Hoffelijk meester van de Franse stijl

Jean Fournet was een autoriteit in de Franse muziek. Jarenlang was hij de geliefde chef-dirigent in Hilversum en Rotterdam.

„Een meester in de techniek der voorname matigheid in vervoering”, schreef het Algemeen Handelsblad op 17 november 1950. Dirigent Jean Fournet had zijn debuut gemaakt voor het Concertgebouworkest. Een ‘gulden middenweg tussen uitbundigheid en technische nauwgezetheid’ bewandelde hij; Fournet toonde zich zijn reputatie als specialist in het Franse repertoire meer dan waardig.

In de halve eeuw dirigeren die volgde, bleef Fournets reputatie onveranderd. Maar zijn band met Nederland en de orkesten hier werd er een van zeldzame intensiteit. Nog op één van zijn laatste concerten hier, in 2000, deed hij waarin hij meester was: het met minutieuze gebaren oproepen van opperste concentratie en fijn gepolijste klankschoonheid. Fournet overleed maandag in Hilversum, sinds 2004 zijn woonplaats. Hij wordt zaterdag gecremeerd.

Jean Fournet (Rouen, 1913) studeerde aan het Conservatoire Nationale in Parijs en sloot zijn studie af met een eerste prijs. Hij was tussen 1944 en 1957 leider van de Opéra Comique in Parijs. In het seizoen 1950/51 debuteerde Fournet bij vier Nederlandse orkesten. Bij het Radio Filharmonisch werd hij in 1961 chef-dirigent en bleef dat tot 1978. „Ik vond het werkklimaat hier prettig”, zei hij in een interview met deze krant in 2000. „Het mediterrane gebrek aan discipline heeft me altijd gestoord.” Ook over de speelwijze van Franse muziek in Frankrijk was hij kritisch: „Te vaak wordt uitgegaan van een vooropgezette mening. ‘Ah, Franse muziek hoort zo en zo te klinken, van lalala en niks niet moeilijk!’

Van 1968 tot 1973 was Fournet ook chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij profileerde zich ook daar als een orkestleider die met strakke hand werkte aan de verbetering van de orkestkwaliteit, en daarin grote successen boekte. Ook had Fournet de leiding over de NOS Masterclass voor jonge dirigenten.

„Mijn devies is: begin bij de partituur”, zei hij daarover. „Gevraagd naar het geheim van mijn benadering van Franse muziek is dat óók mijn antwoord. Debussy, Berlioz en Ravel noteerden nauwkeurig wat ze wilden. Vergeleken met wat in de partituur staat, wordt hun muziek vaak overdreven benaderd.”

Fournets meesterhand in het Franse repertoire – hij dirigeerde zelf overigens net zo lief Brahms of Grieg – leidde tot samenwerkingen met talrijke componisten. Zijn interpretaties, ook op vele platen, zijn nog steeds ijkpunten.

Vanaf de jaren tachtig werkte Fournet veel in Japan, bij de drie grote nationale orkesten. Hij waardeerde er de toewijding en discipline van de musici. Omgekeerd gold hetzelfde. Het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra benoemde hem in 1989 tot eredirigent, bij het Radio Filharmonisch Orkest kreeg hij de titel Chef d’Orchestre Permanent Invité.