libische regime de oliedollars bovenhaalt om er direct zaken mee te doen. In Oekraïne, met 1,3 miljoen hectare landbouwgrond en volgens officiële schattingen voor 2008 een productie van 50 miljoen ton graan, zag men daar brood in.

De bilaterale overeenkomst werd aangekondigd bij het bezoek van president Joesjtsjenko aan Libië in april van dit jaar. De ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen ondertekenden een reeks samenwerkingsakkoorden.

Het Libisch-Oekraïense akkoord maakt deel uit van een nieuwe trend in de wereldhandel. Oeganda stelde recentelijk een deel van zijn landbouwareaal ter beschikking aan Egypte om er graan en mais te verbouwen voor de Egyptische markt, terwijl Egypte zelf ook nog graan ging kopen in Kazachstan en Syrië. Met dat laatste land ging dat in ruil voor rijst uit Egypte.

Maar bij de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, is men met die nieuwe trend niet gelukkig. Het resultaat van deze regelingen is dat armere landen in de kou blijven staan en dat de wereldmarkt ontregeld wordt. Tegelijk doen de handel in futures en andere speculatieve operaties de prijzen op de wereldmarkt stijgen.