Oppositie voeren is zelfmoord in Rusland

De repressie in Rusland vertoont dezelfde trekken als tijdens de Sovjet-Unie.

‘Alleen is het cynisme van de huidige heersers veel groter.’

Voor het luikje van de Zjigoeli-bierfabriek aan de Wolgakade mengen hotpants zich met afgezakte spijkerbroeken. Iedereen wil voor het weekeinde gauw nog even wat bier inslaan. Voor het loket proberen zo’n vijftig dorstige mannen en vrouwen voor te dringen, want het bier zou voor sluitingstijd weleens op kunnen zijn. „De smaak van het bier is zozo, maar het is goedkoop en bevat geen conserveringsmiddelen”, zegt de 25-jarige Sasja Koeznetsov, die veertig liter naar zijn auto sleept.

„Als je eet en drinkt, kun je niet praten en niet luisteren”, zegt oppositieactivist Ljoedmilla Koezmina in haar bouwvallige kantoortje een paar honderd meter verderop. „In dat eet- en drinkproces bevindt Rusland zich nu. De bevolking is bezig met consumeren, omdat er nu veel meer te koop is dan in de jaren negentig, ook al zijn het vooral mobiele telefoons en kleren. Zolang dat duurt interesseert niemand zich voor politiek.”

Koezmina is directeur van de lokale afdeling van Golos (Stem), een organisatie die de belangen van kiezers beschermt en politieke partijen en maatschappelijke organisaties adviseert. Aan de vooravond van de Rusland-EU-top in Samara van 18 mei 2007 sloten de autoriteiten haar kantoor, nadat ze op radiozender Echo van Moskou had gezegd de lokale protestmars van Garry Gasparovs Ander Rusland te steunen.

„Onze telefoons werden afgesloten, de computers weggehaald en we moesten onze activiteiten staken”, vertelt ze. „De staat wil iedere burger controleren, net als in de Sovjet-Unie. Alleen is het cynisme van de huidige heersers veel groter dan onder de communisten. De burger in Rusland heeft geen enkele macht, al weet de overheid dat goed te verhullen door haar perfecte pr-campagne.”

Koezmina maakt zich door die cynische houding van de overheid weinig illusies over de toekomst van haar organisatie. Die is volgens haar ten dode opgeschreven, ook al mag Golos sinds juni zijn deuren weer openen. „Geen enkele zakenman durft ons nog financieel te steunen”, zegt ze. „Want dan loopt ook hij het risico gearresteerd te worden.”

De staat begon een strafzaak tegen haar, omdat op haar computers piratensoftware zou zitten. „Ik ben gevolgd, mijn huis is doorzocht, mijn telefoon afgeluisterd. Ook maakten politieagenten me zwart bij de buren door te vertellen dat ik alcoholist was. Zo hoopten ze dat mijn buren over me zouden klagen en ik mijn huis uitgezet zou worden. En een jaar lang mocht ik de stad niet verlaten.”

Volgens Koezmina wordt iedereen die de staat niet steunt als een vijand beschouwd. „Niemand durft de staat daarom nog te kritiseren, want als je dat doet kun je je baan kwijtraken en word je op alle fronten gedwarsboomd. Zolang de staat zich als een politieapparaat gedraagt, kan geen enkele politieke partij normaal functioneren. Mensen met een gezond verstand halen het dus niet in hun hoofd om oppositie te voeren, want dat komt neer op zelfmoord.”

Koezmina is voor niets en niemand bang, zegt ze, terwijl ze een trekje neemt van haar zoveelste sigaret. „Ik laat me niet door de staat dicteren hoe ik mijn leven moet leiden. Zolang de overheid geen verantwoordelijkheid neemt ten opzichte van haar burgers en hen niet steunt, ga ik door.”

In een hotel in het welvarend ogende centrum van de stad zit een hoofdredacteur zonder krant achter zijn koffie. Zijn naam luidt Sergej Koert-Adzjiëv. Zijn krant is de Samara-editie van de Novaja Gazeta. Ook bij Koert-Adzjiëv deed de overheid enkele dagen voorafgaand aan de Rusland-EU-top in Samara een inval. De computers van de krant werden in beslag genomen en zijn vier mederedacteuren kregen thuis politiebezoek. Sindsdien zit hij praktisch zonder werk. „Ook bij ons constateerden ze dat onze computers illegale programma’s bevatten, waardoor we Microsoft zouden hebben benadeeld”, zegt hij. „Maar we hadden onze programma’s gewoon legaal gekocht.”

Tot en met augustus vorig jaar bleef het stil, maar daarna werd de ‘liberale’ gouverneur van Samara, Konstantin Titov, vervangen door Vladimir Artjakov, een voormalige agent van de geheime dienst FSB en leider van autofabriek AvtoVAZ en een commerciële wapenhandelsorganisatie van de staat. „Zodra Artjakov was aangetreden, bepaalde de onderzoekscommissie dat ons redactiekantoor tot na de presidentsverkiezingen van februari gesloten moest blijven. Toen in november de procureur een strafzaak tegen me begon, kon de krant definitief niet meer verschijnen. Zolang het proces liep, mocht ik de stad niet uit. Ik kon niet eens mijn ernstig zieke vader opzoeken.”

Volgens Koert-Adzjiëv is zijn krant uitgeschakeld omdat de overheid op die manier een zo groot mogelijke verkiezingsoverwinning van achtereenvolgens Verenigd Rusland en Medvedev wilde garanderen. „Novaja Gazeta was in Samara een van de weinige critici van het Kremlin, nadat lokale oppositiepartijen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van december, soms op gewelddadige wijze, de mond was gesnoerd.”

Sinds Medvedev president is, bestaat er ook volgens Koert-Adzjiëv geen oppositie meer in de regio Samara. „Het bestuur is geheel in handen van Verenigd Rusland”, zegt hij. „En die partij is een verzameling belangengroepen van rijke Moskouse zakenmannen die meer tijd in de hoofdstad dan in Samara doorbrengen.”

De bevolking van Samara zwijgt en slaat de ontwikkelingen gelaten gade. „Ze durven niet meer aan lokale politiek te doen, omdat ze weten hoe het dan met hen afloopt. Al hebben ze genoeg reden tot onvrede. Want de salarissen in onze regio zijn weliswaar redelijk hoog, maar sinds Medvedev president is, zijn de brandstofprijzen enorm gestegen. Daardoor is autorijden onbetaalbaar geworden en kunnen we ook geen lange bootreizen over de Wolga meer maken.”

Op het Wolga-strand achter de Zjigoeli-bierfabriek wachten mensen op de veerpont die hen naar de overkant van de rivier moet brengen. Een bejaard echtpaar, dat al zijn hele leven in Samara woont, maakt die reis voor het eerst. „Het schijnt er mooi te zijn”, zegt de vrouw. „Maar voor ons is zo’n overtocht duur.” De andere oever, waar het leven altijd beter is, lijkt ook in Samara verder weg dan je op het eerste gezicht denkt.