De Roosevelt van 2008

De toestand van het land anno 2008 wordt alom vergeleken met die van van 1932. De nieuwe Amerikaanse president zou conform deze analogie dus een voorbeeld moeten nemen aan Roosevelt die, net als hij nu, in 1932 ook een beroerde boedel overnam.

De parallel tussen 2008 en 1932 ligt inderdaad voor de hand. De depressie van de jaren dertig markeerde niet alleen het einde van de roaring twenties maar ook het begin van een staatsinterventies op de vrije markten. De huidige recessie, die eveneens structurele oorzaken heeft, wordt nu, net als indertijd met de New Deal, eveneens bestreden door een overheid die actief op de markten ingrijpt. Anders dan Roosevelt heeft de president anno 2008 het voordeel dat de scheidende regering al krachtig heeft opgetreden. De depressie van de jaren dertig was het gevolg van een reeks grove beleidsfouten, waardoor het bankwezen niet tijdig werd gesaneerd en de monetaire politiek in de jaren na de beurscrisis van 1929 veel te stringent bleef.

Maar dat voordeel wordt teniet gedaan door een ongekend nadeel. De Amerikaanse overheidsfinanciën zijn onder president Bush dramatisch verslechterd. De recessie en de kosten van het ingrijpen in de kredietcrisis komen daar nog eens bovenop. De nieuwe president heeft voorlopig dus geen middelen om zijn verkiezingsbeloften uit te voeren. Hij mag al blij zijn als de financiën uit zichzelf niet al te ver uit de hand lopen.

Net zo groot zijn de urgente uitdagingen in binnen- én buitenland. Het presidentschap van Bush werd binnen de VS gekenmerkt door scherpe politieke tegenstellingen. Dit schisma was het resultaat van de polarisatie die tijdens de ambtsperiode van Clinton al op de spits was gedreven. Het binnenlands beleid is hierdoor overmatig geïdeologiseerd geraakt. De meningsvorming over bijvoorbeeld de gezondheidszorg (circa 15 procent van de Amerikanen is niet verzekerd) of milieubeleid (de VS consumeren een kwart van mondiale olieproductie) werd niet zozeer bepaald door de vraag of het betaalbaar zou zijn, maar of ze wel leerstellig genoeg waren.

De buitenlandse politiek werd eveneens gedomineerd door een soort ‘cultuurstrijd’. Volgens Bush kon de universele taak van de VS het best unilateraal worden bevochten. Voor de onvermoede krachten van de vijand en de opvattingen van de bondgenoten had het team rond Bush, zeker de eerste zes jaar, weinig oog.

Amerika heeft daarvoor een hoge prijs moeten betalen. Afgaande op de pretenties is de oorlog in Irak mislukt, ondanks de surge. Afghanistan is evenmin een succes. Het Amerikaanse beleid roept mondiaal nu zoveel weerstand op, dat zelfs goede voornemens niet meer worden herkend. De nieuwe president zal de VS dus weer in het grote en multilaterale wereldorkest moeten voegen. Maar hoe?

In eigen land zijn de verwachtingen over sociaal-economische en financiële hervormingen nu immers hoog gespannen. Intussen ruiken in het buitenland talloze nieuwe grootmachten hun kans om te profiteren van de zwakte van de VS. Tegelijkertijd is er ook eens weinig tot geen geld.

De nieuwe president staat voor een bijna bovenmenselijke opgave. Een taak à la president Roosevelt.