Uitverkoren om zijn land te helpen

Ibrahim Kargbo van Willem II kreeg een prijs voor zijn hulp bij de wederopbouw van zijn geboorteland Sierra Leone. „Ze huilen soms als ze me zien.”

Voor Belgen was hij Ibou, voor Nederlanders is hij Ibo. Ibrahim Kargbo (26) wordt alleen door zijn vrienden in Sierra Leone Obreh genoemd. Drie jaar geleden onthulde een Ghanese predikant van een Brusselse kerk onbedoeld de betekenis van die bijnaam. Hij vertelde in het bijzijn van de voetballer over een dorpje in zijn geboorteland, waar Obreh een eretitel is voor mannen die veel hebben geleden om hogerop te komen in het leven. Kargbo vertelde de predikant na de dienst dat ook hij heeft moeten afzien. Nu wil hij in zijn geboorteland het leed van de burgeroorlog verlichten. „Zodra ik in Sierra Leone om me heen kijk, wil ik helpen.”

Kargbo verliet Sierra Leone in maart 1997 na een sterk optreden met het nationale elftal voor voetballers tot 17 jaar. De veertienjarige was niet eens de beste speler van zijn lichting, maar hij was bij een Zweedse manager opgevallen door zijn vechtlust. Vrienden zeiden dat hij het niet zou redden in Europa. Hij had immers nooit de droom gehad profvoetballer te worden. Wat moest hij daar zonder zijn familie? Ze zouden hem vast snel weer terugzien, blootsvoets voetballend op een van de witte zandstranden bij Freetown.

Kargbo overleefde echter in Scandinavië en kreeg de kans enkele seizoenen in de jeugdopleiding van Feyenoord te spelen. Hij werd profspeler met bescheiden contracten in Molenbeek, Charleroi, het Turkse Malatya en Brussel. In de zomer van 2006 koos hij voor Willem II. Het is geen club voor de Champions League, zegt Kargbo, maar hij voelt zich thuis in Tilburg. De supportersclub koos de middenvelder al twee seizoenen tot speler van het jaar. Toch wil Kargbo na zijn loopbaan niet blijven als trainer of scout, als ze hem nodig zouden hebben. Hij wil terug naar Sierra Leone, dat in wederopbouw is na de burgeroorlog van de jaren negentig.

„Ik zat een week in Zweden toen de gevechten Freetown bereikten”, zegt Kargbo. „Tot mijn vertrek woedde de oorlog vooral in de dorpen. Als kind heb ik veel slachtoffers naar de hoofdstad zien komen. Ik heb zelf geen slechte dingen gezien in Sierra Leone, maar ik heb afschuwelijke verhalen gehoord van de vluchtelingen uit de dorpen. Het is ongelofelijk hoeveel geluk ik heb gehad. Ik ben heel gelovig en denk echt dat ik tot de uitverkorenen behoor die het land mochten ontvluchten.”

Een deel van de familie van Kargbo bracht zich in buurland Guinee in veiligheid tijdens de oorlog in de voormalige Britse kolonie. Maar een van zijn drie broers werd door de rebellen ingelijfd als kindsoldaat en behoort waarschijnlijk tot de tienduizenden slachtoffers in de strijd om macht en diamanten.

„Het was moeilijk mezelf op mijn loopbaan te richten”, zegt Kargbo. „Sierra Leone is een klein land. Ik heb misschien wel honderden vrienden verloren met wie ik heb gevoetbald en die in het leger moesten. Mijn ouders hebben zo veel verloren in de oorlog, dat ik mijn best heb gedaan hun leven te ordenen en een goede schuilplaats voor ze te vinden. Ik ben de enige in de familie die voor hen een nieuw huis zou kunnen bouwen. Het is niet makkelijk ze vanuit Nederland te helpen, maar ik moet dit van mezelf doen.”

Sierra Leone is in Tilburg altijd dichtbij voor Kargbo. Hij hielp zijn broer Sidney Kargbo aan een contract bij FC Brussels en ontmoette in België een vluchtelinge uit het West-Afrikaanse land met wie hij trouwde. Hij vernoemde hun zoon naar zijn omgekomen broer Kalvin en hun dochter naar zijn overleden oma Foudia. Hun namen zijn op zijn armen getatoeëerd. Zijn eigen bijnaam draagt hij in inkt op zijn rechterzij.

