'Dit is zó cool!'

In Chicago, thuisstad van Barack Obama, knepen de mensen elkaar van de zenuwen. „Ik ben voortaan óók deel van de geschiedenis.”

Kunnen we dan nu even stilstaan bij de eerste Afro-Amerikaanse presidentiële kapper?

„Ik ben voortaan óók deel van de geschiedenis”, zegt Zarif, de berustende kapper van Obama. Hij zegt het zonder ijdeltuiterij of ironie.

Het visitekaartje dat hij wil aanreiken wordt uit zijn hand gesnaaid, door een mevrouw die meteen ook maar een briefje voor de president in het borstzakje van Zarifs overhemd steekt. Zarif legde daar een hand op, een hand op zijn hart, of eigenlijk meer een hand op zijn sigaar, die ook in dat zakje zit en die hij al de hele avond feestelijk wil oproken, maar er komt steeds iemand tussen.

„Dit is zó cool! Ik moet opa en oma bellen! Die moeten dit ook met mij delen!”

Dat juicht een blanke twintiger in zijn mobieltje, helemaal één met het moment en met zichzelf, tussen de honderdduizenden op de straten rond Grant Park. Voor Grant Park, waar de Obama-vrijwilligers zijn uitgenodigd, moet je een kaartje hebben. Hier op het vrije veld zijn de mensen zo jong dat je bij oudere supporters onwillekeurig denkt: Hee, leuk. Oude mensen. Op de televisie zal deze nacht een commentator zeggen dat Amerika de leeftijd van McCain een groter probleem vindt dan de kleur van Obama.

Als het dan werkelijk zover is, tegen tienen, is er gejuich, maar het wordt ook even merkwaardig stil – voor zover honderdduizenden mensen werkelijk stil kunnen zijn. Oerkreten in de massa en onzeker geroezemoes van ongeloof.

In de Hyde Park Hair Salon hadden ze ook videoschermen opgehangen, met lekkere hapjes en Coronabier erbij.

Er waren bekende basketballers en advocaten en professoren en adembenemend mooie vrouwen in designjurken.

Ook hier werd het tegen tienen doodstil, zegt Zarif. Ze knepen elkaar.

Wanneer heeft hij Obama eigenlijk voor het laatst geknipt?

„Vijf uur geleden.”

Nu loopt het tegen middernacht in Hyde Park, Chicago, de buurt waar Obama woont.

Vervolg Chicago; pagina 5

’ En alle zesduizend taxi’s toeteren

Vervolg Chicago van pagina 1

Rond zijn huis aan Greenwood Avenue is in de loop van de dag blok na blok afgezet. Obama heeft er voor het laatst als een min of meer gewoon mens gegeten met zijn gezin. Daarna brachten ze hem naar het Hyatt hotel in de stad, waar hij vrienden en campagnebonzen zou begroeten.

Nu pakt Zarif zijn camera om de foto van De Laatste Knipbeurt te zoeken. Voilá: Zarif, tuttend met Barack Obama in zwarte kappersmantel, een stukje wit overhemd piept er onderuit. Een adembenemende foto. Barack Obama lijkt gewichtloos, tien jaar oud en heeft de blik van een ik-moet-huilen-ik-moet-lachen schoolportret.

„Jimmy’s!”

„Jimmy-y’s!”

Het zou leuk geweest zijn alvast even te kunnen beschrijven hoe de onderklasse zich begint te verheffen. Maar in Altgeld Gardens, de buurt waar Obama zich in de jaren ’80 als ‘community organizer’ op stortte, piekeren drie dames er niet over om later op de avond de bus naar Grant Park te nemen. Het eerste café in de buurt, dat pakken ze! Al is Jimmy’s helemaal op Indiana Avenue, want behalve ontmantelde fabrieken tussen wuivend riet en een cafetaria genaamd Sharks houdt het hier nog niet over. De dames gaan. Ze sleuren een peuter achter zich aan op een plastic autootje met een stok, die eigenlijk bedoeld is om te duwen. Er bungelt een flesje melk tussen zijn tanden.

Gezegd moet worden dat Obama hier iets is begonnen. Altgeld ziet er pront uit. De krappe arbeiderswoninkjes vol asbest – drie appartementen achter ieder deurtje, een man of tien per poppenhuis - zijn ontmanteld en gerenoveerd. Nu zijn het gewoon krappe arbeiderswoninkjes. Hele krappe. Met mooie roestvrij stalen deuren, keurig gras en betonnen paadjes.

Een vrouw zonder tanden, Justine Blue, maant me voorzichtig te zijn. Die vijf politieauto’s op deze honderd meter staan er niet voor Obama schat, zegt ze. Die staan er voor jou.

Verderop leunt een jongeman tegen een hek. In zijn hand wapperen briefjes van twintig dollar.

„Wat doet u?”

„Ik sta van het weer te genieten.”

„Veel drugsoverlast hier?”

„Nee hoor.”

Maar Alonzo Hughes loop je ook tegen het lijf. Die is 132 mijl komen aanrijden om te stemmen – vergeten zich op tijd in zijn nieuwe woonplaats te registreren. Hij draagt voor de gelegenheid een T-shirt waarop een oud document is gedrukt: „Te koop en te huur: Vijf slaven: Tobias, Hannibal, Joshua, Abraham en Eliza.”

Ja, rond Grant Park doen jonge mensen het straks gezelliger. Ludieke jongemensendingen. Ze trekken een historisch kostuum en slaan met een diepe blik op een trommel. Ze lopen met geinige borden, want dan komen de fotografen naar je toe. (‘Français du Monde for Obama.’ ‘Danes for Obama.’)

En alle zesduizend taxichauffeurs van de stad toeteren.

„Altgeld Gardens was vroeger een prachtige buurt. Er groeiden bloemen”, zegt William Smith (70), een gast in de Hyde Park Hair Salon. Hij draagt een kostuum in pied-de-poule, een das met speld en een hoed. „Maar dat was in de jaren ’60. Toen kwamen de gangs en is er hier iets dramatisch veranderd in het temperament van de mensen.”

In Grant Park speechte Obama meeslepend over wat Amerika is: níet de oorlogen of de rijkdom van het land, dat niet meer. Wel de idealen. De verplichting om wie hoger wil reiken, te steunen.

„Jij kan nu nooit meer beweren dat je kansen niet krijgt omdat je zwart bent”, plaag ik de kapper van Obama.

Klopt, zegt de eerste Afro-Amerikaanse presidentiële kapper.