In China woekert het vogelgriepvirus H5N1 door

Het gevreesde griepvirus H5N1 verandert steeds sneller. Dat wijst op meer besmettingen. En dus maakt Sir Roy Anderson zich zorgen.

hester van santen

„Zeer waarschijnlijk” vallen in China doden aan vogelgriep die niet geteld worden. Dat zegt Sir Roy Anderson, een van de bekendste epidemiologen van het Verenigd Koninkrijk. „China heeft momenteel geen effectief systeem voor het rapporteren van dierziekten, en geen landelijke rapportage voor menselijke infecties.”

Over die vogelgriep was het afgelopen jaar juist opvallend weinig nieuws te melden. De vogelziekte breidde zich niet uit naar nieuwe landen, en het aantal zieken en doden was wereldwijd het laagst sinds 2004. Maar Anderson ziet aan virusanalyses (verzameld tussen 1998 en 2006) dat met name in het zuiden van China veel meer vogelgriep voorkomt dan er in de boeken staat.

Anderson gaf afgelopen donderdag in de Nieuwe Kerk in Den Haag de jaarlijkse Gezondheidsraadlezing, over de voorbereiding op pandemieën. Anderson deed onderzoek naar aids, naar SARS, naar vogelgriep.

Bent u minder bezorgd om een mogelijke pandemie van het vogelgriepvirus H5N1?

„Helemaal niet. Al worden er minder uitbraken gerapporteerd: er is ook iets anders aan de hand wat belangrijker is. Heel recent is er een grote studie gepubliceerd die laat zien dat de snelheid waarmee het vogelgriepvirus genetisch verandert, versnelt. Ik denk daarom dat er heel veel onderrapportage is, met name in zuidelijk China. Het verband is heel simpel. Elke keer als een virus wordt overgedragen, kan het genetisch veranderen – in vogels, en in mensen. Dus de versnelde genetische verandering duidt op meer overdracht. Verder kun je afleiden: komt het virus uit land x, y of z? Helaas komen virussen over het algemeen uit China.

„De Chinese ambassadeur in Londen wil me misschien neerschieten als ik dit zeg, maar het moet gezegd worden. Ik zeg niet dat het expres stil gehouden wordt, maar ik denk dat veel gebeurtenissen niet hun weg vinden naar de infectieziektenregistratie.”

Hoe belangrijk is surveillance bij een grieppandemie?

„Er moet veel meer aan gedaan worden. Het is verbijsterend wat momenteel het beste systeem is om nieuwe, rare uitbraken met zieken en doden te detecteren: dat is software die de wereldmedia in acht talen afzoekt naar berichten over opvallende groepen zieken. De Wereldgezondheidsorganisatie gebruikt dat systeem.

„De Verenigde Staten, Europa, Australië ontdekken uitbraken wel. Alleen wel te laat, want het gaat niet elektronisch. Een huisarts ziet iets, maar wat blijkt later de diagnose in het ziekenhuis? Artsen moeten elkaar dan bellen. Het enige land dat een goed elektronisch surveillancesysteem heeft, is Frankrijk. Daar komen alle ziektegevallen elke dag automatisch in een systeem terecht.”

De wereld is wel „extreem veel beter” voorbereid op een grieppandemie dan vijf jaar geleden, aldus Anderson. Maar er zijn nog grote problemen die niet zijn opgelost, vindt hij. 90 procent van de mensheid heeft geen toegang tot antivirale medicijnen, of tot een eventueel vaccin. Daarom moet er meer nadruk worden gelegd op andersoortige maatregelen.

„Tijdens de SARS-epidemie [in 2003, red.] ging ik naar Hongkong en op aanraden van mijn vrouw nam ik een doos vol operatiemaskers mee, die tegen virussen beschermen. Maar daar kun je helemaal niet lang door ademhalen. Dat is heel onprettig. Nu zijn er nieuwe, die je de hele dag kan dragen. Waarom kopen we er daar geen heleboel van?”

Wat moet een overheid doen bij een pandemie?

„De overgrote meerderheid van de landelijke actieplannen voor een pandemie is niet gedetailleerd genoeg. Het Nederlandse plan is goed, maar het mist details over wanneer en hoe antivirale middelen gebruikt moeten worden. En dat is iets wat je absoluut niet kan overlaten aan dokters. Bij zo’n pandemie is na zes maanden alles weer voorbij; de eerste vier weken zijn cruciaal. Je moet weten wat te doen voor het begint.

„Bovendien: wil de overheid wel een beleid voeren waarbij zo weinig mogelijk mensen sterven? U en ik hopen van wel, maar dat staat niet vast. Dat centrale doel bepaalt welke maatregelen je moet nemen. Maar in geen enkel pandemiedraaiboek staat het doel van het beleid beschreven. Wil je zoveel mogelijk mensen redden? Wil je tijd winnen om vaccins te produceren? Wil je zorgen dat het gezondheidssysteem niet overbelast raakt? Voor al die doelen moet je andere beslissingen nemen.

„We weten ongelofelijk veel wél: de incubatietijd van het virus, de verspreidingskans. Maar ik weet niet hoe mensen zich gaan gedragen tijdens een pandemie.