Zelfverzekerd Azië in Europa

De Singaporese schrijver Mahbubani discussieerde gisteravond in Amsterdam met staatssecretaris Timmermans. Harde woorden vielen er, maar ze waren het ook vaak eens.

Een zelfverzekerd Azië stond in Amsterdam gisteravond tegenover een defensief Europa. In een levendig debat nam staatssecretaris Frans Timmermans (Europese Zaken, PvdA) het op tegen de spraakmakende auteur Kishore Mahbubani, wiens meest recente boek, De eeuw van Azië, onlangs verscheen in de Nederlandse vertaling.

Mahbubani, intellectueel woordvoerder van een rap moderniserend Azië, nam de gelegenheid te baat de bewindsman als voorbeeld te stellen van westerse arrogantie.

„Zijn verhaal”, zei de voormalig diplomaat uit Singapore, „is typisch voor de westerse manier van redeneren die ik afwijs”. De schrijver liet zijn linkerhand bezwerend zweven in de lucht, naast het hoofd van de politicus en vervolgde, terwijl hij strak naar het publiek keek: „Frans denkt: de problemen zijn ver weg, in China, het Midden-Oosten of Iran. En de oplossingen zijn hier, in het Westen.” Fout, aldus de schrijver. Europeanen zouden voor het vinden van oplossingen eens moeten gaan luisteren „naar de miljarden slimme Aziaten” die er zijn.

Mahbubani is boodschapvast, in zijn boeken en publieke optredens. Hij verkondigt telkens hetzelfde goede nieuws: de opkomst van Azië zal economisch niet ten koste gaan van het Westen. En ook telkens hetzelfde slechte nieuws: het Westen zal niet langer de dienst uitmaken. Preken is al helemaal uit den boze. Tenminste, als het wekken van onbegrip, ergernis en woede niet de hoofddoelstellingen van buitenlands beleid zijn.

Timmermans, die ostentatief benadrukte dat hij niet één, maar alle boeken van Mahbubani had gelezen, herstelde langzaam van de harde tik die de Singaporees bij de opening uitdeelde. De vermakelijke strijd die tussen de twee volgde, ontnam bijna het zicht op de opvallende overeenstemming tussen de Europeaan en de Aziaat, ook op internationaal controversiële punten.

Mahbubani wordt wel verweten geen oog te hebben voor de bescherming van mensenrechten in autoritaire Aziatische regimes. Zo vindt hij dat Westerlingen moeten ophouden te zeuren over die paar slachtoffers in de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking.

Maar zowel hij als Timmermans dichten de rechten van de mens universele geldingskracht toe, wat betekent dat ook Aziaten ze als vanzelf, zonder Westerse druk, zullen ‘ontdekken’ en omarmen.

Ook denken zowel de schrijver als de politicus dat een middenklasse nooit gewelddadig wordt omdat ze altijd streeft naar rust en orde. Dat het Westen ‘strategisch incompetent’ opereert in de relatie met het Midden-Oosten. En Timmermans volgt Mahbubani door het IMF en de Wereldbank, met hun gebrekkige vertegenwoordiging van Azië binnen de leiding, „anachronistische organisaties” te noemen „die dramatisch slecht functioneren”.

Hun wegen scheidden zich pas in hun blik op de toekomst. Timmermans meent dat de komende eeuw die van Europa zal zijn, omdat hier het „eerlijkste maatschappelijke model ter wereld” bestaat. En omdat korte aanvoerlijnen naar Oost Europa en Afrika haar een voorsprong biedt op de rest van de wereld. Bovendien zal Europa als de meest duurzame en daardoor meest welvarende economie uit de bus komen.

Mahbubani bleek er geen geduld mee te hebben. Hoezo nabijheid als sleutel tot succes? „In tweehonderd jaar tijd heeft de nabijheid van Noord-Afrika jullie noch de Noord-Afrikanen ook maar iets opgeleverd. Jullie zouden jezelf wel eens de vraag mogen stellen hoe dat komt. En het is een vergissing te denken dat moslims niet in staat zijn tot economische groei. Kijk dan even naar de cijfers van Maleisië of Brunei.”

Timmermans werd soms moedeloos van zoveel Europa-scepsis. Maar de staatssecretaris, diplomaat als hij ook is, besloot de denker de andere wang toe te keren. In zijn slotwoord verklaarde hij zich nog eens groot fan van de schrijver. „Zijn boeken hebben mijn perspectief op de wereld veranderd.” Hij raadde het publiek aan ze te lezen: „Allemaal.”

Toch, na een avond in de verdediging, voegde hij er wel aan toe: „Maar lees ze voorzichtig”. Dit om al te groot pessimisme over het eigen Europese lot te voorkomen: „Daar schiet niemand iets mee op.”