KKR toch nog maar even niet naar Wall Street

Ook private equity heeft het moeilijk en dus stelt KKR zijn beursgang uit. Te veel tegenslag, al is de officiële reden dat toezichthouders moeilijk doen.

De opbrengst was met 37 miljoen dollar (29 miljoen euro) gisteravond iets minder dan Henry Kravis, een van de K’s uit KKR, had verwacht. 40 miljoen dollar was de inzet. Nee, het gaat niet om de opbrengst van de beursgang die deze fameuze private-equityfirma deze zomer aankondigde. Gisteren veilde Sotheby’s het schilderij Danseuse au repos van de Franse impressionist Degas, dat in bezit was van Kravis.

De prijs, een record voor een Degas, werd door kunstkenners gezien als een bewijs dat de kunstmarkt zich nog staande houdt in deze crisistijd. Anders dan de beurs. En KKR is verstrikt in wat door kan gaan als de oude mop van Kravis, Kohlberg en Roberts die naar Wall Street zouden gaan.

Gisteren besloten de pioniers van private equity toch maar niet te gaan. Tot 2009 zetten ze hun beursnotering in de ijskast. Voordat ze deze beursgang aankondigden in juli, had KKR al lange tijd getwijfeld of de firma het voorbeeld van concurrent Blackstone zou volgen, die in 2007 ruim 4 miljard dollar ophaalde en daarna zijn koers alleen maar zag dalen.

Je zou verwachten dat KKR, dat 60 miljard dollar onder beheer heeft, het slechte beursklimaat als reden zou opgeven. Maar dat doet het niet. Toezichthouders SEC (Securities and Exhange Commission) zou meer tijd nodig hebben.

De beursgang had een ingewikkelde constructie gekregen. KKR had al een vehikel, KKR Private Equity Investors (KPE), dat sinds mei 2006 in Amsterdam stond genoteerd. De Amerikaanse bedrijvenopkoper wil het aan het Damrak genoteerde KPE via een geheel uit aandelen bestaande transactie opkopen en het hele gevaarte vervolgens een nieuwe beursnotering geven in New York. KKR zou zo geen nieuw geld ophalen, maar wel direct toegang krijgen tot de Amerikaanse kapitaalmarkt.

Met KPE gaat het niet goed, bleek uit gisteren gepubliceerde cijfers. Het fonds meldde een verlies van 27,2 miljoen dollar in het afgelopen kwartaal. De beurskoers van KPE is dan ook ver onder de uitgifteprijs uit 2006 gedaald.

Voor private-equityfirma’s zijn het moeilijke tijden. Ze zijn gewend om met veel geleend geld overnames te doen, maar banken weigeren sinds het uitbreken van de kredietcrisis nog geld daarvoor uit te lenen. Herfinanciering van leningen die aflopen zijn vrijwel onmogelijk. En verkoop van bezittingen, waar KKR zijn rendement uit moet halen, is er ook al niet bij.

De bedrijven waarin ze investeren worden minder waard door de moeilijke economische omstandigheden. KPE waardeert zijn investeringen met 649 miljoen dollar af. NXP, de voormalige halfgeleiderdochter van Philips, werd afgewaardeerd met 95,4 miljoen dollar. Dat heeft ook weer gevolgen voor Philips, dat nog een belang van 19,9 procent heeft in NXP, dat door de recessie in problemen is gekomen en fors moet reorganiseren. Voor uitgever De Telegraaf heeft de afboeking door KKR op zijn belang in het Duitse ProSieben, eigenaar van de televisiezenders van SBS, weer gevolgen. Ook Philips en De Telegraaf moeten nu opnieuw kijken naar de waarde van deze belangen.