Europese landen willen graag aanschuiven in Washington

Het Internationaal Monetair Fonds is in geen jaren zo populair geweest. Op 15 november vindt bij Washington een top plaats van de twintig grootste industrielanden ter wereld. Gespreksonderwerp: een nieuwe mondiale architectuur, waarin het IMF een sleutelrol moet spelen. Tot deze G20 behoren maar vier Europese landen. Andere Europese landen lobbyen om ook aan te mogen schuiven. „Iedereen heeft zin om te komen”, zei de Franse minister van Financiën Lagarde gisteren in Brussel.

De top is een idee van Nicolas Sarkozy, die de Amerikaanse president George Bush overhaalde om gastheer te zijn. De Fransen zijn druk bezig een tekst op te stellen die de vier Europese deelnemers – Frankrijk, Italië, Duitsland en Groot-Brittannië – mee kunnen nemen, namens alle 27. De ene versie volgt de andere op. Tot vrijdag, als alle 27 EU-regeringsleiders erover vergaderen, kan iedereen vragen en opmerkingen bij Lagarde inleveren.

Maar daar blijft het niet bij. De Spaanse premier Zapatero vindt dat Spanje erbij moet zijn. Toen Sarkozy laatst in Parijs vier Europese leiders bijeenriep voor crisisberaad, werd Zapatero gepasseerd. Spaanse diplomaten in Brussel zeggen: „Dat overkomt ons niet weer.” Al weken grijpen Zapatero en zijn ministers elke ontmoeting aan om dat punt te maken. Minister Moratinos heeft zelfs minister Condoleezza Rice gebeld – vergeefs. Volgens veel Spanjaarden zet Bush Zapatero diens kritische opstelling in de Irak-oorlog en vele andere onderwerpen nu betaald.

Gisteren zei Zapatero, een gereserveerde man die zijn collega’s met dit openlijke gedram verrast, dat zijn land José Manuel Barroso steunt voor een tweede termijn als voorzitter van de Europese Commissie. Barroso, die wél is uitgenodigd voor de top, was gisteren in Madrid. Hij zou Zapatero in ruil hebben verzekerd dat hij bij Bush een goed woordje voor Spanje zou doen.

Anderen pakken het subtieler aan: zij produceren ‘non-papers’, zoals dat in Brussels jargon heet. Dat zijn voorstellen die je op papier bij andere landen laat circuleren, maar die geen officiële status hebben. Non-papers over de nieuwe mondiale ‘architectuur’ verschijnen vrijwel dagelijks. Ook van Nederland.

„Wij willen graag dat ons geluid wordt gehoord”, antwoordt de Nederlandse minister Bos diplomatiek op de vraag of er een relatie is tussen het ‘non-paper’ dat Nederland laat rondgaan – en dat na enig plugwerk in de FT Deutschland en Le Monde is afgedrukt – en de Nederlandse wens om óók aan te schuiven de vijftiende. „We proberen wát dan ook. Iedereen wil er toch graag bij zijn?”