Uitspraak 16: Dwangarbeid in het gemeenteplantsoen

park2.jpgIs een werkloze met een uitkering die verplicht moet schoffelen bij de gemeente slachtoffer van “dwangarbeid”? Of vervult hij een normale burgerplicht?

Met een reactie van Guus Heerma van Voss en Inge van der Vlies van het Nederlands Juristenblad

De zaak. Een werkloze man protesteert bij de bestuursrechter tegen een strafkorting van 40 procent op zijn bijstandsuitkering gedurende een maand. Die is hem opgelegd omdat hij weigerde mee te doen aan de verplichte werktraining van de gemeente Arnhem. Het werk bestond uit schoffelen en wieden of het in- of uitpakken van lijmtubes. De man moest zo arbeidsvaardigheden opdoen zoals op tijd komen, omgaan met collega’s, opdrachten aanvaarden. De gemeente wil zo zijn ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ vaststellen.

Het juridisch conflict. Het stadsbestuur van Arnhem zegt dat ieder die een beroep doet op de wet Werk en Bijstand hieraan moet meedoen. Doel: sociale activering en arbeidsinschakeling. De vakbond Abva-Kabo zegt namens de werkloze dat diens mensenrechten worden geschonden, in het bijzonder artikel 4 van het EVRM, het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Dat hij tot werk wordt gedwongen dat ver onder zijn niveau ligt. En dat er niet naar zijn persoonlijke situatie is gekeken. Op straffe van verlies van inkomen moet hij verplicht werken. Dat is arbeid onder fysieke of psychische dwang en derhalve volgens twee internationale verdragen verboden dwangarbeid. Ook als hij daar toestemming voor gaf, bijvoorbeeld door een contract te tekenen.

Is verplicht schoffelen bij de gemeente dwangarbeid?
De rechtbank vindt dat zo’n trainingscentrum een redelijk, binnen de democratische rechtsorde passend middel is om werklozen aan het werk te krijgen. Verplicht kiezen tussen schoffelen of inpakken is “in z’n algemeenheid” niet als dwangarbeid te zien. Ook was meedoen voor deze burger geen excessieve belasting en ook niet “disproportioneel” hoewel hij kennelijk beter gekwalificeerd is. De rechtbank sluit niet uit dat hij enig voordeel had kunnen hebben. Maar als hij eerst een maand of drie had meegedaan en daarna voortzetting had geweigerd was dwangarbeid wel denkbaar geweest. Maar dan moet het wel ‘volstrekt duidelijk’ zijn dat de werkloze niet sneller aan een baan zou komen als hij blijft schoffelen.

Maar desondanks ….
Krijgt de gemeente ook nu geen gelijk. Je mag niet zomaar iedere bijstandsgerechtigde een overall aantrekken met de mededeling ‘dat is goed voor u’. Deelname is in zijn algemeenheid geen normale burgerplicht, zoals de gemeente betoogde. In de wet wordt aan de uitkering niet de plicht tot (onbetaalde) arbeid verbonden. Wie te horen krijgt dat niet meedoen leidt tot verlaging van de uitkering zit wel degelijk in een dwangpositie. Zeker omdat de uitkering al op het niveau van het bestaansminimum zit. Er is ‘manifeste ongelijkheid’ tussen gemeente en burger. Dwangarbeid mag dan overdreven zijn, een “werkervaringsovereenkomst” mag je zoiets ook niet noemen.

Moet de gemeente dan maatwerk bieden?
Ja, althans meer dan nu is gebeurd. In de wet staat volgens de rechter dat zo’n trainingsprogramma “noodzakelijk” moet zijn om de werkloze weer aan een baan te helpen. Het “zonder meer” verwijzen van iedere werkloze naar het “uiterst beperkte” aanbod van schoffelen of inpakken is niet genoeg. In dit geval was bovendien duidelijk dat deze aanpak voor deze persoon niet nodig was.

Lees het arrest hier, de samenvatting van de rechtbank hier en het verzoekschrift van de advocaat hier

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht