Heimwee naar dat fijne communisme

Tentoonstelling Neue Leipziger Schule, t/m 11 januari 2009 Cobra Museum, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di-zo 11-17u. Inl.: 020-547 5050, cobra-museum.nl ****

Als een dictatuur valt, houdt de kunstwereld even de adem in. Vaak hebben kunstenaars in het geniep rebellerende bewegingen gevormd, waarvan de subversieve vruchten dan zichtbaar worden. In China en de Sovjet-Unie bleken non-conformisten in de stijl van het socialistisch realisme kritische boodschappen te schilderen. Dat pas vijf jaar geleden de Oost-Duitse schilderkunst doorbrak is best laat. In het Cobra Museum in Amstelveen staat nu een grote overzichtstentoonstelling van de ‘Neue Leipziger Schule’.

Met die naam knipogen de twintig kunstenaars naar die eerdere Leipziger Schule: de groep kunstenaars die in de jaren vijftig varieerde op het socialistisch realisme dat de heilstaat DDR bezong. Dat doet deze generatie natuurlijk niet. Wat ze wel doen, is afrekenen met het idee van een ideale wereld. Matthias Hoch fotografeert smetteloos uitziende kantoorgebouwen. Hij benadrukt de verticalen van de kantoortorens, de patronen van tegelwanden en parketvloeren. Glanzend komen deze erecties van bouwlust in beeld, maar als Hoch voor architecten zou werken, zouden die zijn foto’s toch nét afkeuren. Er sluimert iets mensonvriendelijks in deze tekentafelwereld. Ricarda Roggan fotografeert kaalgestripte panden en Erasmus Schröter bunkers die wegzakken in een zee van mist. Er is geen koude oorlog meer. Geen dreiging. Geen vijand. Geen ideologie. Niets.

Een recensent van Artforum verbaasde zich erover dat deze Neue Leipziger Schule zoveel minder verwijst naar het socialistisch realisme dan andere postcommunistische bewegingen. Toch is dat niet raar. De muur is al bijna twintig jaar weg. Deze generatie is opgevoed met de Coca-Colareclame die een cultuurclash veroorzaakte in de film Goodbye Lenin van vijf jaar geleden. Een jongen moet zorgen dat zijn communistische moeder, net ontwaakt uit een jarenlange coma, niet ontdekt dat het regime gevallen is.

De bioscoophit maakte een golf van ‘Ostalgie’ los. En, ironisch genoeg, is de doorbraak van deze schilders grotendeels aan die film te danken. Hun succes is er niet minder door. Neo Rauch, de voorvader van deze Leipzigers, krijgt internationaal grote solo’s, de Dresdener Schule (die als twee druppels water op die uit Leipzig lijkt) maakt furore; in het GEM in Den Haag zijn ze geregeld te zien.

De Leipzigers schilderen niet alleen architectuur. Maix Mayer, de enige filmer, portretteert mensen bij kantoorvilla’s, stations en roltrappen. Ze voelen zich net zo ontheemd als de personages op de doeken van Christian Brandl, die hen schildert in hun voortuintjes. Het succes van de welvaart slaat om in een betekenisloze leegte.

Dat is de reden van het succes van deze schilders. Het is een thema dat je overal ziet, in Nederland bijvoorbeeld bij de Koninklijke prijs voor de Schilderkunst dit jaar. Zoals Nederlanders tegen de Bijlmer ageren, de Fransen tegen Le Corbusier, zo verguizen Oost-Duitsers hun Plattenbau. Zoveel verschil is er ook niet. De pijn van de Stasi en onderdrukking kennen ze niet en dus kijkt deze generatie achterom in de hoop iets van geloof te vinden dat meer is dan cola. Net zoals hun naam verwijst naar die goeie oude communistische jaren, zit in hun werk iets van heimwee naar een tijdperk dat ze niet bewust hebben meegemaakt.

Op het tentoonstellingsaffiche staat een beeld uit een film van Maix Mayer. Een zakenman kijkt uit over de stad zoals twee eeuwen eerder Caspar David Friedrich zijn monnik over zee liet kijken, denkend over God. De zakenman ziet de horizon niet meer, die samen met God is opgelost in de smog van het verkeer. Deze expositie toont prachtig de pijn van ons post-ideologische tijdperk.