Het zou zomaar kunnen

Het is een onwezenlijke gewaarwording op de dag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in New York te zijn. De stad is even inspirerend en opwindend als altijd. Toch ik voel mij niet dichterbij de gebeurtenis die waarnemers hier al beschrijven als historisch, ongekend, baanbrekend, once in a lifetime. Voor het volgen van de verkiezingen kun je net zo goed in Nederland zijn.

We leven in een virtuele wereld. De werkelijkheid van de politieke strijd verschijnt sneller en completer op internet dan op straat. De marathon bracht meer mensen op de been dan de verkiezingsmeetings. De straat levert de grappige voetnoot, in New York was dat de jaarlijkse Halloween parade van griezels en monsters, die verdacht veel op Sarah Palin leken.

Staande op Wall Street is het moeilijk te bevatten dat achter de steenklompen een virtuele ineenstorting gaande is van virtuele markten. Hier vergaat de wereld virtueel. En het is moeilijk je te realiseren, dat achter die ‘virtuele werkelijkheid’ – die schijnbaar losstaat van de belangen van mens en milieu – zich tóch een reële wereld bevindt van materiële zaken en echte mensen.

Vandaag is de vraag of ook de politiek zich laat reduceren tot een virtueel spel, een gemanipuleerde voorstelling van de wil van het volk, die niet de werkelijke maar een virtuele uitdrukking is van de achterliggende economische, sociale, culturele en etnische spanningen.

Is Amerika wel een echte democratie? Op het democratisch gehalte van de verkiezingen is veel aan te merken. De beslissing valt in enkele swing states – het totaal aantal stemmen voor een kandidaat (de popular vote) is niet doorslaggevend. De campagnes concentreren zich op de middenklasse (volgens Obama mensen met een inkomen tot 250.000 dollar, volgens McCain iedereen die tot vijf miljoen dollar verdient). De onderklasse, miljoenen mensen onder de armoedegrens, doet niet mee. Waar de aanhang van Obama erin is geslaagd veel van deze buitenstaanders zich toch te laten registreren als kiezer, vechten Republikeinen de geldigheid van de registratie aan en proberen ze de kieslijsten te ‘zuiveren’.

Een veelgehoord argument tegen de Amerikaanse democratie is dat de kandidaten de macht moeten kopen. In de campagnes die gisteren eindigden is naar schatting twee miljard dollar gestoken. Dus alleen de superrijken, de machten van het geld, zouden kunnen regeren en wel door middel van een complete hersenspoeling.

Obama heeft inmiddels een tegenbewijs geleverd: hij had meer te besteden dan enige kandidaat ooit, maar dit geld is bijeengebracht met miljoenen kleine giften van gewone mensen. Het probleem blijft dat ook als de financiering gedemocratiseerd is, alles om geld blijft draaien: macht is een product dat je op de virtuele markt kunt kopen en verkopen. De kiezers zijn passieve consumenten die het beleid van Bush acht jaar lang gelegitimeerd zouden hebben, ook al wees de werkelijke meerderheid het af.

De grote vernieuwing waarvan Obama een symbool is, houdt in dat de emancipatorische krachten in de VS zich niet alleen hebben gericht op een poging de mening van de meerderheid passief te weerspiegelen, maar dat hij mensen heeft gemobiliseerd om zélf actief een nieuwe meerderheid te creëren. Volgens alle peilingen gaat hem dit vanavond lukken, maar de Democraten zijn er nog niet gerust op.

De verkiezingscampagnes appelleren in de VS meer dan waar ook aan populistische instincten. Dat geldt ook voor de reactie op de kredietcrisis: men kan de parasieten en speculanten met hun bonussen aanwijzen als de pseudo-concrete vijand. Maar de meesters in het populistische discours zijn de Republikeinen. Daarom durven de Democraten nog niet te geloven dat Obama vanavond werkelijk wordt gekozen.

Angst, angst, angst. De Republikeinse reclameboodschappen beuken het erin: Obama is een vijand van Amerika. Hij is een socialist, wil het vrije initiatief smoren en bezit onteigenen. Hij is een radicaal, levensgevaarlijk voor de Amerikaanse veiligheid. Erger dan dat: hij is een moslim. Waanzinnig hoeveel energie Obama moest besteden aan de boodschap dat hij, echt waar, een christen is (en daarom tegen het homohuwelijk). Een moslim is vooralsnog even onverkiesbaar als een atheïst in het moederland van de vrijheid van godsdienst.

Maar het ultieme argument wordt alleen impliciet in de Republikeinse commercials gebezigd: hij is zwart. Een zwarte moslim als president? In de blogosphere en op Fox News wordt het erin geramd. In het populistische verhaal zijn de antagonismen in de samenleving vervangen door een geconstrueerde vijand. Deze vijand – de moslim, de zwarte, de ander – wordt buiten de samenleving geplaatst. Hij, de vreemde, hoort niet tot wat Palin veelbetekenend het ‘echte Amerika’ noemt. Dat angstoffensief was de eindspurt van de Republikeinse campagne.

Kenmerkend voor iedere vorm van populisme (links of rechts) is de weigering om de complexiteit van een situatie te aanvaarden. Het recept is de werkelijkheid van de onderliggende tegenstellingen terug te brengen tot het aanwijzen van een vijandfiguur die bestaande angsten, frustraties en reële bedreigingen concretiseert. Het populisme kiest een virtuele vijand. Dat zie je hier letterlijk gebeuren, zoals we het in Nederland de afgelopen tijd hebben zien gebeuren.

Uiteindelijk draait de verkiezing van vandaag daarom, denk ik, meer om racisme dan om de economie. Hoe diep is het racisme geworteld, of positief en hoopvol gezegd: hoe ver is de emancipatie van de Amerikaanse samenleving gevorderd?

De bezwaren tegen de mankementen in de Amerikaanse democratie nemen het alles beslissende feit niet weg dat het wel degelijk een democratie ís. Ook toen Bush via manipulaties en met slechts honderden stemmen verschil werd gekozen, bleef die democratie overeind. De bakens kunnen worden verzet – dat is het wezen van de democratie. Dus ja, het zou zomaar kunnen gebeuren: regime change.

De Amerikanen doen nooit wat je verwacht. Ik had een zwarte president voor nog minder waarschijnlijk gehouden dan een vrouw. Maar het is mogelijk, yes, he can. En dan beleven we morgen een waarlijk historische dag.

Reageren kan op nrc.nl/etty (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)