...de beroerde boedel

De toestand van de Verenigde Staten anno 2008 wordt alom vergeleken met die van 1932. Als president moet Obama conform deze analogie dus een voorbeeld nemen aan Roosevelt die ook een beroerde boedel overnam.

De parallel tussen 2008 en 1932 ligt inderdaad voor de hand. De depressie van de jaren dertig markeerde niet alleen het einde van de ‘roaring twenties’, maar ook het begin van staatsinterventies op de vrije markten. De huidige recessie, die eveneens structurele oorzaken heeft, wordt nu, net als indertijd met de New Deal, bestreden door een overheid die actief op de markten ingrijpt. Anders dan president Roosevelt heeft Obama het voordeel dat de scheidende regering al de eerste stappen heeft gezet. De depressie van de jaren dertig was het gevolg van een reeks grove beleidsfouten, waardoor het bankwezen niet tijdig werd gesaneerd en de monetaire politiek veel te lang veel te stringent bleef.

Maar dat voordeel wordt tenietgedaan door een ongekend nadeel. De Amerikaanse overheidsfinanciën zijn onder Bush dramatisch verslechterd. De recessie en de kosten van het ingrijpen in de kredietcrisis komen daar nog bovenop. De nieuwe president heeft voorlopig dus geen middelen om zijn verkiezingsbeloften uit te voeren. Hij mag al blij zijn als de financiën uit zichzelf niet al te ver uit de hand lopen.

Net zo groot zijn andere urgente uitdagingen in binnen- én buitenland. Het presidentschap van Bush werd binnen de Verenigde Staten gekenmerkt door onoverbrugbare politieke tegenstellingen die tijdens de Clinton-jaren waren aangewakkerd. Het binnenlands beleid is hierdoor overmatig geïdeologiseerd geraakt. De meningsvorming over bijvoorbeeld gezondheidszorg (circa 15 procent van de Amerikanen is onverzekerd) of milieu (de VS consumeren een kwart van de olieproductie) werd niet zozeer bepaald door de vraag of het beleid betaalbaar zou zijn, maar of het wel leerstellig genoeg was.

De buitenlandse politiek werd eveneens gedomineerd door een soort cultuurstrijd. Volgens Bush kon de universele taak van de Verenigde Staten het beste unilateraal worden bevochten. Voor de onvermoede krachten van de vijand en de opvattingen van de bondgenoten had het team rond Bush, zeker de eerste zes jaar, weinig oog.

Amerika heeft daarvoor een hoge prijs moeten betalen. Afgaande op de pretenties is de oorlog in Irak mislukt, ondanks de surge. Afghanistan is evenmin een succes. Het Amerikaanse beleid roept mondiaal nu zoveel weerstand op, dat zelfs goede voornemens niet meer worden herkend.

De nieuwe president zal de VS dus weer in het grote en multilaterale wereldorkest moeten voegen. Maar hoe? In eigen land zijn de verwachtingen over sociaal-economische en financiële hervormingen nu hooggespannen. In het buitenland ruiken talloze nieuwe grootmachten hun kans om te profiteren van de zwakte van de VS . Tegelijkertijd is er weinig tot geen geld voor beleid. Obama staat voor een bijna bovenmenselijke opgave. Een taak à la Roosevelt.