Oma Dunham vormde Obama

Madelyn Dunham, de oma van presidentskandidaat Barack Obama en één van de invloedrijkste personen in zijn leven, is gisteren op Hawaii overleden.

Eén dag voor zijn mogelijke verkiezing tot president van de Verenigde Staten is gisteren de grootmoeder van Barack Obama overleden.

Madelyn Dunham (86) was de vrouw die het belangrijkste deel van Obama’s opvoeding voor haar rekening nam. Zij wordt de invloedrijkste persoon in zijn leven genoemd. Dunham was de laatste van Obama’s (groot)ouders die nog in leven was.

„Ik ga er niet lang over praten, want dat is moeilijk’’, zei de presidentskandidaat gisteravond in North Carolina, op een van zijn laatste campagnestops.

Obama besloot de slotdag van de campagne normaal af te werken nadat hij gisterochtend, acht uur Amerikaanse tijd, van het overlijden hoorde. Zijn grootmoeder woonde nog steeds in het appartement op Hawaii waar Obama het grootste deel van zijn jeugd doorbracht. Het was bekend dat zij ongeneeslijk ziek was. Obama onderbrak zijn campagne eind vorige week voor een bezoek, een teken dat haar levenseinde nabij was.

Madelyn Dunham, geboren Payne, vertegenwoordigde het conservatisme van Kansas in Obama’s familiegeschiedenis. Zij hield haar leven lang twijfels over Obama’s vader, de Keniaanse student Barack Obama sr., met wie haar dochter in 1960 kort was getrouwd. „Ik vond hem vréémd’’, zei Dunham in 2004 over Obama sr. tegen David Mendell, een verslaggever van de Chicago Tribune die de biografie ‘Obama’ over haar kleinzoon schreef. „Ik heb altijd twijfels over de dingen die mensen uit andere landen me vertellen.’’

In het blanke Kansas van haar jeugd zat één kleurling op school, vertelde haar vriendin Virginia Ewalt deze krant afgelopen zomer. Dunham ontliep hem. „Daar stond ze vér boven’’, zei Ewalt.

Het snel mislukte huwelijk van haar dochter Ann met Obama sr. zorgde ervoor dat de latere presidentskandidaat voor het grootste deel van zijn jeugd onder de hoede van zijn oma leefde. Obama’s moeder trouwde een tweede keer, met een Indonesische man, en vestigde zich in de voormalige Nederlandse kolonie. Obama kon er niet aarden en koos voor een leven met zijn grootouders op Hawaii.

Madelyn Dunham, ‘Toot’ voor haar kleinzoon, nam de harde kant van Obama’s opvoeding voor haar rekening. Ze was een overtuigde Republikeinse, aanhanger van Richard Nixon, en bracht hem bij dat ambitie goed is en dat hij alleen met superieure prestaties zou opvallen. „Ze heeft gewoon een blanke jongen van hem gemaakt’’, vertelde een andere vriendin van Dunham, Nina Parry, in de zomer aan deze krant.

Haar man, Obama’s opa Stanley Dunham, was net als Obama’s moeder het type van de rusteloze dromer. Een man die Obama ’s avonds graag meenam naar het strand en fantaseerde over verre reizen en nieuwe zakelijke kansen – ook al kwam hij nooit verder dan baantjes als meubelverkoper.

Intussen werkte Madelyn Dunham zich op van administratief medewerker tot invloedrijk bankier op Hawaii. Haar levenspad werd later ook de weg die Barack Obama bewandelde: vanuit het niets naar de top.

In haar latere leven maakte Dunham op haar vriendinnen – de meesten bleven achter in El Dorado, Kansas – geen erg gelukkige indruk. Ze rookte veel en dronk graag, ze was cynisch en teruggetrokken. Maar voor Obama leek zij met de dag belangrijker te worden. In de tot nu toe belangrijkste toespraak van zijn leven, op de Democratische Conventie in Denver in september, zei hij over haar: „Ze heeft alles wat ze had aan mij gegeven. (…) Ik weet dat ze vanavond kijkt. Dit is ook haar avond.’’

Reportage over Kansas op nrc.nl/interstate70