Zij brengen nog veel geld op

Binnenkort verlopen muziekrechten van artiesten uit de jaren zestig en zeventig.

‘Brussel’ wil de rechten verlengen, volgens critici onder druk van de muziekindustrie.

De nog levende leden van rockband The Who, die in 1965 nog ‘hope I die before I get old’ zongen, zien de komende jaren hun rechten op opnames van hun hits verlopen. Deze rechten zijn namelijk vijftig jaar geldig in de Europese Unie. Ook met andere populaire liedjes uit de jaren zestig en zeventig, denk aan vroege nummers van The Beatles en in Nederland aan Kom van dat dak af van Peter Koelewijn, staat hetzelfde te gebeuren.

Vandaag begint het Europees Parlement met de behandeling van een wetsvoorstel van de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de EU) om de termijn van rechten die muzikanten en muziekproducenten hebben op muziekopnames, te verlengen van de huidige vijftig naar 95 jaar. Ook de lidstaten van de EU buigen zich inmiddels over het voorstel, dat veel weerstand ondervindt.

Zo sprak het Nederlandse kabinet zich onlangs uit tegen het Commissievoorstel en kreeg het daarin bijval van de Eerste Kamercommissie voor Justitie. Ook de Britse regering is tegen, net als wetenschappers op het gebied van intellectueel eigendomsrecht.

Het grootste bezwaar tegen het voorstel is dat de opnames veel langer eigendom blijven van platenmaatschappijen en artiesten. „Wanneer mensen na een bepaalde tijd niet vrij kunnen beschikken over vormen van culturele expressie, komt een cultuur gierend tot stilstand”, zegt Bernt Hugenholtz, directeur van het in Europa toonaangevende Instituut voor Informatierecht (IViR) van de Universiteit van Amsterdam. „Als er bijvoorbeeld nog steeds rechten zouden zitten op de werken van Shakespeare, zouden wij nu verstoken blijven van alle varianten en parodieën die er op die stukken worden gemaakt.”

Met het aflopen van de rechten komt de oudedagsvoorziening van bijvoorbeeld Beatles-zanger Paul McCartney overigens niet in gevaar. De rechten voor het schríjven van klassieker Yesterday – dus niet de rechten op de uitvoering waarover de EU nu spreekt –, gelden bovendien tot zeventig jaar na zijn dood. Wel komt er voor artiesten een einde aan een beperkte, secundaire inkomensstroom.

Vooral platenmaatschappijen hebben belang bij het verlengen van de rechten, zegt Hugenholtz. Opnames uit de hoogtijdagen van de rock-’n-roll en de bloeiperiode van de popmuziek komen volgens de huidige termijn van vijftig jaar binnenkort vrij, vertelt hij. Dat zijn waardevolle opnames, die nog steeds veel geld opbrengen.

Als de rechten op muziekopnames worden verlengd, sluit dat volgens Hugenholtz concurrentie op de prijzen van cd’s uit. „Cd’s van The Beatles zijn nog altijd erg duur. De eigenaar van deze rechten is niet gebaat bij concurrentie van andere producenten, die straks alleen auteursrechten hoeven te betalen om opnames op de markt te kunnen brengen.” Mede om deze reden steunt ook de Europese consumentenorganisatie BEUC de verlenging niet.

De Europese Commissie is bezweken voor een lobby van de muziekindustrie, stelt Hugenholtz. In een studie, uitgevoerd in opdracht van diezelfde Commissie, concludeerde het IViR namelijk dat verlenging van rechten op muziekopnames niet wenselijk was. Alle Europese academici op het gebied van intellectueel eigendomsrecht steunen die conclusie, zegt Hugenholtz, die samen met 16 Britse, Duitse en Franse collega’s in de Britse krant The Times waarschuwde tegen de verlenging.

De argumenten die voorstanders van verlenging hanteren, worden in de studie van het IViR bestreden. Zo zegt Frances Moore, directeur van de Europese vestiging van IFPI, de internationale koepel van platenmaatschappijen, dat de muziekindustrie in Europa een concurrentienadeel heeft ten opzichte van de Verenigde Staten. In de VS gelden de opnamerechten 95 jaar en zorgen dus langer voor inkomsten.

Hugenholtz bestempelt dit als „flauwekul”. „Er bestaat geen Europese muziekindustrie, de grote platenmaatschappijen in Europa zijn vestigingen van wereldwijde bedrijven.” Moore brengt daar tegenin dat ook onafhankelijke en kleine platenlabels binnen de IFPI de verlenging steunen. „En het marktaandeel van de grote maatschappij EMI is in de VS aanzienlijk kleiner dan in Europa.”

Frances Moore zegt verder dat liedjes van artiesten op internet een veel langer leven kunnen leiden, of plotseling weer kunnen verkopen. „Waarom zouden artiesten en producenten geen geld meer mogen krijgen voor de verkoop of het gebruik van de uitvoering van de liedjes die zij uitbrachten?”

Dat muzikanten in de huidige situatie nog tijdens hun leven de rechten op hun uitvoeringen kunnen verliezen, noemt Hugenholtz sneu. Maar de rechten op geluidsopnames zijn bedoeld om investeringen terug te verdienen, zegt hij. De verlenging van die rechten is niet van invloed op het geld dat aanvankelijk als investering werd uitgegeven. „Bovendien werd eerst alleen gelobbyd voor de verlenging van de rechten van producenten en zijn de uitvoerende artiesten daar later bijgehaald.”

In het voorstel van de Commissie is een aantal bepalingen opgenomen om het profijt voor de platenmaatschappijen te beperken. Zo is er een clausule die bepaalt dat de rechten van opnames die een jaar na het verstrijken van de huidige termijn niet zijn gebruikt, alsnog vervallen. Ook wordt de oprichting van een fonds voor sessiemuzikanten, die heel wat minder inkomsten hebben dan Paul McCartney, voorgesteld.

Uiteindelijk zouden ook platenmaatschappijen nadeel kunnen ondervinden van de verlenging, meent Hugenholtz. De goodwill ten opzichte van intellectueel eigendomsrecht, zoals de rechten op muziek, neemt volgens hem al af. Zonder scrupules illegaal downloaden is daar een voorbeeld van. „Maar als mensen zien dat de reden om deze rechten te verlengen slechts het financiële belang van platenmaatschappijen is, kan dat als rechtvaardiging voor illegaal downloaden worden gebruikt.”