Kamelenmelk, de nectar van de savanne

In de Verenigde Staten is het erg populair: kamelenmelk.

De zuivel zou een helende werking hebben. Een Duitser in Afrika exploiteert de melk, met succes.

Twee herdersjongens masseren in de ochtendkilte aan de voet van de Mount Kenya samen één kamelenuier. Tegelijkertijd trekt ieder aan twee van de vier tepels om stremming van de melkstroom te voorkomen. Heel anders dan bij een koe. Een kameel is een uitzonderlijk dier, dat bovendien geneeskrachtige melk geeft. „Hé, waar is de champagne-emmer die ik jullie gaf”, vraagt Holger Marbach geïrriteerd aan de herdersjongens. „Ik heb jullie geleerd melk niet in een plastic bak op te vangen!”

De nectar van de savanne. „Kamelenmelk bevat alles wat een mens nodig heeft: vitamines, mineralen, proteïne, lactose, noem maar op. Net als menselijke moedermelk”, bejubelt Marbach zijn product. „Daarom kan een herder van louter kamelenmelk leven.” Kamelenmelk bevat drie keer meer vitamine C dan koeienmelk. Uit onderzoek zou blijken dat kamelenmelk geschikt is voor diabetespatiënten, het zou werken tegen tuberculose en maagzweren.

Marbach ontvangt smeekbedes uit Europa om een paar flessen met de koerier op te sturen. „Helaas, het mag niet, de EU verbiedt de import van kamelenmelk. Zogenaamd om de Europese markt te beschermen, maar hoeveel kamelen lopen er in Europa rond? Mijn bedrijf concurreert met niemand in Europa.”

De Duitser Marbach begon drie jaar geleden met zijn fabriekje Vital Camel Milk in het Keniaanse stadje Nanyuki. Hij is de eerste zakenman in Kenia die kamelenmelk probeert te exploiteren. Hij verkocht eerst in Eastleagh, de goeddeels door Somaliërs bewoonde wijk in de hoofdstad Nairobi. Op deze traditionele markt bleek zijn product niet te kunnen concurreren met de goedkope maar niet hygiënisch bereide kamelenmelk van straatventers. Marbach brak door toen hij ging verkopen in Nakumatt, de supermarktketen in Kenia, met kwaliteitsproducten voor de middenklasse en elite. Hij richt zich op de biologische voedselsector. Voor de Keniaanse markt produceert hij 4.000 liter per maand, en evenveel exporteert hij naar Amerika. Hij wil de productie voor Amerika tot 10.000 liter opvoeren. Het Amerikaanse blad Fortune noemde zijn bedrijfje twee jaar geleden „een van de beste ondernemersideeën van het jaar”.

Marbach begon door in zijn terreinwagen met een kannetje melk bij de nomaden langs te gaan. Hij trainde 3.500 herdersjongens om op hygiënische wijze melk te produceren. Nomaden op fietsen leveren nu de melk bij de fabriek af in Nanyuki. Of zijn werknemers trekken er in auto’s met vierwielaandrijving op uit tot 150 kilometers diep de rimboe in. Alle melk komt van de schone savannes waar de kamelen vrij rondzwerven. Ze zijn in tegenstelling tot geiten en koeien milieuvriendelijk, want hun platte en zachte voeten geven geen schade aan de fragiele grond.

Vraag het aan de nomade. Of lees het in de Koran. Een kameel is intelligent en gevoelig, moslims praten en schrijven met diep respect over het dier. In de Somalische taal betekent mandeq zowel vrouwtjeskameel met veel melk als spirituele genoegdoening. ‘Een man zonder kamelen kan maar beter sterven’, dicht een oude Somaliër in de ritmische poëzie van zijn volk over het beest met de brede blubberlippen.

Een Tamacheq in de Sahara organiseert een groot feest voor de kamelendans en hij vertelt hoe kamelen kunnen huilen als ze honger hebben of ongelukkig zijn. Hun namen, hun eetgewoontes, hun emoties, hun seksuele driften en de aan hen gewijde gedichten geven stof voor ellenlange gesprekken onder de heldere hemel in de wildernis.

Kamelen worden in het Westen gemakkelijk geassocieerd met het Midden-Oosten. „Ten onrechte”, zegt Marbach in Nanyuki. „De meeste en beste kamelen bevinden zich in Afrika. Op de savanne van Kenia eten ze het groen van 200 verschillende bomen, struikgewas en kruiden. Daarom is onze melk zo krachtig, een kameel in Europa of het Midden- Oosten zal nooit dezelfde kwaliteit melk produceren. ”

Twee belangrijke uitdagingen wacht de kamelenmelkindustrie wil ze wereldwijd gaan bloeien. Het eerste obstakel is de melk zelf. De melk laat zich niet gemakkelijk steriliseren. Europa laat in tegenstelling tot Amerika geen gepasteuriseerde melk binnen, wel gesteriliseerde. Marbach denkt een antwoord te hebben gevonden. Hij wijst naar een metalen bak in zijn fabriek. „Ik wil je er niet te veel over vertellen”, zegt hij geheimzinnig, „de concurrentie ligt altijd op de loer, maar het is me onlangs voor het eerst gelukt te steriliseren. En we werken ook aan een uitstekende kaas. Ook ijs van kamelenmelk of chocolade zal het geweldig doen in Europa.”

Een tweede belemmering is dat nomaden hun vee niet willen exploiteren. Het overgrote deel van Kenia bestaat uit droog nomadenland. Net als Ethiopië, Soedan en Somalië. Miljoenen Afrikanen leven van de veeteelt. Hun aandeel in de politiek en de economie is beperkt. Dat hebben ze deels aan zichzelf te danken. Want een herder zal nooit zijn vetste koe van de hand doen. Hij wil die kwaliteit behouden. Een boer verkoopt zijn rijpe mango. Een nomade doet er alles aan zijn vee zo lang mogelijk bij zich te houden.

„Heb je een boer ooit een gedicht horen voordragen over zijn tomaat, wortel of ui?”, vraagt een veehouder over de liefde voor zijn dieren.

De verkoop van kamelenmelk en de productie van kaas, boter, kwark, yoghurt, ijs of chocolade kunnen de nomadentradities veranderen. „Als het ons lukt op grote schaal te exporteren, dan kan dit een gunstige uitwerking hebben op de hele noordelijke regio van Kenia”, voorspelt Marbach. Droogtes treffen de nomaden zwaarder. De kameel biedt redding. „Nomaden vertellen me dat ze hun eeuwenoude trektochten alleen nog willen voortzetten als ik ze een afname van hun kamelenmelk garandeer.”