Maar die schedel wilde ik zien

Ik had mijn bezoek aan de diamanten schedel van Damien Hirst voorbereid als een militaire operatie. Een dag van tevoren had ik op internet een kaartje voor het Rijksmuseum gekocht. Ik had bedacht dat ik op maandag moest gaan, want veel mensen denken dat het museum dan gesloten is. Stevige schoenen aan, want ik moest vast in de rij.

Met die hele Damien Hirst heb ik weinig. Hij is toch een beetje de Bono van de kunstwereld. Veel praatjes, weinig wol. En ook altijd zo’n stomme zonnebril op. Maar die schedel wilde ik zien. Het liefst voordat alle anderen hem gezien hadden. Dat is ook knap, als je als kunstenaar iets kunt maken dat iemand gezien wil hebben zodat ze kan zeggen dat ze het gezien heeft.

Het rijtje was teleurstellend kort. Voordat ik het wist, mocht ik de pikdonkere zaal in met nog zes bezoekers. De schedel was klein en schitterde ons tegemoet. Ineens saamhorig – het was toch een beetje het spookhuis – stonden we om de vitrine heen.

Ik had allemaal denigrerende gedachten over Damien Hirst kunnen hebben – van ‘makkelijk, om je medewerkers achtduizend diamanten op een schedel te laten bisonkitten’ tot ‘blingbling is passé’ – maar ik werd overvallen door mildheid.

Dat kwam door een Spaanse jongen van een jaar of acht die met zijn moeder was meegekomen. De schedel stond precies op zijn ooghoogte, waardoor zijn gezicht verlicht werd als door een discobol. Hij keek gefascineerd, blij, en nieuwsgierig. Ja, wat wil je nog meer, als jongen van acht? Een schedel. Van een dood mens. Achtduizend diamanten. En dat in een donker hol. Dat zijn de betere toeristische uitstapjes.

En ik dacht: ‘Dit is de eerste keer dat deze jongen geraakt wordt door een kunstwerk. Dit is een belangrijk moment in zijn leven.’ En, toegegeven, ik dacht ook: ‘Ik hoop echt dat ze hier een leuke sleutelhanger van hebben in de museumwinkel.’

Toen moesten we de zaal weer verlaten en werden we geloodst naar een tentoonstelling van zeventiende-eeuwse schilderijen die Hirst had uitgekozen en waar hij teksten bij had geschreven. Hieruit bleek maar weer dat je kunstenaars nooit aan het woord moet laten over kunst.

Uitspraken als ‘Een prachtig schilderij, prachtig geschilderd’ en ‘Clichés zijn clichés omdat ze waar zijn’ waren niet van de lucht.

Snel naar de museumwinkel om, inderdaad, de sleutelhanger te kopen. Dat vindt Hirst vast niet erg.

Lees de columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf