Fotoshop avant la lettre

Een van de beroemdste foto’s van de watersnood-ramp in 1953 is gemanipuleerd. De maker, fotograaf Martien Coppens, was er trots op.

Martien Coppens behoort tot de belangrijkste Nederlandse fotografen uit de naoorlogse periode. In Zuid-Nederland en in de katholieke gemeenschap was hij een halve eeuw geleden al een beroemdheid. Het Nederlands Fotomuseum greep zijn 100ste geboortedag aan om zijn werk te conserveren, digitaliseren en exposeren.

Coppens, zoon van een klompenmaker uit Lieshout, maakte op de hbs kennis met de fotografie. Al snel was hij meer bezig met zijn camera dan met zijn studie. Toen duidelijk werd dat er in hem geen priester school, mocht hij zich van zijn vader met fotografie bezighouden. In 1932 opende hij in Eindhoven een fotozaak.

Bij het geallieerde ‘Sinterklaasbombardement’ van 1942 ging zijn zaak in vlammen op. Coppens vestigde zich toen als freelancer. Hij was een van de eerste fotografen die verslag deden van de watersnoodramp in 1953. Direct na de ramp op 1 februari reisde hij naar het gebied af om hulpverlening en het menselijke en dierlijke leed in West-Brabant, Tholen en Schouwen-Duiveland te fotograferen. De ondergelopen weilanden met loeiende koeien die dagen niet gemolken waren, maakten diepe indruk. Hij kon er met de boot niet dicht genoeg bijkomen om dit allemaal vast te leggen. Toch werd er diezelfde maand een foto van een loeiende koe gepubliceerd die een van de beeldmerken van de watersnoodramp zou worden. De foto sierde de omslag van de catalogus van de fototentoonstelling Nood. In de catalogusinleiding roemde Herman Craeybeckx, hoofdredacteur van Fotorama, het beeld van de koe die met gestrekte hals de nood uitloeit over de ‘troosteloze watervlakte’. Tegen een wolkenloze hemel tekenen de gestrekte hals en kop van het dier zich en profil af. De romp is rigoureus aangesneden, de poten en het lijf zijn weggelaten. De koe heeft een touw rond haar horens en er zitten vliegen op neus en oogkas. Slechts één oog is zichtbaar, dat de toeschouwer argwanend aankijkt. Die argwaan is terecht. Deze foto van de loeiende koe werd namelijk helemaal niet tijdens de watersnoodramp gemaakt. En evenmin in Zeeland. Coppens maakte de foto al bijna twintig jaar eerder op het Oost-Brabantse platteland. Bovendien, manipuleerde hij in zijn doka het negatief. In de gepubliceerde afdruk werd een flink deel van de onder- en bovenkant afgesneden, waardoor het gebladerte en de kruinen van de twee bomen direct onder de hals van de koe uit de compositie verdwenen.

Ondanks dit manipuleren met tijd en plaats en het retoucheren beschouwde Coppens de koe als zijn favoriete opname. In een interview met het Brabants Dagblad (in 1960) noemde hij deze foto als zijn beste. „Die loeiende koe tijdens de watersnood. Die is compleet voor mij, daar vallen vorm en inhoud helemaal samen. Daar heb ik net dat éne moment gevangen.”

Boek. Bezielde beelden. Het oeuvre van Martien Coppens (1908-1986); uitg. Waanders, € 39,95.Tentoonstelling. Martien Coppens, in Nederlands Fotomuseum Rotterdam, t/m 30 nov.