Tweeënhalf jaar na zijn vertrek keerde Kargbo voor het eerst terug naar Sierra Leone. De huidige international trof een van de armste landen ter wereld verwoest aan. „Vanaf dat ik met het vliegtuig was geland, zag ik de veranderingen in het land. Ik was blij mijn ouders te zien, maar miste zo veel bekenden. Het was zwaar de schade aan alle gebouwen te zien. Ook het huis van mijn moeder is afgebroken. Nu probeer ik twee keer per jaar naar Sierra Leone te gaan. Ik help vrienden en familie met kleding, voedsel en huishoudelijke spullen. Ze huilen soms als ze me weer zien. Mijn vrouw wordt wel eens boos dat ik weinig vakantie heb als ik daar ben. Maar ik kan toch niet goed in mijn eentje zijn. Ik heb mensen om me heen nodig.”

Kargbo besloot in zijn tijd als speler van FC Brussels ook de sport in zijn geboorteland te steunen. „Ik kon goed overweg met de voorzitter en met hem heb ik een paar talentvolle voetballers geholpen naar Europa te komen, bijvoorbeeld door hun vliegticket te betalen. Vooral door gebrek aan financiën komen maar weinig spelers uit Sierra Leone hierheen. We hebben bij Europese managers niet de naam van Kameroen, Ivoorkust of Nigeria. Iedereen kent Sierra Leone alleen door de oorlog, maar voetbal bestaat er ook. We zullen onszelf op de Afrikaanse voetbalkaart moeten zetten.”

Hij bezweert dat hij in hoofdstad Freetown jonge voetballers heeft gezien die drie keer beter zijn dan hijzelf. „En ik houd er niet van als talent wordt verwaarloosd. Ik heb daar met kleding en materiaal een ploeg gesteund van vijftien- en zestienjarigen waarvan de meesten nu in jeugdopleidingen van Europese clubs spelen. Het gaat niet alleen om geld, maar ook om geloof. Ik heb jonge spelers gezegd dat ze beter zijn dan de Afrikanen die ze op televisie zien spelen. En natuurlijk hoop ik dat ze ook goed zullen zijn voor hun land. Uiteindelijk maakt een goed hart hen tot een man.”

Want Kargbo heeft voetballers hun geld ook anders zien besteden in hun geboorteland. „Bijna elke Afrikaanse topspeler laat in zijn thuisland een discotheek bouwen. Ook in Sierra Leone zijn genoeg nachtclubs neergezet. Ik vind het best, onze vingers zijn nu eenmaal niet hetzelfde. Maar ik denk dat we eerder huizen en scholen nodig hebben. Er zijn mensen die niet eens water hebben. Ik denk niet dat zij hoop krijgen voor de toekomst van een bekende voetballer met mooie kleding en een dure auto, die zijn vrienden van vroeger niet meer wil kennen. Mij zou dat in ieder geval geen goed gevoel geven, als ik wel de financiële mogelijkheden had voor hulp.”

Kargbo heeft zich intussen aangesloten bij de internationale hulporganisatie CARE, dat een documentaire maakte over een van zijn bezoeken aan Sierra Leone. In Wae wi stat nating no bin dae dae (vrij vertaald: We begonnen met helemaal niets) is de voetballer te zien bij een nieuw opgerichte vakbond voor berijders van motortaxi’s, een vrije radiozender en een gemeenschapshuis in aanbouw.

„Met mijn kleine beetje beroemdheid kan ik CARE assisteren bij het vinden van steun aan Sierra Leone. Soms hoop ik op die ene persoon met ongelofelijk veel geld op zijn bankrekening die op CNN een kind op straat zien sterven van de honger. Ik zou dat niet kunnen aanzien. Ik wil niemand hebzuchtig noemen, maar vind het wel eens egoïstisch omdat niet iedereen is gezegend in het leven. Hopelijk stuurt God op een dag iemand die mij kan assisteren.”

In oktober werd Kargbo door de internationale spelervakbond FIFPro beloond voor zijn humanitaire werk met een cheque van 10.000 dollar. „Het was een verrassing, want eigenlijk doe ik nog niks. Ik heb in Freetown een stuk land gekocht waar ik huizen en scholen voor kinderen wil bouwen, maar met tienduizend dollar kan ik nog niet eens een hek om het land laten zetten. Liever koop ik een paar motorfietsen, omdat kennissen van mij die nodig hebben voor transport. Voetbal kan me helpen bij grotere projecten. Ik ben gek van de sport. In mijn huis liggen vijf ballen verspreid zodat ik kan spelen wanneer ik wil. Ik hoop dat ik daardoor prijzen kan winnen en een geweldig contract kan krijgen, want na mijn loopbaan wil ik pas echt beginnen in Sierra Leone.”