Puikje van Nederlandse borstbeeldhouwkunst

Tentoonstelling Voorbeeldige busten; het borstbeeld in de Nederlanden, 1600-1800. Kon. Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. T/m 14/12. Inl.: 0032-32387809; www.kmska.be. **

Een nooddeur en een steile trap leiden naar een bomvrije kelder. De hoge bakstenen gewelven onder het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen vormen een merkwaardig sfeervol decor voor zo’n 25 prachtige borstbeelden uit de zeventiende en achttiende eeuw. Het compenseert de minder aantrekkelijke presentatie op de begane grond. Daar is de grote zaal half gevuld met een onduidelijk ensemble bustes en gipsafgietsels daarvan en prenten en schilderijen van borstbeelden.

De beelden zijn exemplarisch voor de verschillende gedachten waarop de expositie hinkt. Naast zestiende-eeuwse portretbusten van de jonge keizer Karel V en de architect Gilbert van Schoonbeke, prijken een houten en een zilveren borstbeeld, die beide hebben gefungeerd als reliekhouders van de heiligen die ze uitbeelden. De overeenkomst tussen de beelden beperkt zich tot het feit dat ze allemaal een hoofd tonen, rustend op een bovenlijf waaraan ongeveer ter hoogte van de oksels een einde komt. Voor die vorm was vanaf het einde van de Middeleeuwen een belangstelling die daarna alleen maar toenam, en dat idee vormt kennelijk het uitgangspunt van de expositie. Maar laatmiddeleeuwse reliekhouders zijn geïdealiseerde heiligenvoorstellingen en geen portretten; en ze hebben een heel andere functie. Bovendien wordt voorbij gegaan aan de materialen waarvan de beelden zijn gemaakt.

Deze vrijblijvende benadering van ‘het borstbeeld’ zet zich voort elders in de tentoonstelling. Zo is er, bij wijze van illustratie van de voorgeschiedenis van het busteportret van Renaissance en Barok, een verzameling kopieën naar en afgietsels van beroemde koppen uit de klassieke oudheid. De meeste daarvan zijn geen portretten.

In de kelder staat echter het puikje van de zeventiende-eeuwse beeldhouwkunst in de Nederlanden: kunstenaars uit de vruchtbare generatie van de Antwerpenaar Artus Quellinus (1609-1668), Lucas Faydherbe uit Mechelen (1617-1697) en Rombout Verhulst (1624-1698). Deze Vlamingen waren op de hoogte van de Italiaanse Barok en maakten prachtportretten van hoogwaardigheidsbekleders in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Quellinus is met vijf topstukken vertegenwoordigd. Zijn marmeren busten hebben levendige poses en een verfijnde afwerking. In 1664 portretteerde hij de carrièremilitair Luis Francisco de Benavides, landvoogd van de Spaanse Nederlanden, met vastberaden blik, in zijn fraai weergegeven handen de maarschalksstaf.

Maar Quellinus was tijdens zijn verblijf in Amsterdam ook grondlegger van het nieuwe genre van het burgerlijke heersersportret. Zijn portretten van de Amsterdamse burgemeester Andries de Graeff (1661) en raadspensionaris Johan de Witt (1665) tonen de aristocratische aspiraties van de republikeinse elite in de Gouden Eeuw. Die beelden geven, samen met werken als Faydherbes Portret van de schilder Gaspar de Crayer (ca. 1640), een prachtig beeld van het werk van Barokbeeldhouwers uit vooral de Zuidelijke Nederlanden.