'Meijsing troost en doet huiveren'

De AKO-prijs 2008 werd gedomineerd door non-fictie, maar aan het eind van de avond ging de prijs naar een roman. „De rest van de boeken hebben ze er gewoon bij gezocht.”

Vijf titels vulden de hele etalage van de AKO-vestiging naast het Kurhaus, waar de kioskenketen gisteravond zijn jaarlijkse literatuurprijs uitreikte: het waren de tijdschriften Kijk, Glossy, Jan, Plus en Gala. En dat terwijl er aan boeken toch geen gebrek was dit jaar. De jury werkte zich door 371 titels, waarvan veertig procent non-fictie was, een genre dat zich volgens juryvoorzitter Wim Deetman „verfijnt en waarin steeds meer literaire technieken worden toegepast”.

Die waardering bleek al uit de tip- en toplijsten die de afgelopen weken werden gepubliceerd, waarin fictie en non-fictie beide de helft van de ruimte kregen toebedeeld. Niet dat de jury een statement wilde afgeven. „Pas toen we ze alle zes bij elkaar hadden realiseerde ik me dat we drie non-fictietitels hadden genomineerd”, zei jurylid en Trouw-criticus Bas Belleman tijdens het diner.

De kolossale hoeveelheid inzendingen en de ruimhartige nominaties van non-fictietitels maakte dat de ‘toplijst’ van zes kanshebbers ongelijksoortige boeken bevatte. Romans van Doeschka Meijsing, Tomas Lieske en Leon de Winter moesten het opnemen tegen de door dertig pagina’s bronvermeldingen gestutte reconstructie van een achttiende-eeuwse liefde (Elizabeth de Flines van Machiel Bosman), een aanklacht tegen de veronachtzaming van de Rwandese genocide (Het complot van België door Chris de Stoop) en de goeddeels uit deze krant afkomstige essays over kunst van Bianca Stigter (De ontsproten Picasso).

Dat laatste boek kreeg zo’n uitbundige lof toegezwaaid dat er sprake leek van een informele toekenning van een tweede plaats. Televisiepresentator Daphne Bunskoek prees De ontsproten Picasso lyrisch aan en illustreerde haar enthousiasme met lichtbeelden, ook al om haar ongenoegen te uiten over het geringe formaat van de illustraties in het boek zelf. Jurylid Marjoleine de Vos had aan het begin al in haar laudatio gezegd dat Stigter de kunstwerken waarover zij schrijft „wakker kust”.

In weerwil van die lof en van de alom geconstateerde opkomst van de non-fictie ging de prijs echter gewoon naar een roman – en dan ook nog naar de grote favoriet: Over de liefde van Doeschka Meijsing. Al in de wandelgangen werd geconstateerd dat Meijsing de prijs zeer verdiende en dat de andere vijf titels „er waarschijnlijk gewoon bij waren gezocht”.

De autobiografische roman van Meijsing had aan het begin van de avond al de mooiste lofrede gekregen, gehouden door het ‘publieksjurylid’ Marjan Veenman-Arts. Zij prees Over de liefde als een boek om lief te hebben: „Meijsing schreef een roman waarin vele eerdere thema’s en motieven uit haar oeuvre prachtig samenkomen. Het verhaal is niet alleen knap geconstrueerd, het overtuigt minstens zo door de trefzekere stijl. Zin voor zin, woord voor woord biedt de ironie troost en leidt de woordkeus tot meehuiveren maar ook tot weemoed.”

Van de andere genomineerde romanschrijvers had alleen Leon de Winter nog een prominente rol. De in Malibu woonachtige auteur was zo afgeschrikt door de gedachte tien uur terug naar huis te moeten vliegen ‘zonder prijs’ dat hij slechts via een straalverbinding aanwezig was. Met zijn gezin zat hij vol in beeld voor een afbeelding van de bergen bij Hollywood en voelde zich zichtbaar ongemakkelijk.

De Winter vergat dan ook te applaudisseren toen Deetman de naam van de winnaar bekend maakte. Rondom Meijsing ontstond vervolgens een curieuze choreografie van televisiemensen, fotografen en hoogwaardigheidsbekleders, waarbij de prijswinnaar bijkans kapseisde onder het gewicht van de cheque van 50 duizend euro.

Recensies van de genomineerde boeken en een interview met Doeschka Meijsing op nrcboeken.nl