Steenrijk lid van de Labourpartij

Reed Elsevier benoemde vanmorgen de Brit Ian Smit tot opvolger van Crispin Davis als bestuursvoorzitter van het uitgeefconcern.

Het is te hopen voor Reed Elsevier dat de Brit Ian Smith, de opvolger van scheidend topman Sir Crispin Davis, het langer volhoudt in zijn nieuwe functie dan in zijn vorige baan als baas van bouwbedrijf Taylor Woodrow.

Binnen een paar maanden na zijn aantreden had de doortastende Brit toen in een sjofel wegrestaurant bij Oxford al een fusie beklonken met rivaal Wimpey. Voor hemzelf was daarna echter geen plaats meer. De Wimpey-topman kreeg de leiding over het gefuseerde concern. Met een vertrekpremie van naar verluidt 1,5 miljoen pond (1,8 miljoen euro) kon Smith op zoek naar een volgende baan.

Op zichzelf beantwoordt Reed Elsevier aan de wensen van Smith (1954). „Wat mij het meest opwindt, is het besturen van grote bedrijven”, zei hij vorig jaar tegen het dagblad The Daily Telegraph.

De topman, die in Londen woont maar een groot fan is van Manchester United, heeft een gevarieerde loopbaan achter de rug. Zijn achtergrond wijkt af van die van de meeste directeuren. Hij groeide op in een arbeidersbuurt in Birkenhead, bij Liverpool. Zijn moeder was kleermaakster, zijn vader boekhouder. Al op 14-jarige leeftijd sloot Ian zich bij de Labourpartij aan en hij is de partij altijd trouw gebleven. Van tijd tot tijd adviseert hij zijn partijgenoten over het economische beleid.

Zijn scherpe verstand verschafte hem toegang tot de universiteit van Oxford, waar hij geologie en geografie studeerde. Aan de universiteit van Hull zette hij zich vervolgens aan een dissertatie over de esthetiek van het landschap. Veel tijd ging echter op aan rugby en zijn toenmalige vriendin en latere vrouw, waardoor het onderzoek nooit werd afgerond.

In plaats daarvan ging hij bij Shell werken, aanvankelijk in Leeds maar al snel – nadat hij zich het Arabisch had meester gemaakt – naar Oman. Op zijn 28ste was hij daar directeur. Op kosten van Shell behaalde hij vervolgens een MBA aan Harvard University. Daar ontmoette hij niet alleen de vrouw die zijn tweede echtgenote zou worden, maar ook managementgoeroe Michael Porter. Met Porter zette Smith adviesbureau Monitor op, gespecialiseerd in strategische adviezen. Het kantoor hiervan was eerst in Amsterdam gevestigd maar werd later naar Londen overgeplaatst.

Smith verkocht zijn aandeel in Monitor en werd commercieel directeur van Ocean, een logistieke onderneming. Ocean fuseerde al snel met Exel en Smith kreeg de leiding over de activiteiten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika, in totaal 60.000 werknemers.

In 2004 werd hij eindelijk topman van een groot concern, de General Health Care Group, die 70 particuliere ziekenhuizen bestierde. Het bedrijf werd in 2006 verkocht en Smith streek opnieuw een bedrag van een paar miljoen pond op. Eigenlijk zou hij daarna graag hoofd van de Nationale Gezondheidsdienst zijn geworden, maar die baan liep hij mis. In plaats daarvan kwam hij bij Taylor Woodrow terecht. Voor korte tijd.