Chef Colombiaanse leger weg

De commandant van de Colombiaanse strijdkrachten is gisteren opgestapt. Zijn vertrek volgt op een inlichtingenrapport dat regeringssoldaten onschuldige burgers hebben vermoord. De soldaten zouden die burgerdoden hebben opgevoerd als omgebrachte rebellen, in een poging om de strijd tegen de linkse rebellenbeweging FARC succesvoller te laten overkomen.

De commandant, generaal Mario Montoya, oogstte dit jaar lof met enkele operaties die de FARC ernstig verzwakten. Onder de regie van Montoya doodden regeringssoldaten drie commandanten van de FARC en bevrijdden diverse buitenlandse gijzelaars, onder wie Ingrid Betancourt, de Frans-Colombiaanse politica die zes jaar lang werd vastgehouden.

Het vertrek van Montoya kwam enkele dagen nadat de Colombiaanse president Álvaro Uribe 27 officieren en soldaten het leger had uitgezet op verdenking van betrokkenheid bij de gewelddadige dood van ten minste elf jonge mannen. De elf werden aangetroffen in een massagraf op honderden kilometers van de arme wijk in Bogotá waar zij woonden. Nabestaanden verklaarden dat de mannen op weg waren naar tijdelijk werk, maar het leger beweerde in eerste instantie dat het de elf had omgebracht omdat het vijandelijke strijders waren.

Uribe opperde dat de elf mogelijk vermoord zijn door militairen die het tipgeld wilden claimen dat uitgeloofd wordt aan informanten die rebellen aanbrengen. De hoge commissaris van de Verenigde Naties voor mensenrechten, Navanethem Pillay, zei zaterdag dat executies van burgers door Colombiaanse militairen „wijdverbreid en systematisch” zijn. Pillay riep de rechtse regering-Uribe op om meer onderzoek te verrichten naar de beweerde executies. De Colombiaanse openbaar aanklager onderzoekt de dood van de elf mannen, maar heeft nog niemand in staat van beschuldiging gesteld.

Uribe verdedigde gisteren Montoya door hem een van Colombia’s beste generaals te noemen. Uribe wees generaal Oscar González aan als nieuwe commandant. (Reuters, AP)